concert

Verslag: Welcome To The Village 2016

Het is de dag na de aanslag in Nice als Welcome To The Village 2016 begint. Het Friese festival zweert bij de saamhorigheid die na traumatische gebeurtenissen plots de plaats van politieke verdeeldheid inneemt. Op de vierde editie van Welcome To The Village blijkt die saamhorigheid vooral te schuilen in diversiteit, of dat nu op het gebied van publiek of programma is. OOR doet verslag van een schattig en sfeervol festival, dat soms plots serieus en spannend is.


Vrijdag

Dat het een twijfelachtige eer is om een festival te openen, is in Leeuwarden niet anders dan in Landgraaf, Biddinghuizen of Hilvarenbeek. Het Britse trio Beaty Heart (Blessum, 17:00) vulde op Best Kept Secret nog de op-een-na-grootste tent, maar kijkt op Welcome To The Village tegen een lege Blessum aan. Het is vooral te danken aan de singles van het aankomende tweede album Till The Bomb dat die tent naarmate de set vordert wat voller wordt: in Raw Gold, Soft Like Clay en afsluiter Flora is de hand te ontwaren van producer David Wrench, die eerder werkte met Caribou, Jungle en FKA Twigs. Het programmaboekje is het met ons eens dat Beaty Heart ‘heerlijke dub voor in het donker maakt’. Waarom de band de dag opent in plaats van afsluit is daarom des te meer een raadsel. (DB)



Hun leeftijdsgenoten zijn waarschijnlijk afgereisd naar de stranden van Spanje, de bestemming van de jongens van Canshaker Pi (Ravenswoud, 19:00) is een strandje in Leeuwarden. Toch behoefte aan een liefdesverhaal uit Ibiza? Komt goed uit, want die hebben de Amsterdammers. Hitsingles waarop je kunt dansen? Volgens zanger Willem Smit valt Shanigua, dat vroeg in de set voorbijkomt,in die categorie. We zijn het roerend met hem eens, net als de drie Friezen op de voorste rij, die waarschijnlijk net zo oud zijn als de vaders van de hoofdstedelingen. Het doet er niet toe, want het speelse Canshaker Pi, dat zichzelf zelden serieus lijkt te nemen. De rammelrock van de groep wordt precies zo slecht gespeeld dat het nog goed is. Bassist Ruben van Weegberg heeft letterlijk en figuurlijk een centrale rol en houdt de boel samen met drummer Nick Bolland overeind. Canshaker Pi laat de heilige huisjes om zijn grondvesten schudden, maar staat zelf als een huis. (DB)



Het veld voor het hoofdpodium van Welcome To The Village lijkt meer op een oase dan op een woestijn, maar het hindert de Toeareg-rockers van Tinariwen (Bontebok, 19:30) niet. De band was rond de millenniumwisseling een van de eersten die de muziek van zijn gemeenschap op de wereldkaart zette en heeft het afgelopen decennium geen concessies gedaan, zo blijkt. In tegenstelling tot stamgenoot Bombino, dat vorige maand op Best Kept Secret speelde, flirt Tinariwen niet met Westerse harmonieën en reggae. Het maakt de muziek van het vijftal oorspronkelijker, maar ook wat minder aanstekelijk. Voornamelijk in het eerste deel van het optreden lijkt de sound wel heel erg de overhand te nemen over de songs. De nuance en het vakmanschap dringen niet tot iedereen door, zeker niet als het avondeten bezig is door te dringen tot de darmen. Het resulteert in een show waarin de hete bluesrock voornamelijk fungeert als opwarmertje en er op het podium meer gedanst wordt dan in het publiek. (DB)

Je ontmoet niet elke dag een Canadese frontman die in Berlijn woont en Indiase roots bezit. Toch is dat wel het laatste waaruit de kleurrijkheid van Arish Ahmad ‘King’ Khan en zijn Shrines blijkt. King Khan And The Shrines (Grootegast, 20:45) geeft geen concert, de negenkoppige band ís een fantastische freakshow én het leukste verkleedpartijtje ooit. Als Khan halverwege het optreden zijn glittermaatpak verruilt voor een zwart lycrapak met bontkraag en gaten op zijn billen, is het feest compleet. Kitsch? Nee, kunst! Onder de orgastische soul van het gekkenhuis gaat namelijk een serieus fundament schuil. Khan heeft een nummer voor transgenders, de Black Lives Matter-beweging en verwaarloosde kinderen. Een sitdown op de klanken van een orgasme is de climax, maar het voorspeel bleek minstens zo belangrijk. (DB)

