concert

Stones schijnen licht op de ArenA

The Rolling Stones speelden gisteravond in de ArenA te Amsterdam hun eerste van twee Nederlandse concerten in het kader van de No Filter-tour. Mick Jagger, Keith Richards, Ron Wood en Charlie Watts tellen samen inmiddels 293 lentes, maar blijken ook in de herfst van hun bestaan nog boven zichzelf uit te kunnen stijgen. Met Jagger als spreekstalmeester en Richards als kloppend hart, lag de ArenA twee uur lang moeiteloos aan hun voeten. OOR was er bij en stapte na afloop aangenaam verrast achter de typmachine.

Aan symboliek geen gebrek vanavond, in de Johan Cruijff ArenA. Een kleine week geleden ging vaste huurder Ajax hier nog flink de bietenbrug op tegen Vitesse, nu kijken we bij binnenkomst vanaf hetzelfde veld naar het Stones-podium, uitgevoerd in de clubkleuren van, jawel, de ploeg uit Arnhem. Waarschijnlijk geen bewuste actie, maar toch: de vier enorme LED-zuilen lichten felgeel op, de lege rechthoeken ertussenin blijven zwart. De spullen van De Staat worden na een verdienstelijke opwarmbeurt snel opgeruimd; als Nijmegenaren zullen ook zij zich niet bepaald senang voelen in de huisstijl van de aartsvijand. Gelukkig prijken daar ook nog de vier enorme tong-logo’s op ieder van de torens. We zijn hier immers niet voor voetbal, maar voor de godenzonen van de rock & roll.

Want jazeker, de Stones zijn in town. Alwéér. En elke keer denken we dat het de laatste is, al hopen we natuurlijk van niet. Mick Jagger, Keith Richards, Charlie Watts en Ron Wood, allen de zeventig gepasseerd, hebben de tijd in ieder geval nog steeds aan hun zijde en blijven de uiterste houdbaarheidsdatum van rock & roll iedere tournee weer een beetje oprekken. In ’82 stond de Kuip al twee avonden vol met fans die nog één keertje naar de Stones wilden. We zijn inmiddels 35 jaar en vele ererondjes verder en toch gooien ze er nog een Europese tournee tegenaan. Als ‘t kan, moet je ’t  doen. En zo vloog op de vroege donderdagavond de Stones-jet weer boven Amsterdam en gonsde het vervolgens in de stad. Ze zijn er. Alwéér. De Stones kennen kennelijk geen laatste keer.

De aantrekkingskracht van deze No Filter-tour is niet veel anders dan die van Urban Jungle, Voodoo Lounge, Bridges To Babylon, Licks of A Bigger Bang (we zien Pinkpop 2014 maar even als unieke one-off): de soundtrack van onze levens die wordt uitgevoerd door de makers zelf. Op zich al een wonder anno 2017, maar de lading is sinds de ongedwongen, haast feestelijke passage op Pinkpop toch wat zwaarder geworden. Bowie is er niet meer. Cohen. Cocker. Berry. BB. Prince. Lemmy. Armand. Ook onbetwist onderdeel van diezelfde soundtrack, diezelfde levens. Ze zijn ons allemaal in de laatste drie jaar ontvallen en met mooie woorden en hartverwarmende tributes bijgezet in de eregalerij van the great gig in the sky. Daardoor weten we eens te meer wat we missen. En, in het geval van de Stones, onvermijdelijk ooit gáán missen. Wat we van alle bovenstaande namen echter vooral geleerd hebben, is dat we niet moeten treuren om hun dood, maar vieren dat ze geleefd hebben. The Rolling Stones bieden dat besef bij leven en welzijn en daarom staat de ArenA weer vol. Jeugdsentiment, nostalgie, melancholie? Zeker. Afscheidsconcert? The Last Time? Fuck no.

De Stones bewijzen vanavond nog iets aardigs, misschien wel om de voorzienigheid te sarren: great gigs zijn niet louter voorbehouden aan the sky, ook al heffen zowel Mick Jagger als Keith Richards vanavond de handen veelvuldig ten hemel. Van de laatste paar jaren, eigenlijk al sinds de eeuwwisseling, weten we dat hun optredens uiteenvallen in goede en slechte avonden. Pinkpop was zo’n goede avond. De beide Kuip-shows van 2003 waren dat ook. Nijmegen in 2007 was daarentegen een drama. En ook met het volgen van deze Europese najaarstournee (we zijn ongeveer halverwege) blijkt het te kunnen vriezen en dooien op het podium. Sleutelrol hierin is weggelegd voor Keith Richards.

