concert

Verslag: Roskilde 2016

In Denemarken vond afgelopen weekend de 46ste editie van het Roskilde Festival plaats. Waanzinnig goed programma, opmerkelijk veel sterke vrouwen, fijne Scandinavische couleur locale en weerbarstige weergoden. Over de eerste dag schreven we reeds, hieronder het verslag van dag twee, drie en vier.

Dag 2 Ladies Day en zompige gitaren

Ladies Day indeed! Binnen het tijdbestek van luttele uren zet Roskilde drie van de allerbelangrijkste vrouwen van de popmuziek anno 2016 aan het werk. Eerst Grimes, de blonde Canadese spring in het veld Claire Boucher, met haar drie dansende gratiën en haar modernistisch schots en scheef geprogrammeerde elektronica. Perfect aansluitend bij de traditie van de moderne Scandinavische heldin (Pipi Langkous, Lisbeth Salander) levert ze op Deense bodem een show af die haar plek als eigentijdse Madonna opnieuw bevestigt. Grimes heeft de energie (Scream), de visie, de durf. Nu de hits nog die een ware crossover maken naar het grote publiek.

Vergeleken bij ‘art angel’ Grimes steekt de aanpak van Courtney Barnett – ook al bij uitstek een jongensmeisje trouwens – wat eenvoudig af. Samen met haar twee mannelijke kompanen op bas en drums brengt de Australische slackerskoningin rafelige garagerock – geïnspireerd door alles tussen Velvet Underground en Nirvana. Niks nieuws en ook niet wezenlijk anders dan toen we haar de vorige keer zagen. Maar praatzingend geeft ze haar songs een ambigue, ironische overdrive mee die haar performance onontkoombaar maakt.

Onontkoombaar is natuurlijk ook de majesteitelijke verschijning van PJ Harvey, de grootste waarlijke kunstenares die de popmuziek momenteel rijk is. De Britse (in zwart verentapijt gehuld sabbelend aan de saxofoon) en haar band brengen de muziek van haar laatste album The Hope Six Demolition Project met ijselijke perfectie en zeggingskracht. In de finale speelt de ‘grand dame’ er trouwens nog wat magistraal ‘jeugdwerk’ achter aan: 50 Ft. Queenie, Down By The Water en To Bring You My Love. Het publiek betoont zich zwaar geïmponeerd. Ironisch genoeg treedt juist dezer dagen – met instemming van het merendeel van de Deense politieke partijen, ook de linkse – een wet in werking op grond waarvan de Deense douane waardevolle spullen en geld van vluchtelingen in beslag gaat nemen. Dan staat PJ Harvey daar uiterst schrijnend over Afghaanse jongetjes te zingen die wanhopig om een Dollar, Dollar bedelen. Een beetje scheef. Net als al die bepaald gelukkig kijkende Afrikaanse vluchtelingen – zonder oordoppen in – die hier op het terrein lege plastic bierglazen opruimen, die de blanke Deense jeugd achteloos op de grond werpen.

Naast Ladies Day (ook Santigold en Lauren Marberry van Chvrches maken indruk) is het de dag van de zompige seventiesgitaar. Beide kwaliteiten zijn verenigd in de groep Blues Pills uit het Zweedse Örebro. Zangeres Elin Larsson is een jonge bluestijgerin in zwarte kruippakje, die op blote voeten over het podium zweeft. Ze heeft net zulk lang seventieshaar (tot onder aan de schouderbladen) als haar mannelijke bandleden, uitgezonderd de leadgitarist, wiens beulswerk idioot hard, maar wel zo aantrekkelijk, boven de rest van het bandgeluid uitkomt. Stel je een jonge Anouk voor die blues maakt, omringd door een stelletje seventies-freaks. Blues Pills staat overigens op 24 juli in de Melkweg en op 13 november in 013.

Seventies-freaks ook te over bij Uncle Acid & Deadbeats uit Cambridge. De Britten geven een onwijs sterk optreden deze middag in de Arena (op een na grootste podium van Roskilde). Ook hier kapsels die enkele decennia geleden werden geassocieerd met de term ‘werkschuw tuig’. Zompige riffs, logge ritmiek. Black Sabbath is nooit ver weg. Frontman Kevin Starrs en zijn kornuiten leggen een psychedelische rockversie van metal op de mat. Gelukkig net eigen genoeg, om weer niet van een pastiche te hoeven spreken.