Goed idee, zo’n sitdown, moet het Schotse Django Django (Bontebok, 22:00) gedacht hebben. De vrijdagheadliner maakt indruk met strak spel en samenzang en scoort met twee hitsalvo’s, aan het begin en aan het eind van de show. Al snel in de set volgen Shake And Tremble, First Light en Reflections van tweede plaat Born Under Saturn elkaar op. Het is echter oudje Default, dat we bijna een klassieker kunnen noemen, dat die sitdown en een moshpit weet uit te lokken op de voorste rijen. Die andere hit, Life’s A Beach, wordt vervolgens afgeraffeld, maar dat is eigenlijk de enige steek die het Schotse viertal laat vallen. De band voegt live een dansbare dimensie toe aan zijn gelaagde nummers. Toetsenist Tommy Grace swingt er zo op los dat hij zijn apparatuur bijna van zijn platform af-Shake and Tremble-d. Toegift Silver Rays is de ultieme revanche op de lege tent waar de band vorig jaar op Lowlands voor speelde en een teken dat die eerste headlineshow op Nederlandse bodem wellicht niet de laatste geweest zal zijn. (DB)

De overgang van Django Django naar Together Pangea (Ravenswoud, 23:30) is groot. Dat de Amerikanen geen knappe koppen hebben hoor je ons niet zeggen, maar hun rock is nog nét wat viezer dan de vlassige snorretjes op hun bovenlippen. Vanaf de eerste seconde van de show van het viertal vult de tent zich met crowdsurfers, moshpitters en tentpaalklimmers. Kortom, een gezellige drukte. Druk is de manier waarop Together Pangea zijn nummers afwerkt allerminst. Zonder poespas vuurt het viertal zijn tracks op het publiek af. Nieuw nummer? De moshpit, die de tent inmiddels letterlijk laat schudden, is er niet minder om. Iedere keer als we denken dat Together Pangea even het rempedaal benut blijkt dat slechts de koppeling en schakelt de band door naar een nóg hogere versnelling. In een show zonder dieptepunten dienen de hoogtepunten eigenlijk afgemeten te worden aan de grootte van de chaos in de tent, maar qua schoonheid komt geen enkele song in de buurt van het allesbehalve deprimerende Depress. (DB)

Zaterdag

Het is aangenaam wakker worden met het Utrechtse Bewilder (Bontebok, 13:30). De groep rondom cultfiguur in wording Maurits Westerik put uit een wat ouderwets gitaargeluid, maar er is niets roestigs aan de manier waarop dat geluid wordt gebracht. Eigenlijk zijn er zelfs in de Verenigde Staten weinig bands die de Amerikaanse sound zo fraai arrangeren als Bewilder, dat zijn naam vooral in het staartstuk van de set eer aandoet. Forza (It Is) is het hoogtepunt, maar Bewilder toont zich eigenzinnig en veelzijdig en laat met het nieuwe Whem I’m Gone horen dat de songs het allerbest zijn wanneer ze simpel zijn. (DB)

In twintig jaar speelde Meindert Talma (Ravenswoud, 14:15) twaalf albums bij elkaar en toch noemt de 47-jarige liedjesschrijver uit het Friese Surhuisterveen zichzelf ‘Nederlands onbekendste popster’. Dat getuigt van zelfspot. Als iemand Meindert Talma niet al te serieus neemt, dan is het Meindert Talma zelf wel. Daarom stelde hij voor de gelegenheid een greatest hits-set samen, vol onbekende liedjes uit eigen discografie. Elk nummer wordt door Talma, verscholen onder een Michael Gira-achtige cowboyhoed, aangekondigd alsof het de grootste hit is van allemaal. De bezoekers reageren enthousiast op de absurdistische liedjes vol gortdroge teksten met referenties naar religie en de eigen (familie)geschiedenis, gezongen in het Fries. Zo zien we dat graag. (DK)

All We Are (Bontebok, 16:00) houdt van Friesland. Het Britse drietal speelde zijn derde show ooit in een Fries schoolgebouw en staat al voor de tweede keer op Welcome To The Village. Dat de band hard aan de werkt timmert, moge duidelijk zijn. Aan de sound mankeert dan ook niets, aan de songs wel. Als singles Keep Me Alive, I Wear You en Feel Safe, allen met fraaie samenzang opgeluisterd,in het begin van de set voorbij komen, lijkt All We Are zijn kruit wat te vroeg verschoten te hebben. Als het dan ook nog begint te regenen, dooft de vlam definitief. Die tweede plaat kan niet snel genoeg komen. (DB)

