herpublicatie

Onze eerste ontmoeting met Leonard Cohen in Nederland

In oktober 1974 bezocht Leonard Cohen, toen net 40, voor de derde maal in zijn carrière Nederland. Hij gaf concerten in Rotterdam en Amsterdam. ‘Kritiekloze adoratie’ viel hem ten deel, zo merkte toenmalig OOR-redacteur Bert van de Kamp met verbazing op. ‘Iedere song was bij de eerste toon al een eclatant succes en dat er met Cohens gitaar iets mis was, scheen ook al niemand iets te kunnen schelen.’ Van de Kamp schreef in OOR vervolgens ‘een van de vele verhalen die over Leonard Cohen geschreven kunnen worden. Veel ervan is opgetekend uit de mond van de dichter zelf. Leven en werken van een geboren verliezer die een grote versierder werd.’ Een herpublicatie.

HET GEBOORTEJAAR is 1934. De plaats: Westmount, een sjieke buitenwijk van Montreal. Zijn vader heeft een textielbedrijf en sterft in 1943. Door het nogal beschermende milieu kent Leonard een tamelijk onbezorgde jeugd. Poëzie is al vroeg een hartstocht. Op de middelbare school en op de universiteit schrijft hij aan de lopende band gedichten. Hij verandert vaak van studierichting: geschiedenis, economie, kunst, rechten. Na de mislukte rechtenstudie in New York komt Leonard terug in Montreal en gaat werken in het familiebedrijf. 

‘Ik hield van de manier waarop in onze familie zaken werden gedaan. Met een groot gevoel van eer, openheid en zakelijkheid. Economie was een spel dat ik graag wilde spelen. Nog steeds eigenlijk. Ik zou best zakenman willen zijn, maar wel daarnaast gedichten blijven schrijven. Het is een goede bescherming voor een dichter om een vaste baan te hebben. Dat is beter dan het leven te midden van andere kunstenaars. Hoe verder je weg kunt blijven van het artistieke wereldje, des te groter je kansen zijn om in leven te blijven.’

ZIJN EERSTE gedichtenbundel Let Us Compare Mythologies verschijnt in 1956 en de meeste kritieken zijn juichend. Er wordt hier en daar zelfs gesproken van een wonderkind. Van overheidswege wordt hem een beurs verstrekt en Cohen vertrekt naar New York en later naar Griekenland, waar hij samen met zijn Noorse vriendin Marianne gaat leven in een klein huisje, zonder elektriciteit en stromend water, op het eiland Hydra. Hij schrijft er drie dichtbundels en twee romans. Af en toe vertoont hij zich een tijdje in New York of in Montreal, maar steeds keert hij terug naar Hydra. Een foto van Marianne in het huisje, gezeten achter de schrijfmachine, siert de achterkant van de latere lp Songs From A Room (1969).

Dichters moeten wel eens komen voorlezen uit eigen werk en sedert 1966 neemt Leonard Cohen dan altijd een gitaar mee om ook wat te zingen. Zijn fraaie zware stem doet het effect van de teksten in gunstige zin toenemen. Een optreden op het Newport Folk festival in 1967 brengt zijn naam onder een breder publiek. Folkzangeres Judy Collins neemt enkele Cohen-songs op, onder meer Suzanne, waarmee Cohen ook internationaal bekend wordt. De verrassend hoge verkoopcijfers van zijn debuutalbum Songs Of Leonard Cohen (een half jaar na de Summer Of Love) uit zijn in belangrijke mate te danken aan het feit dat dit lied erop stond. De tekst is vreemd, geheimzinnig, de song zit boordevol symboliek: river, travel, tower, the sea, the flowers, the mirror etc. De melodie is een van de mooiste die Cohen ooit schreef.

COHENS EERSTE roman heet The Favourite Game en verschijnt al in 1963. Het is het verhaal van een jongeman op zoek naar zijn eigen levensbestemming. Het verlangen naar liefde en geborgenheid wordt als tegengesteld ervaren aan de vrijheidsdrang en het kunstenaarschap. Uiteindelijk kiest hij voor het schrijverschap en vlucht voor zijn eigen geluk. Het lijkt erop of Cohen alles in zijn leven zo inricht dat hij er in ieder geval niet gelukkig van wordt. ‘Zo is het ook. Maar ik zal je vertellen: je wordt waar je je tegen verzet. Ik wilde nooit kinderen hebben, nu heb ik kinderen. Ik wilde nooit een eigen huis hebben, nu heb ik een eigen huis. Wat je niet wilt, krijg je, wanneer je het maar sterk genoeg niet wilt. [Na enige stilte:] Ook de dingen die je wél wilt, krijg je.’

