concert

De zaterdag en zondag van Le Guess Who?

Het is druk op Le Guess Who? Het festival is allang geen geheim meer en dat heeft zijn voor- en nadelen. Steeds meer is Le Guess Who? het Eurosonic voor alternatievere acts. Dat is mooi, want zo is er veel belangstelling voor bands die normaal gesproken zalen van dit formaat niet vol zouden krijgen. Dat weten de bands zelf ook en daarom geven ze in Utrecht vaak net dat beetje extra. Le Guess Who? spreidt zich dit weekend uit door het hele centrum van Utrecht, maar de meeste bezoekers klitten toch samen in TivoliVredenburg, het epicentrum van het festival.

Op zaterdag schalt Impossible Germany van Wilco er door de grote zaal. Als Kevin Morby (19:30, Grote zaal) aan zijn set begint zien we opeens een gelijkenis. Zijn City Music lijkt op het eerste gehoor een lieflijk gitaarliedje, ontaardt in de tweede helft ook in duellerende gitaristen en een full-band climax. Het is veruit het interessantste nummer van zijn laatste plaat. Hier zie je waarom hij amper tijd nam om zijn doorbraakplaat van vorig jaar op te volgen: een nieuwe plaat is een nieuwe reden om weer op tournee te gaan. Het geheim van Kevin Morby is dat hij geen geheim heeft. De Amerikaanse troubadour kijkt zijn sound slim af bij anderen: vooral het praatzingen van Dylan (ieder nummer) en de jongens-meisjes zang van Pixies (zoals in matige Crybaby). Na jaren buiten de spotlights hebben gespeeld, als bassist van Woods bijvoorbeeld, neemt hij zijn rol in de spotlights uiterst serieus. Van meeslepend rocken tot nonchalant croonen; live is Morby op zijn best. (DK)

Een jaar voordat Jonny Greenwood naar India ging om het invloedrijke Junun op te nemen met Shye Ben Tzur & The Rajasthan Express, daalt James Holden af naar Marrakech, waar hij samen met Maâlem Houssam Guinia & Band (20:25, Ronda) de EP Marhaba opneemt. Met James Holden als een van de curatoren kan het niet anders dat Maâlem, zoon van Mahmoud, legende in de Afrikaanse Gnawa-traditie, het LGW-podium betreedt. Samen met zijn band wordt er een poging gedaan om het publiek te hypnotiseren. Strakke, repetitieve ritmes als basis en een trance verwekkende guembri-partij van Maâlem daarbovenop. Het is onaantastbaar. Het spirituele schouwspel dat zich ontvouwt op het podium lijkt lang niet bij iedereen weerklank te vinden. Er zijn twee kampen, grofweg verdeeld in zij die staan en zij die zitten. Het zittend publiek nog te futloos om mee te klappen, terwijl het andere, de cirkel vooraan bij het podium, volledig opgaat in de tribal ritmes. Wilde pogingen worden gedaan om het hele publiek in diezelfde mindset te krijgen. Lijkt het publiek in te kakken, dan vliegt één van de vier dansers/percussionisten weer naar voor, springt, legt zijn enkels naast zijn oren, ontvangt een muur van gejuich, stapt weer terug en alles vervalt weer in het repetitieve. (NV)

Shabazz Palaces (20:50, Pandora) is de enige hiphopact op gitaarlabel Sub Pop en het duo doet inderdaad net alles even anders. Het is dringen voor de curators. Twintig minuten voor aanvang staat de zaal vol. Terecht, want tijdens vorige passages kwam Shabazz Palaces nog wel eens slordig voor de dag, nu is het vage en concrete in heerlijk evenwicht. Het speelplezier spat eraf. Vooral rapper Ishmael Butler klinkt speelser en scherper dan tijdens zijn middelmatige show met Digable Planets tijdens LGW vorig jaar. Shabazz Palaces focust hier op een surrealistische totaalbeleving met sciencefiction projecties, synchroon dansjes en futuristische outfits. Bekendere tracks zijn slechts schakelingen in het hele verhaal dat de band probeert te vertellen. Heerlijk dat acts als deze zo hun eigen ding doen en blijven doen. (DK)

Robert Aiki en Aubrey Lowe zeggen af wegens een gecancelde vlucht en er wordt een beroep gedaan op Colin Benders en Maarten Vos (21:15, Hertz). Waarom niet? Ze wonen immers om de hoek. Colin Benders kennen we als Kyteman, de dirigent van The Kyteman Orchestra. Een muziekgroep die plots van de aardbodem verdwenen leek te zijn. Waarom? Colin kon zijn ei niet kwijt. Vastgelegde composities deden het niet voor hem en andere muzikanten dan hijzelf konden nooit de vinger leggen op wat hij wilde. Hij ging in celibaat, of ja, hij verzoende zich met een analoog modulaire synthesizer. Een haast oncontroleerbaar beest. Maar Colin temt hem. Laag voor laag bouwt hij een nummer op dat de hele set lang duurt. Alsof hij een leven creëert. Of eerder, een stad bouwt. Het klinkt namelijk behoorlijk dystopisch allemaal. Maarten Vos, van nature cellist, klinkt op de synthesizer met vlagen als Vangelis, waardoor er een logisch verband ontstaat tussen deze set, haar dystopische karakter en Blade Runner, want ja, daar schreef Vangelis de muziek voor. Het optreden zou een film kunnen zijn geweest, als het publiek wat meer had geluisterd in plaats van het weekend te bespreken. Desalniettemin leveren de twee een zeer respectabele set af. Na afloop vijf minuutjes bijkomen is geen overbodige luxe. (NV)