Amigos Holanda! scandeert de gitarist van Los Pirañas (Blessum, 16:30) vol overgave wanneer de band één nummer onderweg is. De drie knotsgekke Colombianen zijn dan nog niet in de harten van de festivalbezoekers gesloten, maar de voortekenen zijn goed. Net als tijdens Into The Great Wide Open vorig jaar, waar Los Pirañas een veelbesproken optreden gaf, regent het inmiddels in het festivaldorp. De exotische cocktail van funk, jazzrock en afrobeat is gelukkig waterbestendig. De drie piranha’s blinken uit in de soms onnavolgbare tempowisselingen, waar hun liedjes bom- en bomvol mee zitten. Tussen snel en snelst zitten een stuk of tien versnellingen, zo leren we. Je zou denken dat zo’n hyperactieve act op den duur tegen gaat staan, maar niets is minder waar. Band en publiek groeien per liedje dichter naar elkaar toe dankzij de bizarre, futuristische feestjams. We gaan er met de minuut ongecontroleerder van dansen. (DK)

S.T. Cordell (Grootegast, 17:15) is een groep die durft te breken met verwachtingen. Dit elektronische krautrockkwintet bestaat uit oude bekenden uit de Eindhovense undergroundscene. Meest opvallend is de aanwezigheid van voormalig folkduo Woody & Paul, dat in deze bezetting flink uit zijn comfortzone stapt. Woody zingt als een bezeten priester in leren jas, Paul ragt net zo nonchalant op zijn basgitaar als bijvoorbeeld Peter Hook. Minstens even opmerkelijk: de band speelt niet op het podium, maar in het midden van de zaal, in een cirkelopstelling. We horen zweverige synths, vervormde vocalen en gesamplede stemmen van nieuwslezers. Voor fans van New! en Boards Of Canada dus. Gaandeweg wordt het drukker rond het vijftal en zien we een geboeid luisterend publiek. (DK)

Het begint bijna een traditie te worden; een uitlopende sound check bij Black Mountain (Grootegast, 19:45). Een uitgebalanceerd geluid is bij een band als deze dan ook onmisbaar. Op laatste plaat IV weer de kenmerkende kruisbestuiving van psychedelische popliedjes en opzwepende stonerrock. Dat bandleider Stephen McBean met deze aanpak waarschijnlijk geen originaliteitsprijs in de wacht gaat slepen, is een understatement. Daarvoor zijn er ook live simpelweg teveel referenties naar bands als Black Sabbath en Spaceman 3. Toch is het langgerekte, met monsterriffs beklede Mothers Of The Sun een van de meest overweldigende nummers van dit kalenderjaar en ook vandaag krijgt het een glansrijke uitvoering. Toch slaagt de band er niet in om deze sfeer tijdens het hele concert vast te houden. Hoewel de band vandaag in goede doen is, hinkt het optreden nog teveel op twee gedachten. Een weergaloze rockshow of toch zweverig experiment? Vijf kwartier blijkt met veel stuurloze jams voor bezoekers toch een brug te ver. Black Mountain eindigt voor een schrikbarend lege tent. Zonde. (DK)

Een van de grootste beloftes van het festival begint in een van de leegste tenten die we het hele weekend tegenkomen. Loyle Carner (Ravenswoud, 20:00), die door zijn mama gewoon Benjamin wordt genoemd, heeft nog niet veel fans in Frieland. Dat is niet zo gek, want de jongeling heeft pas drie singles op zak. Die singles zijn overigens de fraaie hoogtepunten van zijn korte set. Loyle Carner heeft een uniek geluid binnen de Britse rapwereld, die wordt gedomineerd door harde grime. Nee, Carner lijkt qua flow veel meer op Amerikaanse hiphoppers als Kendrick Lamar en Drake. De Brit toont zich daarnaast een begenadigd freestyler, een element dat het publiek met enthousiasme ontvangt en dat voor wat variatie binnen een verder wat eentonige show zorgt. Loyle Carner heeft nog een lange weg te gaan, maar zijn bestemming ziet er nu al betoverend uit. (DB)

