interview

Orbital: de Brexit beat

‘Sorry dat ik zo door bleef gaan over die Brexit’, zegt Paul Hartnoll aan het eind van ons gesprek. ‘Maar het houdt me zo bezig, ik ben zo kwaad!’ Voor de goede orde: Paul is niet blij met die Brexit en hij houdt er inderdaad niet over op. De Boris Johnsons, de Corbyns, de Theresa Mays, iedereen die medeverantwoordelijk is voor die in zijn ogen rampzalige stap krijgt er flink van langs. Laat maar lekker uitrazen, denk ik aan mijn kant van de telefoon. Paul doet het met passie en diezelfde passie zit ook nog altijd in de muziek van Orbital. Hetzelfde engagement ook: Orbital was altijd al behoorlijk uitgesproken over allerlei zaken en dat merkte je ook aan de muziek – voor zover dat dan mogelijk is als je merendeels instrumentale dansmuziek maakt.

Maar dan nog. Het nummer The Girl With The Sun In Her Head, van Orbitals beste plaat In Sides (1996), werd opgenomen met zonne-energie, via een generator van Greenpeace. Adnan’s, van dezelfde plaat, is vernoemd naar een jeugdig slachtoffer van de wrede oorlog destijds in voormalig Joegoslavië. En Dwr Budr, ook al van In Sides, is Welsh voor ‘smerig water’. Vrijblijvend, zoiets? Misschien, maar zo heb je toch iets om over na te denken bij het dansen.

En dat gaat ook weer op voor Monsters Exist, het nieuwe album van Orbital. Ja, er is weer een nieuwe Orbital, en dat terwijl dit duo, Paul en zijn oudere broer Phil, al twee keer uit elkaar ging: voor het eerst in 2004 en tien jaar later nog een keer. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan – letterlijk. ‘Er is toch altijd gezeik met broers in bands?’ zegt Paul. ‘En toch kunnen we niet zonder elkaar.’ Ja, je kunt mensen wel ontvrienden, maar ontbroeren – dat is een ander verhaal. In beide gevallen kwam de breuk door een verschil van mening over wat Paul noemt de werkethiek. Eerst wil hij het daarbij laten, maar dan komt het verhaal er toch uit. ‘Phil is een party animal. Hij houdt wel van een feestje. Alles goed en wel, onze muziek is tenslotte ook bedoeld om op te feesten, maar er zijn grenzen. Het is niet leuk om met zijn tweeën in de studio te zitten en te zwoegen op weer een nieuw nummer terwijl de ander er met een houten kop van de drank naast zit, zonder dat er veel zinnigs uitkomt. Daar had ik mijn bekomst van, beide keren. Ik kon er niet meer mee uit de voeten. Dan maar solo.’

Wat is er gebeurd dan, dat de Hartnolls het vorig jaar opnieuw gingen proberen? Heeft Phil zijn leven gebeterd? ‘Dat durf ik niet te beweren. Maar laten we zeggen dat ik ermee heb leren omgaan. Dat scheelt al een stuk.’ De bloedband is sterker dan zulke wrijvingen, wil hij maar zeggen. ‘Een paar weken geleden nam hij me mee naar een concert van Burt Bacharach, voor mijn verjaardag. Man, dat was een topavond. We hadden de tijd van ons leven! Dat deed me beseffen: zie je wel, het werkt, met ons tweeën. Dan maar wat water bij de, eh, wijn doen.’

Burt Bacharach! Zit er Bacharach in de muziek van Orbital? ‘Dat mag ik hopen!’ Feit is dat de muziek van Orbital al van meet af aan meer melodieuze, harmonische en ritmische verfijning kent dan die van menig vakgenoot. ‘De aard van het beestje’, denkt Paul. ‘Ik hou erg van minimale housetracks, van die simpele beukers. In de eerste jaren van de house werd er bijna niks anders gemaakt en daar zaten echt fantastische nummers bij, echt te gek en heel functioneel. Maar als wij ervoor gaan zitten, komt dit eruit. Iets complexer. Nou ja, dat werkt ook, toch?’

De Hartnolls hebben er niet eens voor doorgeleerd. Beiden zetten zich voor het eerst schrap in lokale punkbands in Sevenoaks, Kent, waar ze vandaan komen. ‘Je pakte een gitaar, iemand anders ging drummen of bassen. Je kon er niks van, je deed het gewoon en al doende leerde je.’ En toen kwam de dancescene, of op zijn Engels: rave. ‘De laatste belangrijke vorm van jongerencultuur’, beweert Paul. Orbital ging in ieder geval snel deel uitmaken van die ravecultuur. In 1989 maakten ze debuutsingle Chime, gewoon thuis, met simpele middelen en het cassettedeck van pa. Het nummer raakte snaren en Orbital werd een Naam in die cultuur. Die trouwens sterk werd bepaald door de M25, de rondweg om Londen heen die feestgrage jongeren naar de verschillende illegale raves in de buurt bracht. Bijnaam van die rondweg: Orbital.