Wat heb je de laatste twee jaar zoal gedaan?

‘Ik heb er mijn gemak van genomen. Erg rustig geleefd. Ik heb een paar gouden weken beleefd, waarin allerlei werk dat onvoltooid was blijven liggen plotseling samenkwam en kon worden voltooid. Ik heb in mijn huis gewerkt, muren geschilderd, een roman geschreven [The Woman Being Warned], ik heb gezongen voor de soldaten in de Sinaï-woestijn, ik heb tochten gemaakt op mijn motorfiets.’

Het eerste resultaat van de hervonden creativiteit is het album New Skin For The Old Ceremony (1974), Cohens vijfde en ongetwijfeld een van de beste. De elf songs werden verpakt in sobere, sfeerrijke arrangementen van John Lissauer, docent aan een conservatorium, door Cohen zelf ontdekt. Samen tekenden ze ook voor de productie van de plaat. Hij vindt eigenlijk dat hij niet over de songs kan praten, maar is wel bereid tot enige korte karakteristieken. ‘Is This What You Wanted is een dialoog tussen twee geliefden waarvan één niet aanwezig is. Zeker, je kan erom lachen. Een van de grappigste songs die ik ooit heb geschreven.’

Noem dan nog eens een grappige song.

‘Al mijn songs zijn grappig. Why Don’t You Try is zoals veel van mijn songs geschreven voor een vrouw. Het gaat niet over een ontmoeting of een afscheid. Maar over degene bij wie je blijft.’

HOUDT COHEN er momenteel een regulier gezinsleven op na? ‘Making it and escaping from it. Het nummer Lover, Lover, Lover schreef ik precies een jaar geleden in de Sinaï-woestijn tijdens de laatste oorlog daar [de zogenaamde Jom Kipoer-oorlog, waarbij Israël werd aangevallen door een coalitie van Arabische landen]. Ik zou graag voor beide partijen zingen. Een lied over geestelijke loutering. Ik heb een Egyptische vriendin, waarvan ik voel dat ze van me vervreemdt. Ik zou in de Arabische landen willen optreden, Ik voel me gevoelsmatig erg met ze verbonden.’

Ze zullen je waarschijnlijk als een vijand zien.

‘Ongetwijfeld. Ze zouden me waarschijnlijk onmiddellijk vermoorden zo gauw ik het toneel op kom.’

Maar jij begrijpt ze.

‘Of ik begrijp dat ze me willen vermoorden? Absoluut.’

A SINGER MUST DIE. In deze song, een van de mooiste, noemt Cohen zichzelf een leugenaar. De zanger moet voor zijn rechters verschijnen en veroordeeld worden voor zijn leugens. Hij is schuldig aan oplichting, verraad. Welk verraad? ‘Het verraad dat schuilt in alle cultuur. Het verraad is de notie dat er een wereld is die zich onderscheidt van de wereld van alledag, die vol is van mensen die verhongeren, van overstromingen, rampen, moord, haat… En niet af en toe, dat is het dominerende beeld. De geschiedenis is een bloedbad. Alle cultuur is als nagellak. We hebben nagels, dit zijn nagels, echte, dierlijke nagels en dat is precies wat we zijn. Cultuur, poëzie, songs en rock vormen een dun laagje fineer over een ongelooflijke wrede realiteit. Je gaat naar een concert en je bent bereid om de termen van de avond te accepteren. Er staat een man met een gitaar, er zijn mensen, maar tegelijkertijd blaast een tornado enkele duizenden mijlen verder een aantal dorpen tegen de grond, worden er in gevangenissen mensen gemarteld. Dat weten we, maar we stellen de gedachten eraan uit, zetten onze kennis opzij en voor het ogenblik zeggen wij tegen onszelf: laten we genieten van de fijne ervaring van het leven, de troostrijke zaken, de zaken die ons raken. Want wanneer je voortdurend je geest openhoudt, hoe kun je dan kijken naar een man die op een podium staat te zingen over een of twee meisjes die hij kent, terwijl al die catastrofen rondom je plaatsvinden. Hoe kun je het serieus nemen en hoe kun je het níet serieus nemen?’

HOE VINDT Cohen het om als man der letteren deel uit te maken van de zogeheten rockscene? ‘Daar ben ik erg gelukkig mee, ik voel me er thuis. Ik heb liever dat er over mij geschreven wordt in die muziekkrant van jou dan in de literatuurbijlage van The Times. Ze denken dat ik de zaken beduvel, dat ik mezelf verkocht heb. Ze begrijpen werkelijk niets van het fenomeen rock. Ze denken dat rock is: iemand in een discotheek die de twist danst.’