Het begint net fris te worden op Welcome To The Village, maar zaterdagheadliner The Boxer Rebellion (Bontebok, 21:15) is allang onderkoeld. Op plaat zijn de nummers van het Britse kwartet subtiel, op het podium zijn ze vooral saai. Rebels is het bepaald niet en in de buurt van een knock-out komt The Boxer Rebellion geen moment. Met No Harm en New York is de tweede helft van het optreden aanzienlijk beter dan de eerste, maar ook dan voelt de show nog gedwongen en passieloos aan. Die zakelijke aanpak werkt bij fans waarschijnlijk geweldig, maar het publiek van Welcome To The Village moet nog overtuigd worden. Dat gebeurt niet. Het is tekenend dat de band aan het eind van de show liever één “super long extended version” speelt dan twee nummers. ‘The Netherlands provide us with a career’, zegt frontman Nathan Nicholson. Geniet er van zolang het kan, jongens. (DB)

Vier prima platen maken en toch onder de radar blijven, Die Nerven (Ravenswoud, 21:30) kan erover meepraten. Toch zingt de bandnaam in het livecircuit al even rond. Terecht, leren we op zaterdagavond. Deze drie jongens maken dreigende postpunk vol referenties naar de jaren tachtig in New York. Wacht, dat is toch een uitgekauwd genre? Absoluut, maar Die Nerven houdt het fris. De band laat dwarse basloopjes samengaan met dissonante gitaar en Duitstalige teksten. Zo jong als de band eruit ziet, zo volwassen is hun muziek. Die Nerven klinken compromisloos en boos, maar dat zijn de drie jochies in wezen niet. Met een grijns van oor tot oor snauwt frontman Max Riecher zijn venijnige observaties de Ravenswoud in. Het publiek smult en blijft de band drie kwartier trouw. Een uitstekende liveact, mede door het gevarieerde songmateriaal. (DK)

Met Suuns (Grootegast, 23:45) heeft de festivalorganisatie een bijzondere boeking in handen. Een unieke band, die op Welcome To The Village zijn enige Nederlandse zomershow doet. Deze vier mystieke muzikanten, waarvan vijf kwartier enkel de silhouetten op het podium te zien zijn, doen geen concessies. Suuns hekelt vaste songstructuren en haalt het mooiste uit het lelijkste. Met andere woorden: de Canadezen schuren, wringen, botsen en beuken. Het geluid is regelmatig kakofonisch, vaak furieus en vrijwel continu ongegeneerd dansbaar. Dat laatste is een interessant gegeven, want de minimale aanpak van Suuns ontwikkelt zich steeds meer richting techno en dub. Klinkt op papier misschien wat plat, maar is dat in de praktijk verre van. Suuns past steeds beter in het bruisende nachtleven. De halfvolle tent gaat daar lekker op. Zo goed dat je gaandeweg het gevoel krijgt dat je in een club staat in plaats van naar een band kijkt. Na de bevreemdende opening gaan mensen overstag, maar vrolijk is dat feest echter niet. Suuns serveert een heftige en intense set, die zwaar is vanwege het volstrekt experimentele karakter ervan. Soit: Suuns is een wereld op zich, die na het uitbrengen van het intrigerende Hold / Still in april, ook live de nodige meters heeft gemaakt. (DK)

Zondag

De bekendste kop van de zondag? Die zien we al vroeg op de dag, tijdens het concert van Remy van Kesteren (Blessum, 13:00). Van Kesteren is van huis uit klassiek geschoold harpist, zijn deelname aan het populaire tv-programma Wie is de mol? is een slimme carrièrezet gebleken. Zo weet hij verrassend veel mensen op de been te brengen zo vroeg op de dag. De harpist wil een brug slaan tussen pop- en klassieke muziek. Op papier een pretentieuze benadering, maar van Kesteren slaagt er wonderwel in. De band speelt opzwepend en met de bravoure van een rockband. Het publiek luistert geïnteresseerd naar de aanzwellende composities, met van Kesteren als aanvoerder vanachter de (delta)harp. Het geheel heeft een bezwerende uitwerking, verwant aan de filmische composities van Philip Glass. Avontuurlijk, maar niet onnavolgbaar. Bovendien blijkt van Kesteren naast een begenadigd muzikant, ook een aangename gastheer met gevoel voor humor. Missie geslaagd. (DK)

