Yungblud is als Hercules, de mythische held die in zijn dadendrang welhaast bergen kon verzetten. Het was namelijk bijna onmenselijk hoe Dominic Harrison tekeer ging op het podium aan het begin van de slotavond van Pinkpop. Maar hoe zat het eigenlijk met de muziek?
Even feiten eerst: Yungblud is een absoluut fenomeen. Vanaf de eerste tel van zijn zestig minuten durende set gaat het hele veld van Megaland plat. Elk commando wordt opgevolgd. ‘Handen omhoog!’ klinkt het wel duizend keer, maar Pinkpop weigert zich nimmer over te geven. Yungblud houdt van Nederland, schreeuwt hij, en dat wel tot twintig keer toe.
En dan die uitstraling. In alles is Yungblud de rockgod die hij wil zijn. Weg zijn schotse kilt en roze sokken die hij twee jaar geleden nog droeg. Nu hangt zijn strakke leren broek op zijn heupen, als ware hij Mick Jagger himself. Hij schudt zijn achterste nog maar eens, wat bij de voorste rijen bijna voor een appelflauwte zorgt.

Druk tot de tiende macht is deze man, zeker als hij met sigaret op de mond tussen de vakken in doorloopt, onderweg enkele meiden op de wang kust, een paar gasten knuffelt, en passant een handtekening op een foto zet en daarna het publiek induikt, waar hij letterlijk op handen wordt gedragen.
Muzikaal gezien is Yungblud minder indrukwekkend. Opener Hello is een bohemiaans epos, maar dan wel een track die Queen niet op A Night At The Opera zou hebben gezet. En My Only Angel, de samenwerking met Aerosmith, mist door de afwezigheid van Steven Tyler logischerwijs de draagkracht die het op plaat wél heeft. Tylers vocalen – en stiekem ook een paar zangpartijen van Yungblud zelf – komen van een tape. Was er dan geen achtergrondzanger te vinden die even kon instappen?


Oudje Fleabag wordt zoals verwacht een meezingfeest, met glansrol voor bezoeker Jim die de ritmegitaar mag bespelen. Volgens Yungblud-recept worden alle mogelijke participatiemomenten die zich maar zouden kunnen voordoen, ook optimaal benut. Daardoor worden nummers van drie minuten soms onnodig lang opgerekt. Met twaalf nummers is deze subheadlinerset dan ook wat aan de karige kant.
En dan net wanneer je wilt opschrijven dat het qua performance buitengewoon was, maar muzikaal gezien wat tegenviel, pakt Yungblud je met boter en suiker in. Alles, maar dan ook alles wat de Brit normaliter over de menigte uitschreeuwt, balt hij nu samen in ijzingwekkend mooie vocalen in Black Sabbath-cover Changes. Het kruis aan de halsketting die hij van The Prince Of Darkness kreeg, is er de stille getuige van dat het goed was. Absoluut een van de hoogtepunten van dit festival.

Vanaf dat moment kan Yungblud ook bij de grootste mopperkont niks meer fout doen. Loner zet het veld nog maar eens op zijn kop en tijdens de gedragen powerballad Zombie – het slotnummer – wordt meegezongen en -gezwaaid alsof het Robbie Williams’ evergreen Angels betreft.
Grote winnaar van deze Yungblud-show is het Pinkpop-publiek, dat massaal naar de South Stage is gestroomd en overladen wordt met een bak energie zoals die dit weekend alleen nog maar door Code Oranje-onweersbuien over hen heen is gekieperd. De lat ligt hoog voor de acts die nog moeten volgen, in het bijzonder voor het orgelpunt van deze laatste dag: Foo Fighters. Of hebben we die climax nu net beleefd? Hoe dan ook: succes, Dave!
Gezien: Pinkpop 2026, za 19.35 uur (South Stage)
Fotografie:Â Lisa Hussaarts
