interview

Beck: 'Hyperspace is mijn Tesla, de esthetiek van onze tijd'

Where it’s at? Volgens Beck Hansen – de man die ons al een kwart eeuw de weg wijst – moeten we momenteel in hyperspace zijn. Ver weg van hier. Na zijn uitbundige feestalbum Colors (2017) onderging hij namelijk een aantal aardse beproevingen (voortgekomen uit een echtscheiding) en wil hij niets liever dan verdwijnen. Een somber en escapistisch album dus, dat nieuwe Hyperspace, gemaakt met Pharrell Williams, die het van een passend, hypermodern geluid voorzag. Beck geeft toelichting in Parijs, planeet Aarde.

BECK IS moe. Althans, dat mag je verwachten van iemand die elf uur lang heeft klemgezeten in een vliegtuigstoel (vanuit Los Angeles) en daarna op een bank is neergezet om met journalisten te praten. Je ziet het ook aan zijn hoofd. Op de neus staat een donkere zonnebril, die het komend half uur niet zal verdwijnen. Twee zwarte, ondoorzichtige rondjes. En een rockster die zijn ogen verstopt, zo weten we, heeft óf pupillen als basketballen óf wallen onder zijn ogen. Of hij heet Jon Bon Jovi, maar daarvoor heeft dit exemplaar te smalle schouders, te piekerig haar en te dunne beentjes.

De man die hem op deze bank heeft neergezet, heet Michael Meisel, zijn manager sinds de dagen van Mellow Gold (1994) en een wandelend stukje pophistorie vanwege zijn werk voor Nirvana. Beck was toch in Parijs, begrijpen we, op bezoek bij vriend en Air-muzikant Nicolas Godin, dus werd er gelijk een date met OOR gepland. Slapen doet de muzikant hier, in Hôtel de Crillon, een vijfsterrenverblijf met fontein voor de deur, zuilen tegen de gevel en personeel dat zich – in weerwil van de Franse gewoonte – uiterst vriendelijk opstelt. Als je dan toch op aarde moet verblijven, dan maar hier.

WANNEER WE Beck tegemoet lopen – hij dwarrelt rond in de marmeren binnenplaats – krijgen we een ferme mep op de schouder van Meisel. ‘We got something special here’, roept hij. ‘Deze gozer van OOR is nét vader geworden en nu al op buitenlandtrip. Waarschijnlijk de enige man in Parijs die nóg minder heeft geslapen dan jij, succes!’ Beck, half gapend: ‘O wauw, krijg je genoeg slaap? You’re lucky. Mijn zoon sliep vreselijk onrustig de eerste jaren. Een karakterdingetje. Ik slaap ook slecht. Zo’n vier, vijf uurtjes per nacht op tournee, echt slopend. Muzikanten worden meestal niet oud.’

Dat mag zo zijn, voorlopig hebben de jaren amper vat kunnen krijgen op Beck Hansen (49). Met zijn grote zwarte hoed, vlotte jack, shirt met palmboompjes, okergele sokken en gouden horloge zit hij er nog steeds bij als de blitse popvernieuwer die hij altijd al was. Alleen zijn rug doet pijn. Die blesseerde hij hevig tijdens de video-opnames voor E-Pro (2005) en dwingt hem op een lange dag als vandaag om regelmatig van de bank naar een stoel te hoppen. ‘Even daar zitten.’ Maar verder? Amper verschil met de jongen die in 1993 ons leven kwam binnensjokken met een wollen muts, een slidegitaar en een aanstekelijk statement: ‘I’m a loser, baby’.

DIE EARLY days, inmiddels een kwart eeuw geleden, komen vanzelf ter sprake wanneer we hem vragen naar Daniel Johnston, de lo-fi-muzikant die daags voor het interview op 58-jarige leeftijd overleed. Ondanks zijn gekwelde geest (Johnston kampte met schizofrenie, depressie en een bipolaire stoornis) was hij een held voor jongens als Kurt Cobain, Thurston Moore, Tom Waits, Mark ‘E’ Everett en ja, vooral Beck. Geen muzikant werd vaker aangehaald als bewonderaar dan hij. Zijn versie van True Love Will Find You In The End behoort tot de bekendste Johnston-covers.

Wat betekende Daniel Johnston voor de jonge Beck?

