Groot geworden door klein te blijven: dat gezegde ging niet op voor Teddy Swims op deze eerste Pinkpop-dag. De Amerikaanse soulzanger pakte Las Vegiaans uit op Megaland. Met een grote productie en een virtuoze band, die echter alle aandacht weg namen van Swims’ fluwelen stembanden; de eigenlijke sterren van deze show.
Want zingen, dat kan deze 33-jarige uit Georgia als de beste. Laat hem de namen van alle stations inzingen voor de NS en geheid stap je nooit meer uit de trein. Swims – echte naam: Jaten Dimsdale – is een vocalist die het beste van de soul combineert met het rauwe van de southern blues.
Wel jammer dat de man, ondanks gouden microfoon, zo weinig kan shinen. Ja, Swims loopt voor de muziek uit, van links naar rechts over het grote hoofdpodium, dat voorzien is van een decor met meerdere verdiepingen, inclusief een nagebootste huiskamer. Maar het is toch vooral de band die alle ruimte opeist. Hoe subtiel en warm de klanken van Swims’ stem ook zijn, alle frivoliteit wordt er vakkundig uit gebeiteld door de doorgewinterde muzikanten die hem begeleiden.

Het is een euvel dat we vaak zien bij grote soulacts. Neem Justin Timberlake vorig jaar nog, ook behept met een band die in ieder nummer een donderende drumfill of overbodige gitaarsolo probeerde te wurmen. Ook vandaag bij Teddy Swims kan de slagwerker van dienst zich niet inhouden: in Swims’ hit Bad Dreams moet en zal een dikke break gespeeld worden, of het nummer daar nu om vraagt of niet.
Swims zelf is daarentegen een innemende persoonlijkheid, die tussen de nummers haast verlegen overkomt. Het is een wonderlijke combinatie: een grizzly van een kerel, helemaal vol getatoeëerd, die eigenlijk een troetelbeertje blijkt te zijn, die je – zeker als ‘ie ook nog zo mooi begint te zingen – tegen je aan wilt drukken. Dat zie je het Pinkpoppubliek dan ook denkbeeldig doen tijdens Some Things I’ll Never Know, dat hij alleen brengt, enkel begeleid door zijn pianist. Prachtig, zo’n verstild moment in een anders zo drukke show.

Die draad wordt even later weer vrolijk opgepakt, als Swims en zijn band besluiten om de uitgekauwde rockklassieker Jump van Van Halen te coveren. De muzikanten grijpen iedere noot aan om te laten zien hoe goed ze kunnen spelen – en dat kunnen ze – waardoor we op een gegeven moment zitten te kijken naar een sublieme allround coverband in plaats van een authentieke soulshow met een hart.
Dat deze show niet doordringt tot in de kern waar Swims’ doorleefd gezongen nummers vandaan komen, is dan ook erg jammer. Door de over-the-top benadering van diens werk, worden emoties weggedrukt ten faveure van bombast. En dat komt de sympathieke en getalenteerde Teddy Swims niet ten goede. En zijn gouden strot al helemaal niet.
Gezien: Pinkpop 2026, vr 20:15 (South Stage)
Fotografie: Hub Dautzenberg