Daarnaast was dit de dag van kleine ontdekkingen. De IJslandse blonde Viking Júníus Meyvantbeschikt over de mooiste soulstem en idem liedjes van het Noordelijk halfrond) en Kakkmaddafakka (een stelletje ongeregeld uit Bergen) blijkt niet voor niets dé feestband van Noorwegen. Indierock aangelengd met disco, hiphop, reggae, de hele santenkraam.

Maar het is ook de dag van grote publiekstrekkers House Of Pain en Macklemore & Lewis. Eerstgenoemden – bejaarde hiphoppers – doen de wenkbrauwen fronsen. Vooral hoofdrapper Everlast bezit een hoog Opa Vertelt-gehalte. Naast hun klassieke hit Jump Around komen ze net zo makkelijk met een honky tonk versie van Folsom Prison Blues van Johnny Cash (Everlast: ‘De eerste gangsta rap’).

Wat je ook van Macklemore & Ryan Lewis mag vinden, het populistische hiphop-duo uit Seattle, onder aanvoering van de uiterst bedreven volksmenner Macklemore slagen zij er voor het eerst deze editie in om het hoofdveld voor de Orange tot zeker honderd meter vanaf het podium massaal aan het dansen te krijgen. Alleen die aanblik al maakt Roskilde zo mooi.

Dag 3 Onbestemd

Net als het weer – grauw, af en te een bui, donkere wolken die gelukkig vaak overdrijven – is dit een onbestemde dag. Vroeg uit de veren om het Australische trio

Methyl Ethel uit te checken. Gelaagde indiepop uit Perth, beïnvloed door vele overzeese kunstige (alles tussen Radiohead en MGMT) en minder kunstige voorbeelden (The Letter van The Box Tops geplunderd). Zanger/gitarist Jake Webb intrigeert, mede vanwege zijn vermogen om licht hysterisch te zingen als David Byrne in zijn beste dagen. Jonge band, zit het verleden in, maar ook toekomst.

Dan snel naar Liss, een nieuwe signing van het Londense XL (Adele). Piepjonge gastjes uit het Deense Aarhus. Mmm, sluiten wij de ogen, dan horen wij Jamiroquai light, beter gezegd: Jamiroquai ultra light. Hapklare funksoul voor in de hippere coffeeshop. Als Liss groot wordt, dan hebben we je hier gewaarschuwd.

We lopen naar Apollo en zien helemaal niets van Anderson .Paak. Decharismatische drummende r&b/hiphop/funk-zangergenereert zoveel toeloop dat je je afvraagt waarom hij niet minimaal in de Arena geprogrammeerd staat (d.i. de Deense Arena). Wat we er uit de verte van mee krijgen is een totaal uit hun dak gaand publiek.

Zeer goed is ook het optreden van Whitney. Hét feelgood-combo van 2016 uit Chicago beschikt eveneens over een zingende drummer, Julian Ehrlich. Ze spelen de prachtminiatuurtjes van hun debuutalbum Light Upon The Lake, country soul die gloeit als de ondergaande zon, al weer een stuk zelfverzekerder dan een paar maanden geleden op SXSW. Hit No Woman klinkt zelfs als een ware triomf, ook coverversies van Everly Brothers (So Sad) en Dylan (Tonight I’ll Be Stayin Here With You) mogen er wezen.

We zien Hurray For The Riff Raff (band rond zangeres Aynda Lee Segarra) rondwaden in de swamps van Lucinda Williams, maar het duurt nog wel een poosje voor ze de Americana noir net zo doorleefd brengen als hun grote voorbeeld. Maar: een aanwinst voor het genre! We bewonderen Foals en de duizenden die in de stromende regen op het grote veld naar hen komen kijken. Britse artpop, huppeldrums, Afrikaanse gitaarloopjes, sterke band met een prima frontman in de persoon Yannis Philippakis. Kunnen zo’n groot podium inmiddels heel goed aan. We missen alleen een paar écht onderscheidende nummers, maar dat zal aan de regen hebben gelegen.

Dan fijn met fluitje en confetti naar het partijtje van Mac DeMarco in de Arena. De Canadese slacker met de eeuwige pet en de grote spleet tussen de voortanden maakt vermakelijke chillmuziek voor in de tent (buiten regent het nog steeds). Eigenlijk is hij een crooner pur sang. Maar net als je dat denkt en ook wat minder bij de les blijft vanwege het hobbelende karakter van zijn muziek, trakteert hij je op een spetterende progrock-versie van Reelin’ In The Years van Steely Dan of op een gedragen vertolking van het Canadese volkslied. Dit als opmaat voor ‘Uncle Neil’, die ‘great Canadian hero’, die aanstonds gaat optreden op het grote Orange-podium.