Op zondag komen de weersvoorspellingen eindelijk uit: het is zonnig en warm in het festivaldorp. Komt goed uit, want Jake Isaac (Bontebok, 14:00) heeft de perfecte muziek voor die omstandigheden. De charismatische Brit heeft een bloedhete soulstem die het onderscheidende element is in zijn dertien-in-een-dozijnfolk. Zijn twee bandleden dragen bij aan het geluid, maar het zijn vooral Isaacs charmes die van hem de ideale festivalact maken. Hij heeft het publiek volledig op zijn hand, klautert tijdens de toegift het podium af en voert op het volle veld Bonnie Raitts I Can’t Make You Love Me a capella uit als een ware gospelpredikant. De zanger maakt van de gelegenheid gebruik om een show in poptempel Paradiso aan te kondigen; ook die kerk zal Jake Isaac waarschijnlijk moeiteloos vol krijgen. (DB)

Doorgewinterde concertbezoekers zagen het Vlaamse Mountain Bike (Ravenswoud,14:15) al eens voorbijkomen als voorprogramma van Afterpartees. Daar kon de band precies doen wat je ze gunde; veel spelen en ervaring opdoen. Destijds stonden ze in ondergoed op de bühne, inmiddels heeft Mountain Bike die ongein niet meer nodig. De prettig onstuimige garagepopliedjes hebben genoeg smoel om te boeien, wat vooral komt door de snerpende en quasi-verveelde stem van de frontman. De wat opgefokte bandleider komt slechts tot de schouders van zijn bandmaten, maar is in hoge mate bepalend voor het charmant rammelende geluid van de band. Mountain Bike is het Vlaamse antwoord op Black Lips en Thee Oh Sees, maar dan in mellow modus. (DK)

Welcome To The Village? Welcome To The Sixties! Of nou ja, eigenlijk horen we net zo veel Jake Bugg en Miles Kane als The Beatles op het podium. Dat maakt overigens niets uit, want Max Meser (Grootegast, 15:15) beschikt over nummers die Buggs meest recente plaat best wat hadden opgeleukt. Zoveel is al duidelijk voor singles One Day en Weak For Love tegen het eind van de set voorbij komen. Meser kan niet alleen terugvallen op zijn songs, maar ook op zijn ijzersterke begeleidingsband. Met gitarist en boezemvriend Isaac Wadsworth zegt Meser een Lennon/McCartney-verhouding te hebben. Als de stemmen en de gitaren van de twee versmelten zijn die twee legendes, maar ook The Last Shadow Puppets inderdaad niet ver weg. Des te knapper is het dat bassist Mano Hollestelle en drummer Gini Cameron (gevalletje lacht lief, slaat stevig) er af en toe in slagen de show van Mister Max te stelen. (DB)

Je zou zeggen dat iedereen ondertussen wel weet dat Lonely The Brave-frontman David Jakes er niet bepaald dol op is om in de spotlight te staan. Toch staat de microfoon die voor de zanger van het Britse vijftal bestemd is staat pontificaal tussen de monitoren. Zou het dan toch? Welnee, het eerst wat Jakes doet is die standaard een goede twee meter naar achteren verplaatsen. En gelukkig maar, want zijn mysterieuze voorkomen zorgt voor een fascinerend contrast met zijn stem, de sterkhouder van Lonely The Brave (Bontebok, 19:00). Hij moet hem uit zijn tenen halen soms, die groots galmende stem die als een sloopkogel korte metten maakt met iedere gitaarmuur. Gelukkig is het bij de boomlange Jakes nogal een stuk van zijn tenten tot zijn stembanden; de zanger en zijn zang laten elkaar geen moment in de steek. Het zonnetje schijnt nog altijd in Friesland, maar juist in de schaduw van de stem presteert Lonely The Brave het te excelleren. Nieuwe singles als Radar en Black Mire, die de band al snel speelt, zijn fraaie toevoegingen aan de set, maar zorgen bovendien voor een hernieuwde passie bij de uitvoering van oude favorieten als Trick of the Light, Backroads en afsluiter The Blue, The Green. Die pure passie is hét handelsmerk van de band die zijn derde show in drie dagen kan spelen alsof zijn leven ervan afhangt: strak, maar geen seconde saai. (DB) 