Als je TivoliVredenburg even ontvlucht komt je in een oase van rust. In Theather Kikker speelt zo Julie Byrne (21:40). Van te voren worden mensen die op de vloer zitten aangespoord om ruimte te maken en te gaan staan. Julie Byrne laat ze meteen weer zitten. Haar verstilde indiefolk past ook het beste in een zitsetting. Oordoppen zijn voor de verandering niet nodig: Byrne hoeft haar wonderlijke stem niet te verheffen om luisteraars af te dwingen. Ze zingt op een fluistertoon, zoals Vashti Bunyan ook mooi kan. Eerst solo, daarna met een violist en toetsenist. De drie musiceren nauwkeurig tot op de vierkante millimeter. Het publiek blijft keurig stil, klapt opvallend zachtjes, maar overstemd Byrne na ieder prachtig liedje. Een indrukwekkend talent. (DK)


Hoewel niet zo indrukwekkend als het spektakel dat ondertussen in TivoliVredenburg gaande is. Saxofonist Pharoah Sanders (21:40, Grote zaal) werd muzikaal opgevoed door John Coltrane en is inmiddels 77 jaar oud. Dat zie je: hij strompelt, beweegt zich traag over het podium en moet regelmatig even gaan zitten om energie bij te tanken. Dat hoor je absoluut niet: Sanders blaast de sterren van de hemel. Soms heel melodisch, dan weer opgefokt en agressief. Het moment dat hij staat te rammend op de toetsen van zijn saxofoon is bijzonder, de momenten dat hij plotseling een verbijsterende toon blaast wonderbaarlijk. Ongelofelijk hoeveel tonen en emoties hij uit zijn instrument haalt. Het resultaat van zeven decennia op hoog niveau musiceren. Toch oogt een Bob Dylan live vitaler Er staan wat liefhebbers, meer mensen voor wie Sanders een ontdekking is. Naarmate zijn uithoudingsvermogen naar het einde toe minder wordt, wordt de sfeer in het publiek steeds extatischer. De drummer, pianist en bassist spelen opzwepend, maar Sanders blaast iedereen naar huis. Zijn opstaan zorgt voor euforie, het aanraken van zijn saxofoon steevast voor magie. Wij zijn trots dat het LGW gelukt is deze jazzlegende te verwelkomen. (DK)

Voor Jambinai (22:30, De Helling) moeten we lopen naar De Helling. Een haastige tocht vanwege het 15-minuten tijdslot tussen hen en Colin Benders, maar wellicht het beste besluit van de avond. Ze mixen post-rock en Zuid-Koreaanse traditionele muziek. Dat laatste houdt vooral in dat ze de piri, de geomungo en de taepyeongso gebruiken, traditionele Zuid-Koreaanse instrumenten.De taepyeongso, platweg een kruising tussen een klarinet en een trompet, klinkt als een stervend paard. Dat is niet denigrerend bedoeld. Het versterkt juist waar zanger Ilwoo Lee over zingt. Hij vertelt over de Sewol Ferry Disaster, een ongeluk waarbij een veerboot kapseisde en meer dan driehonderd mensen om het leven kwam. De waarheid werd stilgezwegen. De inzet van They Keep Silence, de laatste track van meest recente plaat A Hermitage, komt daardoor net wat harder binnen. Ook hier weer die urgentie, dit keer door het spel van Eunyong Sim op de geomungo. Het opvallendste aan de set is dat iedere track doorspekt is met emoties van pijn, verdriet en woede, maar dat Lee en consorten hun blik strak houden en met volle focus telkens weer opnieuw de strijd aangaan. Hoogst indrukwekkend. En dat ze 25 minuten voor tijd hun laatste nummer aankondigen wordt ze vergeven wanneer ze de set afsluiten met het prachtige Connection. Fenomenale band. (NV)

De zondagmiddag is op z’n flauwst gezegd drukbezocht. Voor de show van Aldous Harding (17:20, Aula Academiegebouw) is de zaal al gevuld, maar staat er nog steeds een rij van de aula naar de voordeur en van de voordeur naar het midden van het Domplein. Binnen vonden vooraf al Harry Styles-achtige taferelen plaats. Neen, geen 65-urige slaappartijtjes voor de ingang. Wel springen en klauteren over stoelen om een zitplaats te bemachtigen. De gelukkigen mét stoel horen het wel stukken beter. Het diepe, met lucht bevangen stemgeluid van de Nieuw-Zeelandse raakt helaas vertroebeld in het waas van bas en synthesizer nog voordat het de achterwand van de zaal haalt. De intensiteit is nog wel te voelen. Die is prangend en zwaar. Harding schreef überhaupt geen vrolijke liedjes. Dat maakt wel dat het spannend blijft. Ze heeft ook genoeg dwingende songs in haar repertoire om mensen op de punt van hun stoel te houden. Zou ze Horizon nog spelen? Nee, blijkt het antwoord. Wel Imaging My Man en What If Birds Aren’t Sing They’re Screaming? Ronduit prachtig. (NV)