‘O, eindeloos veel, ik speelde zijn nummers al in de jaren tachtig, toen ik nog een tiener was. Ik leerde zijn muziek kennen via covers van anderen. Hij was een songwriter’s songwriter, zeg maar, vrijwel onbekend bij het grote publiek en veroordeeld tot optredens in koffiezaakjes en kroegen, net als ik in het begin. Op een gegeven moment zaten we in hetzelfde circuitje. Ik sliep op banken waar hij een paar nachten eerder had gelegen.’

Ben je elkaar ooit tegen het lijf gelopen?

‘Eén keer. Pas veel later, toen ik al naam had gemaakt. Ik zei: hey, ik ben Beck. En hij: oh, hello. Daarna draaide hij zich meteen weer om. Hij kende mij niet, had sowieso geen enkele referentie in de muziekwereld.’

Heb je veel van hem afgekeken? De muziek van Johnston was lange tijd bijvoorbeeld alleen verkrijgbaar op cassettebandjes, die hij zelf maakte en verstuurde via de post. Zo deed jij het ook in je begintijd.

‘Jazeker. Ik heb ook weleens bandjes gekocht van hem. Vijf dollar in de postbus gooien en dan maar hopen dat er iets voor terugkomt. Een paar weken later kreeg ik een pakketje met cassettes en een paar van zijn tekeningen. Ik dacht: wow, zo kan het dus ook. Alles zelf doen, zonder platenmaatschappij of dure studio. Het enige wat je nodig hebt als beginnend muzikant is een gitaar, een cassettedeck en een velletje postzegels.’

DAT BESEF heeft Beck een aardig eind gebracht. Al had hij – en dat is belangrijk met het oog op Hyperspace – meer middelen tot zijn beschikking dan hij hier stelt. ‘Two turntables and a microphone’, zo benadrukt hij zelf graag. Maar vooral een computer. Windows 93, een krakende processor, een tollende harde schijf. Zijn beginjaren als recording artist bracht hij veelal zittend achter een computer door, ergens op een kamertje in Los Angeles. Zowel zijn doorbraakplaat Mellow Gold (1994) als meesterwerk Odelay (1998) werd geboren uit muisklikken en toetsaanslagen. Sinds die tijd zagen we hem in vele hoedanigheden voorbijkomen – funky Beck (Midnight Vultures, 1999), retro Beck (Modern Guilt, 2006), akoestische Beck (Morning Phase, 2014) – maar hij had altijd een band achter zich. Wat dat betreft is Hyperspace zijn eerste volbloed computeralbum in jaren. Knisperende elektronica, diepe bassen en, welja, een flinke plak autotune. Beck in het heden and beyond.

SINDS WE bij OOR een geheim luisterlinkje hebben ontvangen, vragen mensen steeds hoe de nieuwe Beck is. Als je dan zegt: ‘hij zingt via autotune’, trekken de meesten meteen een vies gezicht.

‘Ha, dat verbaast me niets. Autotune is omstreden, mensen kunnen het echt hartstochtelijk haten. Maar dat zijn zonder uitzondering oude mensen. The kids love it. Voor hen klinkt muziek zonder autotune niet eens als muziek.’

Bij gebrek aan een betere werkplek zat ik net bij McDonald’s. Twee uur lang Franse hiphop. Twee uur lang autotune, alsof een zwerm wespen rond je kop hangt.

‘Ja, het is alomtegenwoordig. En heel eerlijk: ik hou niet echt van het geluid. Het is me te aanwezig, doet me teveel aan Cher denken. Bovendien is het oorspronkelijk bedoeld als productioneel hulpje om valse zang zuiver te maken. Daar heb ik sowieso problemen mee. Toen we Odelay maakten, heb ik de boel juist bewust vals ingezongen. Luister maar naar Jack-Ass [met valse stem]: Iiiii’ve been drifting alooong…

Bewust vals zingen, ja?

‘Ik kan goed zuiver zingen, maar doe het niet graag. Ik ben The Beach Boys niet. Er moet altijd een imperfectie in muziek zitten, vind ik, dat maakt het kwetsbaar, geeft het persoonlijkheid.’

Hoe zit dat met Pharrell? Die komt uit een heel andere hoek.

‘Onze visies schuurden weleens ja, maar dat zochten we bewust op. Als hij een effect naar mijn smaak te ver had opengegooid, draaide ik het weer terug. Vandaar dat je maar een milde autotune hoort. Het was interessant om zo tot een gezamenlijk geluid te komen. We wilden deze plaat al heel lang samen maken. Oorspronkelijk stond ie gepland voor 2012.’

Maar toen was meneer natuurlijk ‘up all night to get lucky’.

