Eén keer eerder stond Vampire Weekend in Biddinghuizen. In 2009, zestien jaar geleden. Dat Lowlands-optreden was jaren voordat alleskunner Rostam Batmanglij zich met producties op onder meer Frank Ocean en Clairo ging richten en Vampire Weekend als trio achterbleef. Na het wat mottige Father Of The Bride (2019) verdween de band uit Brooklyn uit het kortetermijngeheugen van velen. En in de lange stilte die duurde tot Only God Was Above Us (2024) uitkwam, ook wat uit het langetermijngeheugen. Ondertussen ontwikkelde de band zich echter wel stilletjes op een ander vlak. Live spelen.
Ezra Koenig stapt het podium op en gaat achter de microfoon staan, voor een groot doek met VAMPIRE WEEKEND. ‘Hallo’, zegt hij. ‘Wij zijn Vampire Weekend, we hebben vijf albums uit.’ De opening is om drie redenen een verrassing. Reden een: de band overschreeuwt zich geen moment. Twee: Koenig speelt met een verbijsterende snorkelen-met-tropische-vissen helderheid. Drie: na het eerste couplet valt het doek en verschijnt een band van zeven.
Natuurlijk drummer Chris en bassist Chris, de twee Chrissen die samen met Koenig Vampire Weekend maken, maar ook twee extra gitaristen, een tweede drummer, een violiste en de muzikanten die óók saxofoon en klarinet blijken te beheersen. Even knipperen. Is Vampire Weekend echt een orkest geworden?


In popzalen doet de band tegenwoordig marathonoptredens, soms zelfs met vierentwintig covers in de toegift. Een uurtje vullen ze hier met verbluffende souplesse. White Sky van Contra is herschreven tot een vrolijke jam. Harmony Hall ademt met de aardigste tonen. Tijdens Classical, staand voor projecties van gotische gebouwen, veel Oxford, doet de roadie van de band zijn beveiliging af en danst wild en onbeschaamd uitzinnig. We nemen zijn gevoel graag over.
Het optreden is nergens nostalgisch. Ja, A-Punk zit in het collectieve geheugen. De band doet vijf liedjes van het debuut, inmiddels bijna ouder dan de gemiddelde Lowlander. Misschien is er één ding dat Ezra Koenig niet kan: ouder worden. Ooit was hij de verlegen roadie van The Walkmen, daarna student Engelse literatuur, en hij oogt met zijn 42 jaar alsof hij nog altijd wandelt over de campus. Niet op een midlifecrisis manier, nee, hij heeft gewoon geen grijze haren of rimpels, en kijkt met jeugdig enthousiasme van links naar rechts. Lippen wat van elkaar, tongetje. Sprankelende blik, de ogen van een groot kind.
Zijn stem is uit duizenden herkenbaar, bijna kinderlijk, cartoonesk iel. Hij maakt een serverend armgebaar, een koninklijke handreiking met weer die glinsterende ogen en, twinkel, daar zijn wolkjes zwierende violen die Cape Cod Kwassa Kwassa inluiden. Campus stuitert. En wat zijn die dubbele drummers een goed idee in het razende Cousins.


Koning Ezra kijkt de Alpha in. Hij laat zijn hoge gitaarlijnen overlopen in een mist van desolate violen en daar duikt het herschreven Sympathy op, het raarste en meest bekritiseerde liedje van de band, dat in deze boogie versie iedereen laat dansen.
Waar de academische attitude voorheen synchroon liep met verwijten van elitarisme, hoeft Vampire Weekend niet meer zo nodig het slimste jongetje van de klas te zijn, met spitsvondige literaire zinsnedes in de teksten. Vampire Weekend was altijd een band die werkte vanuit het intellect, rationaliseerde, maar nu spelen ze meer vanuit het lichaam, zonder het betweterige en elitaire. Je wist niet dat het de band zo geweldig goed zou staan. Met een singulier geluid, een prettig zelfvertrouwen en amper te dempen blijheid is Vampire Weekend vandaag zo vrij als een vogel.
Fotografie: Arend Jan Hermsen
Gezien: Lowlands 2025, 16 augustus (18.15 uur) in de Alpha.