Wat denk jij dat rock is?

‘Een enorme verzameling van gebundelde energie, die steeds toeneemt en voortkomt uit allerlei verschillende muzikale vormen en allerlei verschillende denkbeelden en filosofieën. Wat het precies is, valt niet te zeggen.’

Nog favoriete artiesten?

‘Ik heb bewondering voor iedereen die een toneel op klimt. De motor, de gulzigheid. Mijn familie vond het, geloof ik, wel beter toen ik nog een man der letteren was. Dat had meer niveau. Wat ik nu doe zien ze als een halve grap, iets wat voorbij gaat. En daar hebben ze gelijk in. Dit is erg betrekkelijk. Het kan ieder moment ophouden, het succes. Ik ben nu veertig en zelfs op mijn manier ben ik al een paar maal in en weer uit de mode geweest.’

OVER HET onbegrip der critici: ‘Die mensen sabelen me altijd neer, al sinds mijn vijftiende. Ze vergeven me nooit dat ik populair ben. Bijna iedereen die schrijft, heeft weinig waardering voor mijn werk. Het is altijd té literair, of juist niet literair genoeg, of niet muzikaal genoeg, of te sentimenteel. Critici vertegenwoordigen het standpunt van een elite. Ze begrijpen niet wat een popsong is. Een popsong mag niet té diepzinnig of té ingewikkeld zijn. Als ze ingewikkeld werk van me willen, dan heb ik dat. Als ze werk van mij willen waarin ze wetenschappelijk kunnen vlooien, dan heb ik dat voor ze. Stapels ervan, kasten vol ongepubliceerd werk. Maar een popsong is voor het volk en natuurlijk is een song als Seems So Long Ago, Nancy sentimenteel. Maar ik voel mij ook sentimenteel als ik aan Nancy denk. Wat word ik geacht daarmee te doen? Analyseren? De motivaties van haar zelfmoord onderzoeken? En dan een monografie schrijven voor een of andere sociologie-afdeling? Ik weet heus wel dat dat liedje een sentimentele klacht is. Wat is daar fout aan? Critici zijn vaak erg trieste mensen. Niemand groeit op en zegt: ik wil criticus worden. Ik ben met hen begaan. Ik weet dat critici vaak erg ongelukkige, miserabele mensen zijn, die een kick halen uit het omlaag halen van mensen die even ongelukkig zijn als zij.’

HET PUBLIEK in de Amsterdamse Jaap Edenhal is lang zo kritiekloos niet als het Rotterdamse. Slechts de allerbekendste songs krijgen een beginapplaus en wanneer de altijd dodelijk ernstig uit zijn ogen kijkende Cohen na de pauze het podium opkomt, roept iemand: ‘Smile!’ En Cohen antwoordt: ‘What’s there to smile about? What’s so fucking funny?’ Wanneer men hem daarop toch een glimlach weet te ontlokken, barst het applaus los. 

Ben je werkelijk zo’n zuurpruim?

‘I’m on a bummer, you know what I mean.’

Zoek je de narigheid niet op? Is het fatalisme?

‘Er zijn in de wereld clowns, er zijn er die lachen en er zijn er die huilen, er zijn sterken en er zijn zwakken. Er zijn zoete naturen en er zijn zure naturen, melancholieke naturen en hoopvolle naturen. Na een tijdje begin je te begrijpen wat jouw natuur is en jouw natuur is nooit puur. Het is altijd een mengsel. Ik voel me het meest comfortabel als ik ernstig ben. Ik ben geen komiek, ik kan mensen niet aan het lachen maken. Er wordt wel om mij gelachen, maar dat is dan niet de bedoeling.’

Je hebt eens gezegd dat het voor de wereld beter was als de vrouwen de macht in handen namen.

‘Dat is ook zo. Wat ik wenste, is gebeurd.’

Wanneer je om je heen kijkt, lijkt het er sterk op dat de mannen het voor het zeggen hebben.

‘Dat is slechts een illusie. [Even later:] Dat is mijn indruk, ik kan het mis hebben. Ik bedoel, ik zeg ‘t met een zekere ironie, maar de vrouwen worden steeds sterker en de mannen worden steeds zwakker.’

There’s a war between the man and the woman.

‘Niet meer, want de ene partij heeft gewonnen. Maar er is nog steeds verzet, een ondergrondse beweging, guerrilla fighting.’