Het lijkt zowaar wat rustiger geworden in TivoliVredenburg. Er zijn tweeduizend bezoekers minder dan gisteren en dat is merkbaar bij aanvang van Mary Margaret O’Hara (20:00, Grote zaal). Mary heeft de handen ineengeslagen met celliste Peggy Lee, multi-instrumentalist Aidan Closs en haar broer, Marcus O’Hara. Het drumstel wordt geaaid, pianosnaren worden geplukt en dierengeluiden vervangen de songteksten. Dat laatste is niet helemaal waar trouwens. Zo nu en dan, bijvoorbeeld bij een cover van Somewhere Over The Rainbow, horen we het gouden stemgeluid van Mary tussen de instrumentale experimenten door; een feilloze beheersing van de stembanden. Maar is het nou mooi of verontrustend? Ze brabbelt maar een eind weg, vooral tussen de nummers door, maar ergens daarin is wel iets te ontdekken die op een gekke manier geruststellend is. (NV)

Het onbetwiste hoogtepunt van de afsluitende zondagavond is Perfume Genius (21:50, Grote zaal). Mike Hadreas beschikt over een repertoire dat strekt van zoete ballades tot explosief geschal. Altijd theatraal en meeslepend. Dat hele spectrum passeert de revue vanavond. Eigenlijk al gelijk in het openingslied, Otherside, waar Mike gelijk laat zien dat hij niet alleen uit zingend hout gesneden is. Zijn stage performance is uitermate sierlijk en bevangend. Zelfs zijn microfoonkabel danst als en bezeten slang achter aan hem aan. Totdat een van zijn heels achter een lus blijft steken, hij voor over de monitor valt, maar in dezelfde krampachtige positie loepzuiver doorzingt, een kwartslag draait en als Berninis Theresia, gedrapeerd over de speaker, het couplet afmaakt. Hadreas is ontzettend breekbaar en onaantastbaar tegelijk. Zijn flinterdunne stemgeluid en zijn flamboyante podiumverschijning zouden hem kwetsbaar over doen kunnen komen, maar dat is niet het geval. Na tien minuten, net voordat hij Fool inzet, heeft hij de hele zaal al in zijn macht. En dan is het strijkerskwartet nog niet eens langs geweest. (NV)

In order to burn the capacity of the mind instead of the capacity of the heart we want you to sing hymns’, verzoeken Shabaka & The Ancestors eerder op de avond. The Sun Ra Arkestra (Ronda, 22:30) volgt dat bevel op. Het zijn hymnes over vibraties en de ruimte, in de traditie van grootmeester en halfgod Sun Ra. Niet getransporteerd worden zit er vanavond niet in. De mannen op het podium hebben dan ook de nodige levenservaring om dat voor elkaar te krijgen. Het duurt zeker vijf minuten voordat alle bandleden op het podium zitten, maar dat neemt niet weg dat ze nog steeds over een kwieke performance beschikken. Het is wat gedateerde avant-garde jazz, maar het blijft spannend om naar ze te kijken. Als één kolossale pauw staan ze daar, gekleed in rood en goud, imponerend en trots. Terecht, hier staan de pioniers van de experimentele jazz. Trots moeten ze zijn. Dan kapt de blazerssectie zich af van het geheel, daalt de trap af en mengt zich tussen het publiek. Zangeres Tara Middelton formuleert het spitsvondig: ‘Vibration is everything. What colour are you? Are you the colour of thoughts? Are you the colour of sound?’ Met waarschijnlijke het laatste optreden van Sun Ra Orkestra in deze bezetting sluiten zij Le Guess Who? af als een feest der verbroedering. Een perfect einde. (NV)

Door Daan Krahmer & Nick Vermeer / Fotografie: Erik Luyten, Melanie Marsman & Tim van Veen

Gezien: 11 en 12 november 2017, Le Guess Who? Festival, Utrecht

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

nieuws

Word lid van Club OOR en kies je welkomstgeschenk!

Als je nu een abonnement neemt op OOR, word je niet alleen automatisch lid van Club OOR - waarmee je jaarlijks ...
concert
Prophets Of Rage

Prophets Of Rage: voor al uw feesten en partijen

Wie vandaag de dag om zich heen kijkt, ziet waarschijnlijk genoeg om boos over te worden. Sterker nog, bijna iedereen ...
nieuws
Nick Cave

Nick Cave eerste bevestiging Rock Werchter 2018

Nick Cave & The Bad Seeds zijn de eerste bevestiging voor Rock Werchter 2018. Het Vlaamse festival vindt volgend jaar ...