Welcome To The Village is een waar familiefestival. Kinderen mogen gratis mee naar binnen en voor de jongste festivalbezoekers valt er veel te beleven op het speels opgezette festival. Toch kijkt een jong knaapje, Tren, van acht lentes oud, op de eerste rij bij Protomartyr (Ravenswoud, 20:15) stierlijk verveeld. Joe Casey, de veelbesproken en mistroostige bandleider van dit viertal uit Detroit, zoekt regelmatig contact met Tren. Deze glimlacht flauwtjes en trekt soms iets dat op een gekke bek lijkt. Casey kijkt vriendelijk naar zijn jongste bezoeker en knipoogt voordat hij het woedende The Hermit inzet. Neen, Protomartyr is veel, maar geen gezellige familieband. De verwoestende post-punk is duister en opgefokt, geïnspireerd door de The Fall. Casey is de blikvanger van de band, een wonderlijke verschijning, gekleed alsof hij de saaiste kantoorbaan ooit heeft. Terwijl de rest van zijn, meer dan uitstekende, band continu opzwepend speelt, blijft Casey de rust zelve. Hij praat-zingt, of liever brult, schijnbaar arrogant tijdens de liedjes, rookt en drinkt wanneer hij even niets hoeft te doen. Tijdens culthits als Dope Cloud, The Devil In His Youth en Why Does It Shake? slaan de vonken over, maar staat de tent niet in vuur en vlam. Liever zie je deze band in een klein, zweterig tentje, waar enkel liefhebbers verenigd zijn. Dat de band hier ietwat misplaatst staat, weet Protomartyr zelf ook: ‘We’re playing on a lake, on a lake… so sadly’, verzucht Casey sarcastisch. (DK)

Zoals vaker dit weekend is het veld schrikbarend leeg wanneer afsluiter 2ManyDJs (Bontebok, 21:15) aantreedt. Dat is ergens wel kenmerkend voor Welcome To The Village. Regelmatig wint de ongedwongen vakantiesfeer het van de goede muziek. Toegegeven: de broertjes Dewaele, ook bekend als kern van Soulwax, zijn anno 2016 ook de relevantste niet meer in de dancewereld. Bezoekers krijgen een basic dj-set voor huisvaders, door huisvaders. Geen lichtshow of andere rare fratsen; gewoon twee man achter de knoppen die hun fantastische smaak ten toon spreiden. Plaatjes worden virtuoos aan elkaar gemixt, met een geluid dat ergens tussen gedateerd en tijdloos in zit. In de basis laat 2ManyDJs hier naar house lonkende disco horen, vol soul en funk. Regelmatig mag de beuk erin, maar er zijn ook veel aanknopingspunten die deze set prettig toegankelijk maken. Zo passeren er onder meer met gejuich ontvangen remixen van David Bowie, MGMT, Daft Punk, The Prodigy, Jungle, C+C Music Factory en – voor de gelegenheid – Django Django de revu. Gaandeweg horen steeds meer mensen dat het goed is en dat ze hier moeten zijn om af te dansen. Het levert op de valreep nog een bijzonder festivalmoment op, dat de climax beleeft met achtereenvolgens New Orders Blue Monday en de Soulwax-remix van Let It Happen van Tame Impala. Het publiek laat zich zelfs verleiden tot een ongevraagde sit-down. Als de bas erin komt dansen we massaal de laatste energie uit onze benen. Het lijkt geheel langs de broertjes op het podium heen te gaan, want pas na anderhalf uur – na verrassende afluister 32 Jaar van Doe Maar – wenden ze zich voor het eerst tot het publiek. De grijns van het duo spreekt boekdelen. Zo’n grijns verdient een sympathiek en liefdevol festival als Welcome To The Village. Inderdaad een plek waar je op voorhand al heimwee naar hebt. (DK)

Door Dirk Baart & Daan Krahmer / Fotografie: Marcel Poelstra

Gezien: 15 t/m 17 juli, Welcome To The Village, Leeuwarden

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

nieuws

Word lid van Club OOR en kies je welkomstgeschenk!

Als je nu een abonnement neemt op OOR, word je niet alleen automatisch lid van Club OOR - waarmee je jaarlijks ...
album
Courtney Barnett & Kurt Vile

Lotta Sea Lice

De eerste single van de andere Courtney en Kurt, Over Everything, was de perfecte synthese van beider stijlen: aanstekelijk eigenzinnig ...
winactie
The Waterboys

Tickets voor The Waterboys in AFAS Live

Op woensdag 15 november staan de folkrockers van The Waterboys in AFAS Live. En jij kunt daarbij zijn, want OOR ...