Het is een opmerkelijke carrièrebocht. Ooit was Taylor Momsen het rebelse meisje uit Gossip Girl, een personage dat zich bewoog tussen Manhattanse roddels, designerjurken en sociale intriges. Tegenwoordig staat ze op een festivalpodium alsof ze rechtstreeks uit een rokende rockclub in Detroit is komen aanwaaien. Op Pinkpop staat The Pretty Reckless niet langer als curiositeit, maar als een band die zich in de luwte van bijvoorbeeld AC/DC heeft opgewerkt tot een vaste naam op de affiche van grote rockfestivals.
De afgelopen twee jaar speelde de band namelijk voor honderdduizenden rockfans die eigenlijk voor eerdergenoemde rockdino’s uit Sydney kwamen. Pinkpop biedt dan ook een interessante graadmeter: hoeveel van dat publiek zijn ze onderweg zelf gaan winnen? Wanneer de eerste tonen van opener Death By Rock And Roll over het terrein rollen, wordt meteen duidelijk dat The Pretty Reckless weinig behoefte heeft aan franje.
De Amerikaanse band vertrouwt inmiddels op een beproefd recept: stevige riffs, een ritmesectie die als een dieselmotor blijft doordraaien en daarbovenop de verrassend karakteristieke stem van Momsen, die haar vonnis lijkt te tekenen door – gehuld in een leren jas, met 100 graden Celsius – haar alter ego van de buis definitief de nek om te draaien. ‘How are you guys doing tonight Pinkpop?!’ maakt vrij snel duidelijk dat de avond tussen de oren van de zwetende zangeres al om drie uur vanmiddag gevallen is. En tja. Dan is het inmiddels afgekoeld, nietwaar?

Niets blijkt minder waar. Momsen blijft de gehele show het natuurlijke middelpunt. ‘Follow me down to the river, drink while the water is clean.’ Waterschap Limburg: eat your heart out! Tegen de tijd dat het derde nummer van de set aangebroken is en het imago-jasje toch maar ingeruild is voor een lichtroze jurk, hangt eenieder op de wei aan haar lippen om een druppel van deze kolkende stroom aan hardrockbravoure op te vangen.
Muzikaal blijft de groep gelukkig trouw aan haar invloeden. Bluesrock, grunge en klassieke Amerikaanse gitaarrock lopen als rode draden door de set. Soms voelt dat vertrouwd, soms zelfs bewust nostalgisch, maar zelden gedateerd. Juist de overtuiging waarmee de groep haar repertoire brengt, voorkomt dat het optreden een oefening in retro-rock wordt.
Neem een song als Heaven Knows, dat op gitaar flirtend start met een intro die rechtstreeks gestolen lijkt van Pink Floyd, maar vervolgens uitmondt in een sing-a-long waar Landgraaf wel wanten mee weet. Interessant is overigens ook hoe het fonkelnieuwe materiaal van Dear God – het album dat volgende week verschijnt – wordt ontvangen. Het zegt iets over de positie die de band inmiddels heeft verworven. The Pretty Reckless hoeft niet langer uitsluitend te teren op de bekende songs uit eerder repertoire.

Toch zit de kracht van deze show in de eenvoud. Geen overdadige productie, geen ingewikkelde concepten of visuele afleidingsmanoeuvres. The Pretty Reckless laat de muziek het werk doen. Op een festival waar veel artiesten hun optreden proberen op te blazen tot een spektakelstuk, is dat bijna een verfrissende keuze, op een dag waarop elk zuchtje muzikale wervelwind schaars is.
Wanneer het optreden eindigt met Take Me Down, blijft vooral de indruk hangen van een band die precies weet wie ze is. The Pretty Reckless probeert zichzelf niet opnieuw uit te vinden en lijkt daar ook geen behoefte aan te hebben. Daarmee levert de groep een performance af die misschien niet de geschiedenisboeken van Pinkpop zal halen, maar wel overtuigend benadrukt waarom ze voor nu tot de betrouwbaarste namen binnen de moderne hardrock behoort. Grote riffs, donkere melodieën en breekijzer van een stem. ‘For the lives that I take, I’m going to hell.’ Niet nodig, wij kunnen hier wel aan wennen. Met de temperatuur van het hellevuur is dat inmiddels namelijk ook goed gekomen.
Gezien: Pinkpop 2026, vr 15.05 (North Stage)
Fotografie: Lisa Hussaarts