concert

Suede plaagt en behaagt in Paradiso

Het mag inmiddels een traditie heten, de passage van Britpopgigant Suede naar Paradiso. Ze deden het in 2010 toen de band net weer bij elkaar was, drie jaar later bij de release van het eerste comebackalbum en drie jaar daarna bij de release van het tweede reüniealbum. Nu nieuwste worp The Blue Hour – volgens frontman Brett Anderson de afsluiter van hun comebacktrilogie – net een ruime week uit is, kon het vierde bezoek aan de poptempel in acht jaar tijd natuurlijk niet uitblijven.

Waar de band bij de vorige Paradiso-show voor het merendeel van het optreden verstopt stond achter een groot videoscherm waarop de film bij het album Night Thoughts werd vertoond , lijkt deze show op voorhand weer een Suede-show volgens het boekje te worden. Met de nadruk op líjkt, want aan het begin van het optreden is er opnieuw een barrière tussen Suede en een uitverkochte zaal opgeworpen.

Anderson en consorten spelen achter een reusachtig gordijn, waar we tijdens het bombastische openingsnummer As One allen schaduwen op zien, maar dat gaandeweg toch doorzichtig blijkt. De band is dus prima te zien, maar toch is het weer even schrikken. Suede-optredens zijn juist een intense ervaring, omdat de immer flamboyante Anderson altijd heel veel contact met het publiek zoekt. Achter het gordijn zal vast een artistiek statement schuilgaan, maar het lijkt ook vanavond ook een bewuste plaagstoot. Helemaal als de frontman tijdens stuwende nieuweling Wastelands meermaals zijn hand door het gordijn probeert te steken. Het lijkt een soort voorspel, vooral bedoeld om de ontlading nog groter te maken zodra Anderson wél de eerste rijen aan kan raken. En jawel, als na een dik kwartier de galmende openingsriff van Outsiders door de zaal schalt is niet alleen het gordijn van de reling, maar ook het hek van de dam.

De zaal reageert al uitzinnig op Outsiders (ook een relatief nieuwe song, maar eentje die zich qua stootkracht prima kan meten met alle ninetiesklassiekers uit het oeuvre), maar gaat pas echt uit zijn bol zodra Simon Gilbert de onmiskenbare drumroffel die The Drowners inluidt door de zaal laat denderen. Dat nummer, dat begin jaren negentig samen met Popscene van tijdgenoten Blur zo ongeveer eigenhandig het genre Britpop creëerde, is bepaald geen dagelijkse passant in de setlists tegenwoordig; de band haalt hem vanavond voor het eerst in lange tijd uit de ijskast. Niet zo gek dus dat Anderson het publiek bij de luid meegeblèrde openingszin ‘won’t someone just give me a guuun’ het publiek al op de knieën krijgt.

Als de band meteen daarna doorschakelt naar We Are The Pigs en So Young, twee minder onverwachte maar daardoor niet minder gewaardeerde ninetieskrakers, zien we een Suede in optima forma. Anderson verkent iedere hoek van het podium, tikt zo ongeveer iedereen op de voorste rijen meermaals aan en raakt dikwijls bijna verstrikt in zijn microfoonsnoer. De rest van de band doet het iets rustiger aan, maar staat ook lekker te grooven en haalt venijnig uit wanneer dat nodig is. Hierdoor blijft het energieniveau constant hoog, al helpt het dat de band een haast perfecte setlist samengesteld heeft, die met recht all killer, no filler genoemd mag worden. Enkel het tweetal tracks van comebackplaat Bloodsports It Starts And Ends With You en bonustrack Dawn Chorus, vanavond voor het eerst (!) live gespeeld – had misschien ingeruild mogen worden voor wat meer werk van magnum opus Dog Man Star, maar een kniesoor die daarom zeurt. Door de capriolen van Anderson blijft alles wat de band Paradiso voorschotelt uiterst onderhoudend.

Pas in het middenstuk dreigt de aandacht even te verslappen, wanneer het gordijn weer even tevoorschijn komt en het tijd is voor een tweetal nieuwe nummers. Het dreigende Tides valt nog wel goed, maar spoken word-intermezzo Roadkill, waarin Anderson met minimale muzikale begeleiding verhaalt over een dode vogel, blijkt voor het publiek vooral een excuus om even bij te kletsen. Gelukkig heeft de band ook door dat het daarna weer tijd is om te behagen, dus gaat het gordijn weer opzij en wordt het gaspedaal flink ingetrapt. Met als gevolg een blokje hits dat zijn weerga niet kent. Britpop-evergreens Trash, Animal Nitrate en Metal Mickey worden met verve uitgevoerd, maar het zijn vooral het swingende Filmstar en de bombastische The Drowners b-side To The Birds die het meeste indruk maken.

Het meest magische moment van het concert komt aan het eind van dit blokje, als Anderson voor het eerst het publiek uitgebreid toespreekt en op de rand van het podium gaat zitten voor een akoestisch intermezzo. Dan krijgt Paradiso weer een primeur: zonder enige versterking stort Anderson zich op een uitgeklede versie van The Blue Hour-hoogtepunt All The Wild Places, dat nog nooit live gespeeld werd. Aan het begin is er nog wat geroezemoes, maar gaandeweg kun je een speld horen vallen. Met het prachtige Flytipping als afsluiter van de reguliere set en het fijne nieuwe Life Is Golden in de toegift komt er een einde aan een show van een band op de toppen van zijn kunnen. Het is te hopen dat de comebacktrilogie een vervolg krijgt en Suede er niet opnieuw een eind aan breit. Wij zijn optimistisch en zetten een Paradiso-show in 2020 maar alvast op de agenda.

Gezien: 1 oktober 2018, Paradiso, Amsterdam

Fotografie: Dimitri Hakke

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Bloc Party is weer even de beste band van 2005 
concert
Bloc Party

Bloc Party is weer even de beste band van 2005 

Wie zegt wel te hadden verwacht dat Bloc Party de AFAS Live zou uitverkopen, is een leugenaar. Meer dan tien ...
Love Is Magic
album
John Grant

Love Is Magic

Hoe geestig de rake teksten van John Grant soms ook zijn, altijd sijpelt de pijn er dwars doorheen. Leed van ...
MassEducation
album
St. Vincent

MassEducation

Die omhoog gestoken kont op de hoes van Masseduction (2017) was dus niet van Annie Clark zelf, leerden we via ...

Recensie: Suede plaagt en behaagt in Paradiso (concert) | OOR