DE MANIER waarop Leonard Cohen de wereld rondom zich tegemoet treedt is soms nogal militaristisch. Als hij afscheid neemt van zijn publiek salueert hij, zijn eerste begeleidingsgroep noemde hij The Army en veel van zijn songs handelen over de oorlogen, die zowel in de mens zelf als tussen mensen en volken onderling woeden. Kaïn en Abel, The Story Of Isaac. Wat Cohen wil is schoonheid zoeken te midden van alle ellende. Zijn ongegeneerde geestelijke exhibitionisme wekt wrevel en irritatie. Niet alleen bij zijn Nederlandse critici, die een calvinistische traditie hoog te houden hebben. Hij is gemakkelijk te raken, niemand stelt zich zo kwetsbaar op als hij. Een vreemde, intelligente man, wiens integriteit een kwestie van goed vertrouwen is. ‘Do not trust him, unless you love him’, schreef hij eens over zichzelf. Een aardige man ook, die erg mooie zinnetjes kan bedenken. Zinnetjes als de volgende bijvoorbeeld: ‘I am a scholar. Better looking now than when I was young. That’s what sitting on your ass does to your face’ (op de eerste bladzijde van zijn tweede roman Beautiful Losers). Een merkwaardig boek trouwens, Beautiful Losers. Op de ene pagina net een kerkboek, op de andere je reinste pornografie.

Cohen: ‘Zo zit de menselijke geest in elkaar. Religie en seks zijn verwant. Religie is een pure ervaring, puur en direct. Wanneer iets erg intens beleefd wordt – of het nu een gebed is, of het bedrijven van de liefde, of eten, wanneer je honger groot is – het is allemaal eenzelfde soort ervaring. De wereld die ik wil tonen, die ik wil bevestigen, is de wereld van het gevoel. De mensen die naar mijn concerten komen, willen het bestaan van die wereld bevestigd zien. Er is een wereld van gevoel. Er is een morele wereld. Er is een sentimentele wereld. Dit is geen theorie. Ik weet dat ze bestaan en dat er menselijk bewustzijn is en dat dat alles met elkaar verbonden is. Dat is het mechanisme van de menselijke natuur.’

‘IK MERK dat er veel erg jonge mensen naar mijn concerten komen. Daar ben ik blij om. Ik denk dat met mij hetzelfde gebeurt als met de schrijver Jack London. Die wordt alleen nog maar gelezen door dertien- en veertienjarigen en dat is een fantastische bestemming voor een schrijver, want het is duidelijk dat de jeugd het reservoir is van alle idealisme, alle grote emoties. De meeste mensen worden verslagen na hun dertigste jaar en willen dan niet meer horen over deze dingen. Ze willen niet meer horen over de morele wereld, de wereld van het gevoel. Zij willen er niet meer over horen, omdat ze het verknoeid hebben.’

Schuilt er niet een zeker gevaar voor jonge mensen in het binnentreden van de wereld van Leonard Cohen? ‘Ik heb het zelf ook als zeer riskant ervaren. Ik zal eerlijk zijn: ik heb geprobeerd om in mijn werk poortjes aan te brengen, zodat bepaalde poortjes niet geopend kunnen worden tot er een geëigende hoeveelheid ervaring opgedaan is. Op die manier meen ik bepaalde mensen beschermd te hebben tegen ervaringen waar ze nog geen weg mee weten.’

Fotografie: Roy Tee, Kees Tabak, Niels van Iperen, Wim van de Hulst (OOR-archief)

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Word nu lid van OOR en kies je eigen cd-pakket
abo-actie

Word nu lid van OOR en kies je eigen cd-pakket

OOR deelt uit! Neem nu een halfjaar- (€34) of jaarabonnement (€66,95) op OOR en kies je eigen doldwaze cd-pakket uit ...
Alle concerten en festivals tot 1 juni afgelast
coronavirus

Alle concerten en festivals tot 1 juni afgelast

De popzalen in Nederland en België zijn tot 1 juni dicht vanwege de uitbraak van het coronavirus. Ondertussen leven de ...
OOR ontsluit de pophistorie: elke dag een klassiek verhaal!
het poparchief

OOR ontsluit de pophistorie: elke dag een klassiek verhaal!

We gaan iets leuks doen. Nu heel het land toch zo'n beetje in lockdown zit, unlocken wij het OOR-archief. Of minder ...

Onze eerste ontmoeting met Leonard Cohen in Nederland (herpublicatie) | OOR