He ages well, zeggen ze in het Engels. Inderdaad, hij is mooi oud geworden. Het vuur nog altijd in de ogen, over z’n gitaar naar Ronnie, Charlie of de voorste vakken loerend, als een dief in de nacht. Zilvergrijs haar dat zich woest een weg om z’n hoofddoek heen vecht, enerzijds als trofee van die nooit verwachte ouderdom, anderzijds het bewijs van het wild groeiende onkruid dat nooit vergaat. Hij straalt gevaar uit en wordt eigenlijk pas kwetsbaar als ie z’n gitaar aanraakt. Want in het eerste kwartier vuurt captain Jack Sparrow Senior veelvuldig en keihard mis. Friendly fire of niet, met z’n versterker prominent in de mix kleunt hij als kanonnier richtingloos door openers Sympathy For The Devil en It’s Only Rock & Roll heen en hebben kapitein Mick Jagger en stuurman Chuck Leavell de grootste moeite om het piratenschip in koers te houden. Toch lukt dat – en gaat het roer ook nog eens 180 graden om.

Tumbling Dice en de twee (smakelijke) songs van het recente bluesalbum Blue & Lonesome blijken de sleutel naar de comfort zone, met het per avond roulerende blokje verrassingsnummers zowaar als lont in het kruitvat. Eerst is er You Got Me Rocking, een relatief recente stadionknaller uit de jaren negentig en met alle legendarische krakers voorhanden op papier niet meteen de meest aantrekkelijke keuze voor de die-hards. You Got Me Rocking dient in Amsterdam echter als een krentenbol in Heel Holland Bakt: niet al te moeilijk uit te voeren, maar als ie goed lukt wel onverwacht heel erg lekker. Goed voor het zelfvertrouwen, ook. Om Jagger hoeven we ons vanaf noot één geen zorgen te maken, parmantig hupsend, vlak doch stevig zingend en van een afstandje sinds de nineties geen steek veranderd. Charlie Watts regeert onbeweeglijk als altijd achter z’n drumstel en oogt tevreden. Ronnie Wood, na veertig jaar Stones nog altijd de bootsjongen van het stel, zit na z’n health scare beter in z’n vel dan ooit (er werd dit voorjaar kanker bij hem geconstateerd, hij worstelde, hij kwam boven) en dartelt net als Mick veelvuldig naar de flanken. De breekbaar startende Keith is tijdens You Got Me Rocking echter bovenop de mast geklommen: de grimas is nu een grijns, de Telecaster een wapen en de grootste rock & roller aller tijden schiet met scherp.

Het echte staan-of-vallen moment volgt meteen: een heuse beproeving in de vorm van het zelden gespeelde Shine A Light. In opener en bluestracks is de Duivel reeds aangewend, nu is het tijd voor de Heer. Ook met het dak dicht is duidelijk: somebody up there likes the Stones. Jagger dekt deze door de fans zelf verkozen song vote nog in met de woorden ‘het is al even geleden…’ maar de song staat, het stadion zindert en Keith straalt. Geen slecht uitgangspunt voor de enorme rij vaste hits die ons nu te wachten staat. Deze zogenaamde warhorses zijn al sinds de podiumopzet in 1989 automatiseerde een splijtzwam tussen de Stonesvolgers. De hits zijn in alle opzichten the reason everybody’s here: de basis voor het succes en de duurzaamheid van de band, je kan de vele gewone bezoekers bovendien niet naar huis sturen zonder Brown Sugar, Miss You of Satisfaction. Maar ook zijn de grote knallers in zo’n vaste vorm gegoten dat het elke avond dezelfde pot is. Als Keith Richards z’n twee solonummers gezongen heeft, is het klaar met de verrassingen.

Misschien verbeelden we het ons, maar het greatest hits-gedeelte heeft vanavond juist iets extra’s over zich. Het is gloedvol, soms slordig, vaak charmant, meest imposant. En vooral: live. Echt. Geen trucjes, autotune, backing tracks. No filter. No bullshit. Paint It Black dreunt rommelig doch sinister naar Honky Tonk Women, dat vanavond als vanouds drijft op die ene mokerslag van de hand van Keith Richards. Weer een voltreffer! Steeds vaker zoekt hij Ronnie Wood op voor het drumstel om de aloude kunst van het weaven in ere te herstellen en zo zien we de Stones het graagst: letterlijk op de vierkante meter, schouder aan schouder, waarbij zelfs Mick Jagger het moeilijk vindt al teveel van dit magnetische tafereel uit te waaieren. We zien Keith op het scherm zelfs meeblèren, al is er geen microfoon in de buurt. Weer die grijns, een stralende lach, een arm om Ronnie, een arm in de lucht. Dit is de man, dit is z’n avond en wij zijn erbij. The great gig in the skybox.