De muziek van Orbital ontwikkelde zich snel en hun albums waren heuse luisterervaringen, van soms bijna symfonische allure. Warme, volle synthklanken, interessante structuren en ritmes die zich graag aan de effectieve maar soms wat dictatoriale 4-to-the-floor-beat onttrokken. Maar het duo verloor het fysieke aspect van de muziek nooit uit het oog. In de jaren negentig, hun gloriejaren, werden ze ook nog eens een uiterst gerespecteerde liveact in het festivalcircuit. Het beeld is bijna iconisch: de broers zij aan zij, een soort mijnwerkerslampen op het hoofd in een verder behoorlijk verduisterd decor en knallen maar, met de nodige improvisatie bovendien voor het juiste livegevoel. Orbital kon het.

En Oribtal kan het nog steeds, blijkt uit die nieuwe plaat – zo’n 29 jaar na dat prille debuut. Paul zelf kan er ook amper bij. Toegegeven, veel nieuwe gezichtspunten komen we niet tegen op deze nieuwe plaat, al horen we her en der wel invloeden van zijn nevenactiviteiten. ‘Ik hou me de laatste jaren meer bezig met muziek voor film en televisie. Voor dat werk heb ik veel gehad aan wat ik bij Orbital leerde, maar bij deze plaat was het net zo goed andersom. Spanning opbouwen met texturen en zo, zonder nou meteen op een beat terug te hoeven vallen.’ De Hartnolls draaien er hun hand niet voor om.

Opvallend op deze plaat zijn de nummers met een ouderwets botte four-to-the-floor-beat – er zijn Orbital-albums waarop die schittert door afwezigheid, ten gunste van complexere, breakbeat-achtige structuren. Deels toeval, zegt Paul, deels ook niet. ‘Als ik met een nummer bezig ben, kijk ik gaandeweg wat voor soort beat er het beste bij past. Dat gaat haast vanzelf, daar hoef ik ook niet echt bij na te denken.’

Dat lijkt het geval bij Hoo Hoo Ha Ha, een bijna carnavaleske stamper die even vrolijk klinkt als de titel. Maar bij P.H.U.K. lag dat anders. ‘Daar wilde ik van het begin af aan een rauwe ravestamper van maken, in oude stijl. Ook al als statement. Een politiek statement, ja.’ Want die ravecultuur van destijds had ook een politieke dimensie: misschien niet intrinsiek, maar wel in de manier waarop het bevoegd gezag destijds met het fenomeen omging. De politiek was er als de kippen bij om die scene te criminaliseren, de feestjes te verbieden, het ontluikende anarchisme de kop in te drukken. Tot en met een verbod op het in het openbaar laten klinken van, geloof het of niet, repetitieve beats: de harteklop van de dance.

Dat statement wordt des te duidelijker als je weet waar de letters in de titel P.H.U.K. voor staan: Please Help U.K. Maar voor Paul Hartnoll weer losgaat over de Brexit en aanverwante stupiditeiten spoelen we even vooruit: naar het filmisch getinte slotnummer There Will Come A Time, compleet met de nodige gesproken, stichtelijke woorden van professor Brian Cox. Wie kent hem niet? Ja, u en ik misschien niet, maar in Groot-Brittannië is hij in ieder geval een beroemdheid, de man om te bellen als er op televisie behoefte is aan scherpzinnig geformuleerde natuurkundige inzichten. Een soort rock & rollgeleerde dus, al is de term ‘raveprofessor’ in zijn geval toepasselijker: in de jaren negentig speelde hij toetsen in poppy raveband D:Ream (hit: Things Can Only Get Better). ‘Daar ken ik hem niet eens van! Ik zag hem vaak langskomen op televisie en was onder de indruk van zijn inzichten. Ik wilde hem eigenlijk samplen, maar bij die documentaires zit er steevast van die reutelende ambient onder zijn stem. Dus stuurde ik hem een berichtje en hij reageerde meteen.’ Want reken maar dat zo’n jongen wel weet wie Paul Hartnoll is.

De materie die Cox aansnijdt is anders wel prikkelend. Hij heeft het over sterfelijkheid en onsterfelijkheid, altijd aansprekende materie. ‘Er is in het hele universum een zeker aantal atomen. Komt niks bij, gaat niks af. Na onze dood gaan de atomen waar jij en ik van gemaakt zijn weer hun eigen weg. Maar als je het universum maar lang genoeg de tijd geeft, groeperen die atomen zich wellicht opnieuw tot een levend wezen. Een vorm van reïncarnatie, is dat geen mooie gedachte? Al is het wel weer zo dat alle cellen in je lichaam zich elke zeven jaar compleet vernieuwen, dus in die zin zijn jij en ik nu heel andere personen dan in 2011.’

