Fuck fat hoes like Adele! Zo begon je in 2013 blijkbaar een duurzame muziekcarrière. Deze lyrics, samen met een hoop andere fronswaardige one-liners, zijn te horen op Ginseng Strip 2002; een hoogmoedig cloudrapnummer dat in een mum van tijd ontplofte en in totaal 119 miljoen keer werd bekeken op YouTube. Op Spotify staat de teller op 351 miljoen streams – zo’n 33 miljoen meer dan When Doves Cry, om een voorbeeld te noemen. Ondanks zijn puberale start, slaagde de Zweedse muzikant Yung Lean (29) erin zich te ontwikkelen tot een gerespecteerd artiest die niet weg te denken valt als één van de vroege pioniers van moderne, productiegeoriënteerde popmuziek.
Jonatan Leandoer is al jaren een van de meest interessante artiesten in de alternatieve muziekscene. Hij groeide op in Stockholm en werd op 17-jarige leeftijd wereldwijd bekend als hiphopartiest, uiteindelijk resulterend in zeven studioalbums, zes EP’s, een waslijst aan samenwerkingen met onder meer Charli XCX, FKA Twigs, Kanye West en Travis Scott. Na jarenlang worstelen met een zware drugsverslaving en psychiatrische problematiek, ging de bekende lichtvoetigheid in zijn werk voor een groot deel verloren, maar nooit helemaal.
Yung Lean is meer een internetfenomeen dan een artiest die je gewoonlijk in OOR tegenkomt. Veel van de muzikale elementen in Leans werk staat echter aan de basis van het herkenbare experimentele, elektronische geluid van Oklou, FKA Twigs en Sega Bodega. Met nummers als Blommor (intro), Red Bottom Sky, Sandman en bender++girlfriend wist Lean dit geluid zo’n tien jaar geleden al te introduceren.
Ook de Zweedse muzikant Bladee, met wie hij van jongs af aan samenwerkt, is een belangrijk pioniersfiguur binnen deze subgroep, die (net als Lean) nog steeds verschijnt op albums als Charli XCX’s Brat (2024) en Oklou’s choke enough (2025); de hedendaagse poppioniers die met hun eigen ombuigingen van deze stijl eindelijk de hitlijsten weten te veroveren.

In 013 liet Yung Lean op 19 november zien hoe een artiest binnen één liveshow op een slimme manier kan afwisselen tussen de beginjaren en het huidige muzikale hoofdstuk. Hij blijft gedurende de show hetzelfde artistieke fenomeen dat hij altijd was, zonder tussen verschillende stijlperiodes zijn authenticiteit te verliezen.
De set blijft nummer voor nummer dicht bij zijn eigen, typerende geluid: sterke producties met hiphopinvloeden, een stem die uit duizenden te herkennen is en een ongelofelijke starfactor. Nummers uit zijn vroege cloudrapperiode worden ondersteund door een krachtige band, die vanachter een wit doek tevoorschijn komt en extra dimensies toevoegt aan tracks als hotel in minsk (2016) en Yayo (2020) – die beter klinken dan ooit. Ze zijn volwassener, opgegroeid – zowel de nummers als Yung Lean zelf.
Zweeds is Lean’s eerste taal, wat zijn beheersing van de artistieke mogelijkheden binnen het Engels alleen maar indrukwekkender maakt. Dit klinkt wellicht overdreven voor iemand wiens carrière begon met absurde rapnummers, maar daar zijn we allang voorbij. De meerwaarde ligt nu voornamelijk in de constante ontwikkeling van zijn futuristische geluid, zijn nauwkeurig opgebouwde verhaalwerelden en de taalkundige behendigheid die nodig is om uit de duizenden manieren waarop je hetzelfde kunt zeggen de meest pakkende zinnen te kiezen. Zijn laatste album Jonathan (2025) daagt zoals gewoonlijk de genreconventies van de popmuziek uit en verspringt, zoals de rest van zijn oeuvre, continu van hot naar her.


Als je het eerste half uur 013 binnenwandelt, beland je in een alternatieve rockshow, compleet met haastige drums en zinderende gitaren met bangers als I’m Your Dirt, I’m Your Love (2025) en herinterpretaties van zijn oude rapnummers. Tien minuten later sta je in een fluogroene trap-moshpit, terwijl je het laatste kwartier in een emotioneel pianoconcert belandt, waar Lean het nummer Agony (2017) en een prachtige synthversie van Yellowman (2017) brengt zonder bandbegeleiding. Hij zingt ze simpel en nostalgisch en introduceert ze met de woorden ‘This song is from Jonathan Leandoer, not Yung Lean. It’s gonna get a bit emotional in here.’
Lean weet als geen ander feilloos tussen muziekstijlen te wisselen, van hiphop tot rockachtige samensmeltingen van pop en alternatieve r&b. Van de slimme maar verteerbare woordspelingen in zijn vroege werk tot zijn huidige, volgroeide identiteit en van de overgang van pure hiphop naar een mix van bijna elk ander genre. Hiermee bleef hij de populariteitspiek van opkomende muzikale trends ruim voor. Dat verdient erkenning, ook in een blad als OOR.
Gezien: 19 november 2025 in 013, Tilburg
Fotografie: Aline J.M. Janssen