Wanneer je in je bestaansrecht wordt bedreigd, zak je terug in emotioneel niveau en doe je dingen die nogal kinderachtig zijn. Dan stap je ineens uit je auto in een file om die ongelooflijke klootzak die jou net afsneed uit de zijne te trekken, bijvoorbeeld. Er is menig column geschreven over Mike Kerr, een van de mannen van Royal Blood, nadat hij drie jaar terug na een live uitgezonden festivalgig zijn middelvinger opstak naar een verveeld publiek. ‘Who likes rock music? Nine people, brilliant!’, sneerde de bassist de menigte toe. Een beetje kinderachtig van Kerr natuurlijk. Maar zo bezien vanuit zijn paradigma, voelde hij zich waarschijnlijk bedreigd.
Rockmuziek zoals Royal Blood die maakt, hoor je immers zelden meer op festivals zo groot als Lowlands, waar popsterren, rappers en dj’s tegenwoordig de kar mogen trekken. Of dat altijd terecht is of een krampachtige poging tot meer diversiteit, kun je jezelf afvragen. Dat het animo voor ouderwets muzikaal zaag- en timmerwerk anno 2026 groot blijft, wordt vanavond in de Heineken in ieder geval duidelijk. Die is tot de nok gevuld met jonge mensen die simpelweg houden van explosies. En voor hard knallen ben je bij Royal Blood alweer een jaar of twaalf aan het goede adres.

Dat ze hun toetsenist ergens achterop het podium in het donker hebben weggemoffeld, lijkt een kutstreek, maar blijkt terecht. De beperkte elektronische geluiden die het Britse duo op z’n derde plaat introduceerde, dienen immers puur als decoratie. Royal Blood draait om twee man en twee instrumenten: Thatcher en Kerr, drums en bas. Zeer zeker niet te verwarren met drum ‘n bass. Ben je gek of zo? Dat is inferieure nepmuzak als je het deze gasten vraagt. De mannen van Royal Blood zijn de Johnnie en Kees (het mannetje, niet Tatjana) van de hedendaagse rockscene. Lomp, stug, ongegeneerd, zeker weten niet van plan om een echte baan te vinden.

Dat klinkt misschien niet zo vriendelijk, maar dat bedoelen we anders. Mensen zijn gewoontedieren, hebben kaders nodig en terwijl Tyler, The Creator een eindje verderop in zijn eentje tevergeefs probeert om alles te zijn (zanger, rapper, queer, hetero, emo, gangster), voelt de duidelijkheid die Royal Blood biedt prettiger. Geen muzikale speurtocht bij dit duo. Wel riffs die hakken en ratelen als industriële zaagmachines waar de mislukte kerstboompjes van komend seizoen alvast in zijn geflikkerd. Wel drumslagen zo hard dat er sprake lijkt van een heuse terugslag. Je hoort Thatchers sticks immers letterlijk van zijn instrument af stuiteren. ‘Poing!’ Alsof King Kong en Godzilla pingpongen met een sloopkogel. Dat de man zichzelf vanavond geen bloedneus heeft geslagen is een godswonder.

Wel tracks die, in navolging van het ook al zo effectieve Kneecap gisteren, voorzien zijn van refreinen die wellicht geen Pulitzer-nominatie in ontvangst zullen nemen, maar zo lekker bekken dat ze door iedere malloot mee geschreeuwd kunnen worden. Met nummers als Lights Out en Typhoon spreekt Royal Blood het destructieve aan dat in ieder mens zit. Drums, basgitaar, bek houwe en knallen maar. Waar soortgenoten als Muse en Jack White het niet kunnen laten om toch buiten de lijntjes te kleuren, blijven Kerr en Thatcher trouw aan rockmuziek zoals het ooit bedoeld was. Als een klap voor je kanis die je los wrikt uit de dagelijkse sleur.
Gezien: Lowlands 2026, za 21.45 uur (Heineken)
Fotografie: Arend Jan Hermsen