‘Precies. En daarna kwam Blurred Lines. En Lose Yourself To Dance. En Happy. Rond de tijd dat we zouden beginnen, klonk er op elk radiostation en in elk winkelcentrum voortdurend muziek van Pharrell. Zonder uitzondering. Dus ik dacht: laat hem maar even.’

WAAROM WILDE je eigenlijk een elektronisch album maken? Anders dan een gitaar blinkt de computer niet echt uit in imperfectie.

‘Simpelweg omdat ik iets moderns wilde maken. Mijn hart ligt eigenlijk meer bij oude muziek, bij elektronische muziek heb ik gewoon niet dezelfde warme gevoelens. Maar ik begrijp dat het de muziek van onze tijd is. Zie het als een auto: iedereen houdt van een mooie vintage wagen, maar er zit ook schoonheid in een nieuwe Tesla. Het is the state of the art. Voor muziek is dat de computer. Het is de esthetiek van onze tijd.’

Wanneer kocht jij je eerste computer?

‘Begin jaren negentig. Dat bracht opeens een wereld aan mogelijkheden in huis.’

Gamen!

‘Ook. En muziek maken natuurlijk.’

Is componeren op de computer veel veranderd sindsdien?

‘In feite gebruikten we voor Hyperspace hetzelfde soort programma als voor Mellow Gold en Odelay. Maar vroeger was het zeer nauwgezet werk: een sample van de draaitafel trekken, die versnellen, in stukken knippen. Daar was je zo een middag mee kwijt. Nu doet het ding alles voor je, met een bibliotheek vol geluiden. Het gaat zo van [doet alsof hij een muis vasthoudt]: click, take it from there, click-click, slop it in there.’

Is het daarmee ook leuker geworden?

‘Minder tijdrovend in ieder geval. Ik wil niet weten hoeveel uren ik heb doorgebracht achter het scherm voor die eerste albums, painstaking. En dan te bedenken dat al die opnames in rook zijn opgegaan…’

In rook opgegaan?

‘In rook opgegaan. Whoosssh.’

HET IS moeilijk waar te nemen door die donkere brillenglazen, maar de gezichtsuitdrukking van Beck lijkt even te verharden als hij dit onderwerp aansnijdt. Hij doelt natuurlijk op de Grote Brand. ‘De grootste ramp in de geschiedenis van de muziekindustrie’, aldus The New York Times, dat in juni berichtte over de verwoestende brand in een opslagplaats van Universal, tien jaar geleden. Aanvankelijk werd gemeld dat het verlies meeviel, maar in werkelijkheid bleken honderdduizenden opnametapes – onder meer van Nirvana, B.B. King, Snoop Dogg en Elton John – door vlammen gegrepen.

Daar zaten dus ook Becks opnames bij. De auditieve beginjaren van Beck Hansen, vastgelegd op (zeer licht-ontvlambare) tapes en verzwolgen door het vuur dat op een doordeweekse middag de halve recording history vernietigde. Beck is er pislink over. ‘Twintig jaar’, bijt hij. ‘Twintig jaar heb ik geprobeerd het eigendom over die opnames terug te krijgen. Dit is waarom. They don’t take care of them. Voor elk album neem ik zeker een dozijn extra liedjes op. Die zijn nu weg, poef! Dat is een hoop werk, weet je. Dagen, weken, maanden. En wie weet wat voor moois er nog tussen zat.’

GAUW TERUGKEREN naar wat we wél hebben dan maar: het nieuwe Hyperspace. Al valt er rondom dit album ook het nodige te rouwen. Een break-up-plaat, zoals Becks gelauwerde Sea Change (2002) was, kunnen we het niet noemen, maar het feit dat hij na vijftien jaar huwelijk een echtscheiding aanvroeg van zijn vrouw Marissa Ribisi – tevens de moeder van zijn kinderen Cosimo (15) en Tuesday (12) – nestelt zich in elke strofe van de nummers. Beck zingt over dark places, eindeloze nachten, leugens en verlies. ‘Everything has changed / Nothing feels right.’

Vraag hem er niet naar, overigens. Over zijn privéleven praat hij nooit. Als je niet oplet, stuurt hij je een dark web vol vage beeldspraak en intermenselijke beschouwingen in. Theorieën die, denk je dan meteen, een grondslag zouden kunnen hebben in zijn jarenlange verbintenis aan de Scientology-kerk. Wat we in ieder geval kunnen opmaken uit de teksten is zijn wens om in tijden van tegenslag even te verdwijnen uit de aardse realiteit. Naar the moon, naar the stars, diep into the stratosphere or whatever. Alles om maar niet op die verdomde aardbol te hoeven zijn.

