concert

Thundercat drijft zijn basgitaar tot het uiterste in Utrecht

Het is eventjes geleden dat we bij een concert waren dat ontvlamde middels een extensieve drumsolo. Nog voordat Thundercat zelf op het podium staat, als het stralende middelpunt van de avond, zakken de eerste wenkbrauwen dan ook al richting een frons. ‘Huh? We hadden toch gezelligheid besteld?’, zo lijken die lage borstels uit te dragen. Wat is de bedoeling vanavond? Wordt het aandachtig aanbidden of feest in Utrecht?

Ingewikkelde solo’s en de bijbehorende gemengde reacties vormen een rode draad door het leven van Thundercat. Zo werd de Cat toen hij nog een kitten was al eens de deur gewezen nadat hij de onnavolgbare bassolo van Frank Zappa’s St. Alfonzo’s Pancake Breakfast voor Snoop Dogg speelde en de vingergymnastiek afsloot met een radslag. Maar vanavond is een doorrookte Snoop niet de baas van de speeltuin, maar zwaait Stephen Bruner zelf de scepter.

Als een soort statement openen de Californiër, zijn drummer en toetsenist de avond met misschien wel de ingewikkeldste track van de avond: Children Of The Baked Potato. En wat op plaat al ingewikkeld klinkt, wordt live door het drietal ook nog eens flink door elkaar geschud. De muzikanten vertrouwen elkaar volledig en komen samen als een soort schaats-relay: ze lossen elkaar af, maar duwen mekaar ook weer feilloos vooruit. Het is verdwalen en vinden, soms in grootse breakbeats, soms in een subtiele jazzswing.

Wordt deze zaterdagavond dan zo’n serieuze jazz-aangelegenheid? Alles behalve. Het is duidelijk dat Bruner goed naar zijn moeder heeft geluisterd en zijn tanden tweemaal daags grondig poetst. Bij elke solo verlicht die compleet ontblote rij fonkelwitte parels de zaal. Het onderlinge plezier straalt er juist bij de meest ingewikkelde passages het hardst vanaf.

Het decor helpt ook mee wat betreft luchtigheid: in een lange leren jas staat de bascoryfee vlak voor een gigantisch pantervormig decorstuk dat maar nét in de Ronda past. Het is een namaak van de Cat’s Lair uit de tekenserie Thundercats, dat voor de trotse stripnerd als een soort uitgekomen kinderdroom moet voelen om mee rond te toeren.

En niet op de laatste plaats kan de Amerikaan ontzettend lekker lullen. Niet dat er heel veel zinnigs uit komt, zo staat ie eigenlijk vooral memes na te doen: Oh brother, this guy stinks! Verder krijgen we nog een poging tot een griddy te zien, waar vooral het jongere gedeelte van het publiek van smult. De zaal oogt redelijk gemêleerd, maar met vijftig procent vermoedelijke VARA-gids abonnees en vijftig procent jeugdigen die vast en zeker ooit hebben getwijfeld zich in te schrijven voor de BNN-academy, is duidelijk waarom is gekozen voor deze fusie.

Het vocale register waarin Bruner zijn grapjes maakt horen we de rest van de avond vrijwel niet, zo schiet hij bij iedere track direct terug zijn kenmerkende falsetto in. Tijdens een ambitieuze, razendsnelle versie van I Love Louis Cole lijkt die hoge zang nét wat teveel gevraagd en wil zijn stem nog wel eens in de mix wegvallen of een onzuivere afslag nemen. Wanneer hij zichzelf op nummers als Black Qualls iets meer rust gunt om te zingen, weet Thundercat wél overtuigend de juiste noten te vinden.

Al lijkt het er eigenlijk geen moment op dat hij zich overdadig in hoeft te zetten om die solo’s uit de mouw te schudden. Als een soort Stevie Wonder kijkt hij vooral recht vooruit de zaal in, ook als hij die zessnarige basgitaar tot het uiterste drijft: de magie vindt plaats in de bovenkamer, hand-bascoördinatie is geen relevant obstakel meer.

Na ongeveer een uurtje aan – heel bot gezegd – ingewikkeld gepingel is het enthousiasme in de zaal wel een beetje gedoofd. Niet omdat het niet ontzettend goed of indrukwekkend zou zijn, maar omdat het gewoon lastig is je zestig minuten lang actief te verwonderen, vooral als veel muziek van een nog niet verschenen album komt en een deel van de zaal duidelijk vanaf de eerste seconde staat te wachten op de hitparade.

De officieuze erkenning van dat gevoel komt bij de eerste noten van Dragonball Durag: het Haags kwartiertje lijkt begonnen en het opvallend hoge aantal krullen in de zaal stuitert eindelijk weer enthousiast op en neer. Direct volgt ook de ondertekende aankondiging: ‘A lot of solo’s. We be playing a lot of shit, but now it’s time to party’, gevolgd door ironisch 2008-synthwerk alsof we bij een LMFAO-concert staan. Ook dat gevoel wordt bevestigd met een melige ‘1,2,3,4’ alvorens het publiek op Funny Thing eindelijk écht mag hossen als koeien die voor het eerst de wei in worden gelaten.

Het spel lijkt gespeeld als vervolgnummers No More Lies (met Tame Impala) en Them Changes de avond een logisch slot moeten geven. Toch is het pas in de laatste paar minuten dat we een nieuwe kant van Cat leren kennen, zo zingt hij ook Impala’s stukken op No More Lies en horen we eindelijk hoe die stem klinkt als ‘ie hem niet de hoogte in hoeft te trekken. En alsof dat nog niet genoeg is, vult Thundercat op toegift She Knows Too Much ook de raps van zijn overleden hartsvriend Mac Miller in. Het klinkt allebei warempel nog steengoed ook. Wie is deze man? Die kenden we nog niet.

Het laatste applaus van de avond is verdiend voor drummer Justin Brown. Zoals Bruners basgitaar twee extra snaren heeft, lijkt Brown de hele set twee extra handen te hebben. Ongelofelijk.

De late onthullingen zijn perfect in lijn met de rest van de avond: Bruner kan alles, maar doet lekker waar ‘ie zelf zin in heeft. Het is ook niet vaak dat het plezier zó erg van muzikanten afspat. Voor het publiek is het soms iets te lang, gek of ingewikkeld, maar zoals de eigenheimer zich al niet aanpaste voor Snoop Dogg, doet hij dat ook zeker niet voor ons. En op een ietwat uitgedaagde spanningsboog na durven we wel te zeggen: gelukkig maar.

Gezien: 14 maart in TivoliVredenburg, Utrecht

Fotografie: Marc Prodanovic

ABONNEE EN WIL JE VERDER LEZEN?

deel dit artikel

Meer:

thundercat
album
Thundercat

Distracted

Met een pak spaghetti kun je een pasta...
album
Thundercat

Distracted

Met een pak spaghetti kun je een pasta...
North Sea Jazz

Thundercat speelt als Super Saiyan op North Sea Jazz

Op de planeet Namek probeert superschurk Frieza de...
North Sea Jazz

Thundercat speelt als Super Saiyan op North Sea Jazz

Op de planeet Namek probeert superschurk Frieza de...
album
Thundercat

It Is What It Is

Op de middelbare school was ik een nerd...
album
Thundercat

It Is What It Is

Op de middelbare school was ik een nerd...
album
Thundercat

Drunk

album
Thundercat

Drunk

album
Thundercat

Apocalypse

album
Thundercat

Apocalypse

Meest gelezen

MEEST RECENT

INLOGGEN