Terug naar nu, naar het Verenigd Koninkrijk van P.H.U.K. Paul maakt zich al langer zorgen over welke kant het allemaal uit gaat. Logisch dus dat de nieuwe plaat dat reflecteert. ‘Het kon twee kanten op met dit album: óf een ouderwetse raveplaat – om al mijn boosheid er van af te laten beuken – óf een soort radicale, politieke punkplaat. Crass, ja precies! Ik heb altijd al willen samenwerken met Penny Rimbaud, hun leider, en een heel interessante knakker. Wie weet komt het er nog eens van.’

Dan is het weer tijd om de banvloek uit te spreken over de Brexit en de xenofobe, om niet te zeggen racistische connotaties die dat met zich meebrengt. ‘De voorstanders hebben het gewoon niet op buitenlanders, ontkennen hun recht om hier te leven en een bestaan op te bouwen. Wacht eens even, zeg ik dan, en hoe zit het dan met Orbital? Driekwart van onze optredens is in het buitenland, op het Europese vasteland! Daar zeikt nooit iemand over. Maar hoezo is dat anders dan een hardwerkende Pool die hier zijn geld komt verdienen?’ Hij hapt bijkans naar adem. ‘Mijn vader, zelfs mijn vader is voor de Brexit en dus tegen Europa. De beste man woont nota bene in Frankrijk!’ Als dit zo doorgaat, zoekt Paul zijn heil ook doodleuk elders. ‘Ik heb een exitstrategie! Mijn vrouw is Iers, mijn kinderen hebben elk een Iers paspoort. Desnoods verhuizen we, die kant op.’

Dan begint hij bijna te briesen. ‘Die politici doen niks anders dan liegen. Het is echt levensgevaarlijk om ons af te keren van Europa. Daar komt niks goeds van, alleen maar het risico op fascisme en andere narigheid. Een land is een verzameling dorpen, een continent is een verzameling landen. Er is niks mis met dat soort verbanden, sterker nog, die zijn noodzakelijk voor een fatsoenlijke, werkbare samenleving. Wanneer dringt dat nou eens door? We horen teamspelers te zijn!’

Dan komt Paul Hartnoll met een verrassende onthulling, speciaal voor OOR. In zijn huidige woonplaats Brighton houdt hij zich doodleuk bezig met volksdansen, meer in het bijzonder de Morris dance. Nee hoor, hij luisterde niet naar Oscar Wilde (oorspronkelijk een Ier), die verkondigde dat een mens in zijn leven alles moet proberen, behalve incest en Morrisdansen.

‘Ik ben een Morrisdanser, jazeker, en daar ben ik nog trots op ook! Sinds een jaar of anderhalf. Een vriend van me liet me ermee kennis maken, hier in de kroeg. Eerst vond ik het maar belachelijk, maar toen ging ik er de lol van inzien. Met een man of dertig dansen op die opzwepende muziek, in malle kostuums en zwartgemaakte gezichten. Het is een oeroude dansvorm die teruggaat naar de Middeleeuwen: mogelijk met een Afrikaanse oorsprong, maar toch typisch Engels. Dat maakt het interessant. De Engelse vlag, St. George’s Cross, heeft enigszins racistische connotaties, maar bij zo’n Morris dance kun je weer onbekommerd met dat ding zwaaien.’

Monsters Exist verschijnt op 14 september.

Orbital live: 18 & 19 okt Paradiso, Amsterdam

Foto: Kenny McCracken

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Word lid en kies je eigen cd-pakket. Nu met februari-releases!
abo-actie

Word lid en kies je eigen cd-pakket. Nu met februari-releases!

OOR deelt uit! Neem nu een halfjaar- (€34,-) of jaarabonnement (€66,95) op OOR en kies je eigen doldwaze cd-pakket uit. We ...
Kies je eigen cd-pakket! Elke maand nieuwe titels!
abo-actie

Kies je eigen cd-pakket! Elke maand nieuwe titels!

OOR deelt uit! Neem nu een halfjaar- (€34,-) of jaarabonnement (€66,95) op OOR en kies je eigen doldwaze cd-pakket uit. We ...
Collectieve Prince-therapie bij The Revolution
concert
The Revolution

Collectieve Prince-therapie bij The Revolution

Alone in a world that’s so cold. Hoe ga je als fan om met het plotse verlies van je idool? ...

Orbital: de Brexit beat (interview) | OOR