HYPERSPACE heeft nogal escapistische trekken.

‘Ja. Daar gaan de nummers ook over. Elk liedje bespreekt een ander soort escapisme. Wie even niet kan dealen met zijn problemen – in de liefde, op het werk of noem maar op – zoekt manieren om los te komen van de aardse realiteit.’

Wat is de rol van de hyperspace daarin?

‘Dat heb ik uit Asteroids, de computergame uit de jaren tachtig. Je bestuurt een ruimteschip dat zich een weg moet banen door asteroïden en vliegende schotels. Als je bijna dood bent, krijg je de optie om in hyperspace te gaan, dus om te vluchten in een alternatieve werkelijkheid. Dat kun je ook vertalen naar het echte leven. Iedereen heeft zo zijn eigen hyperspace om in te verdwijnen als het leven lastig wordt.’

Ik denk gelijk aan alcohol en drugs.

‘Bijvoorbeeld, maar dat is een negatieve hyperspace, net als streven naar geld, succes, roem of macht. Ik breng liever een positieve boodschap over met dit album. Het is empowering bedoeld. Door middel van je creativiteit kun je ook loskomen van de realiteit, bijvoorbeeld. Of met behulp van de mensen om je heen. Iedereen heeft zijn eigen kosmologie waarin hij kan rondreizen en een plekje voor zichzelf kan vinden.’

JE TUURT veel naar het heelal op dit album. Het ultieme escapisme: weg van de aarde!

‘Ik vind het enorm krachtige beelden: planeten, ruimteschepen, de maan. Ik heb eigenlijk weinig met sciencefiction, maar het leek me mooi die beelden te gebruiken om de nummers thematisch aan elkaar te koppelen.’

Ergens in de komende tien jaar wordt het via ruimtetoerisme waarschijnlijk voor normale stervelingen mogelijk om écht de ruimte in te gaan. Heb jij je al aangemeld voor een retourtje heelal met Elon Musks ruimteprogramma?

‘Geen sprake van. Een trip met het vliegtuig vind ik eerlijk gezegd al spannend genoeg. I’m very earthbound [pakt zijn smartphone]. Hier heb ik genoeg aan. Dit is mijn ruimteschip. Het brengt me overal waar ik naartoe wil en nog een stukje verder.’

Je bent één met het ding, merk ik. Hij blijft constant op grijpafstand.

Yep, aren’t we all? Toch, als ik naar mijn kinderen kijk, dat zijn echt digital natives. Zij hebben hun hersenen en zenuwstelstel rondom de digitale werkelijkheid gevormd. Voor ons zal het altijd een tweede natuur zijn. Wij zullen de dingen nooit zo ervaren als zij.’

Een beetje zoals met de autotune.

‘Precies.’

Hebben je kinderen veel invloed op je muzikantschap?

‘Ontzettend. Ik kan eindeloos discussiëren over muziek met collega’s, maar als ik dan kijk hoe mijn kinderen erop reageren: totally completely different. Ze hebben gewoon andere oren. Wie bij wil blijven, moet proberen om met de oren van zijn kinderen naar muziek te luisteren.’

En Hyperspace is jouw poging?

‘Zo zou je het kunnen noemen. Of ik daarin ben geslaagd? Geen idee, ik heb het ze nog niet durven vragen.’

HYPERSPACE verschijnt op 22 november.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Pearl Jam brengt nieuwe single 'Dance of the Clairvoyants' uit
nieuws

Pearl Jam brengt nieuwe single ‘Dance of the Clairvoyants’ uit

Pearl Jam kondigde op 27 maart zijn nieuwe album Gigaton aan. Nu geeft de band ook een eerste voorproefje van ...
Eefje de Visser: 'Het dancepubliek is zó positief, ik hou van dat optimisme'
interview

Eefje de Visser: ‘Het dancepubliek is zó positief, ik hou van dat optimisme’

Ze zeggen dat empatische mensen sterker geneigd zijn dialecten en accenten over te nemen. Als dat waar is, dan zit ...
The Strokes derde headliner op Best Kept Secret
nieuws

The Strokes derde headliner op Best Kept Secret

The Strokes zullen de zaterdag van Best Kept Secret headlinen. Dat kondigde de nieuwe festivaldirecteur Maurits Westerik woensdagavond live aan op ...

Beck: 'Hyperspace is mijn Tesla, de esthetiek van onze tijd' (interview) | OOR