We zouden het niet meer over voetbal hebben vanavond, maar daar trekt Mick Jagger zich weinig van aan. Hoe het gaat met de voetbalploeg?, luidt de vraag. Een ziedend boegeroep klinkt vanaf de tribunes – niks nieuws, afgelopen zondag tegen Vitesse was het harder. Of zou uitgesproken voetbalfan Mick toch het Nederlands elftal bedoelen? Het oranje is in ieder geval niet van de lucht in de ArenA: Ronnie Wood verscheen eerder al met een oranje combi om de schouders en bij de bandaankondiging laat Charlie Watts doodleuk z’n oranje sokken zien. Het doet Keith bij zijn korte praatje zelfs afwijken van z’n vaste grapje: zei hij nou ‘thank you very Dutch?’

Na de twee Keith songs (Happy en Slipping Away) ploegen de warhorses voort en of het nou dankzij God of de Duivel is, de grootste risicofactor van de groep lijkt te zijn bezeten. Midnight Rambler dendert gruizig, vuig en zompig vanuit de diepste krochten van de hel naar het helverlichte hier en nu. Street Fighting Man verbeeldt de gecontroleerde chaos van een massademonstratie – zou dit dan ook het moment zijn dat er wat actualiteit of politiek vanaf de schermen de zaal in rolt? Maar nee, het eindigt in een muzikale veldslag, die zich lastig laat aanhoren doch fascinerend is om te zien. Niks automatische piloot, op zulke volle oorlogssterkte zagen we de Stones deze eeuw zelden in ons land. De reguliere set wordt afgebouwd met drie songs van de Grote Vier: Start Me Up, Brown Sugar en Jumping Jack Flash. We zagen de intro’s de afgelopen jaren nogal eens de mist ingaan op YouTube en Periscope. Vanavond op het veld van de ArenA vliegen ze ons echter zuiver en splijtend om de oren. Net als de ballen, nog geen week geleden, bij doelman Onana van Ajax…

We komen weer even bij zinnen als in de blessuretijd de vermoeidheid dan toch toeslaat: bij Gimme Shelter lijkt het kruit te zijn verschoten, terwijl we door de eerste en enige visuals van de wereld van vandaag de dag weer voorzichtig in de realiteit van het moment worden gezet. Vluchtelingen, presidenten, raketten en een ondoordringbaar woud aan maatschappelijke discussies wachten ons na Satisfaction weer in de koude buitenlucht. Wat de Rolling Stones betreft kunnen we na een vurige, bij vlagen ontketende, maar vooral levensechte voorstelling concluderen dat we met een geruster hart naar huis gaan dan dat waarmee we binnen stapten. Deze Stones willen we over een jaar of tien nog wel een keer zien. Of de tijd dat toelaat is vraag twee, al ligt de oplossing om de hoek: over twee weken kan Charlie Watts opnieuw z’n oranje sokken aan. Dan staan de Stones in Arnhem. Het Gelredome, nota bene. Het stadion van Vitesse, alsof het lot het zo wil. Nee, aan symboliek geen gebrek vanavond.

Fotografie: Luuk Denekamp

Gezien: 30 september, Johan Cruyff ArenA, Amsterdam

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Word lid en kies je eigen cd-pakket. Nieuwe keuzes!
abo-actie

Word lid en kies je eigen cd-pakket. Nieuwe keuzes!

OOR deelt uit! Neem nu een halfjaar- (€34,-) of jaarabonnement (€66,95) op OOR en kies je eigen doldwaze cd-pakket uit. We ...
Simulation Theory
album
Muse

Simulation Theory

De tijd dat de internationale pers laaiend enthousiast stond te wachten op een nieuw album van Muse is al een ...
The Beatles (The White Album)
album
The Beatles

The Beatles (The White Album)

In februari 1968 trokken The Beatles naar Rishikesh in India om daar deel te nemen aan een cursus meditatie bij ...

Recensie: Stones schijnen licht op de ArenA (concert) | OOR