Nou, dat hebben we geweten! Het begint zo mooi, de zeventigjarige Neil Young (openingsfoto) in zijn eentje akoestisch en vief (After the Gold Rush, Heart Of Gold, The Needle And The Damage Done). Maar daarna begint hij – bijgestaan door de band Promise Of The Real, met daarin twee zonen van Willie Nelson: Lukas en Micah – aan een eindeloze, megalomane, elektrische gitaarorgie (een van de nummers duurt maar liefst vierentwintig minuten), waarmee hij zelfs zijn grootste fans op de proef stelt. Na twee uur spelen houdt hij twee minuten pauze en komt weer terug voor nog een extra uur.

Rocking in A Free World, ieder z’n meug, maar we zijn na deze overdosis Neil zo murw gebeukt dat Tame Impala ons alleen nog maar kan voorkomen als een lamme Impala. Mooi psychedelisch gelaagd vlechtwerk, imposant gebruik van elektronica en dan die droomstem van Kevin Parker, is deze band de Pink Floyd van onze tijd?

Dag 4 Afsluitende dag

Om vijf over tien ’s avonds op de afsluitende kille zaterdag bereikt deze editie van Roskilde haar hoogtepunt als New Order Blue Monday inzet. Iedereen danst, feest, springt. Duizenden, zo ver als je kunt kijken in en om de Arena, zijn helemaal los. Grappig trouwens hoe zanger Bernard Sumner aan toegift Love Will Tear It Apart (op het scherm verschijnen de woorden For Ever Joy Division) een actuele Brexit-draai meegeeft.

Later die avond zullen nog (thuiswedstrijd voor de Deense Karen Marie Ørsted op het grote Orange-podium) en de uit de as herezen indiedance-legende LCD Sound System optreden (diep in de nacht onder de discobol uit je dak gaan op Daft Punk Is Playing In My House en Dance Yrself Clean). Eerder deze dag waren The Last Shadow Puppets, met een lekker schmierende Alex Turner in een glansrol (maar Miles Kane eigenlijk eveneens) verbluffend goed. En weer daarvoor betoont zich Sturgill Simpson, de zevenendertigjarige countryrocker uit Nashville, met een band met blazers en in zijn stem een echte redneck knauw, dé ontdekking van deze laatste dag. Echt een aanwinst.

Hoewel het weer deze editie niet mee zit, onbestendig, buien, de laatste dag zelfs tamelijk koud, is er veel dat Roskilde tot zo’n bijzonder en overweldigend festival maakt. Allereerst en bovenal de programmering. Deze zesenveertigste editie heeft weer bijna alle top-acts die er momenteel toe doen. Daarnaast is er de imponerende schaal: tachtig duizend bezoekers (inclusief de vrijwilligers en organisatie zelfs honderddertigduizend), honderdtachtig optredens, alle denkbare genres, verspreid over een gigantisch groot terrein. Bovendien is er de Scandinavische vibe. De massale inname van Tuborg, de talloze blijmoedige vrijwilligers, de vele ‘Nordic’ bands, de overal vrijelijk plassende meisjes, het enorme wolkendek, het gevoel dat het maar niet donker gaat worden en de gemoedelijke ‘alles moet kunnen’-sfeer. Weinig Nederlanders gespot dit jaar. Onbegrijpelijk, gezien het gebodene en de betrekkelijk korte afstand naar Nederland. Dat mogen er in 2017 wel weer meer worden.

Foto’s Steffen Jørgensen (Neil Young) en Jesper Mortensen (Tame Impala)

Gezien: 30 juni t/m 2 juli 2016, Roskilde, Denemarken

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

nieuws
Hüsker Dü

Hüsker Dü-drummer Grant Hart overleden

Triest nieuws. Hüsker Dü, een van de grondleggers van de hardcorepunk, is zijn drummer en co-songwriter Grant Hart verloren. Hart ...
album
Prophets Of Rage

Prophets Of Rage

De verrassing van Pinkpop dit jaar? Dat een stelletje veteranen zonder een album uit unaniem werd gebombardeerd tot hoogtepunt van ...
album
Foo Fighters

Concrete And Gold

Greg Kurstin produceerde! Paul McCartney speelt mee als drummer! Shawn Stockman van Boyz II Men doet zangkoortjes! Nog veel meer ...