interview
Rock

Soundgarden: WereldBeroemd dankzij Superunknown

Van de Grote Vier uit Seattle is Soundgarden zo’n beetje de oerformatie. Het moederschip van de Puget Sound, dat in zijn kielzog eerst alles en iedereen naar de oppervlakte zag drijven, daarna een enkeling langszij zag komen of zelfs passeren, vervolgens zelf even het hardst aan de scheepshoorn mocht trekken en uiteindelijk toch vastliep op de grillige gronden van het grote succes. Twintig jaar geleden verscheen Superunknown, de plaat waar zanger Chris Cornell, gitarist Kim Thayil, bassist Ben Shepherd en drummer Matt Cameron hun hele loopbaan naartoe hadden gewerkt. Het betekende niet alleen het commerciële en artistieke hoogtepunt, maar ook het begin van het einde voor Soundgarden.

Hallo, is daar iemand’

Twee seconden stilte. Dan: ‘Hi, this is Kim!’

Hi, Kim! Waar ben je op dit moment’

Twee seconden stilte. Uit de verte: ‘Ik zit in …aolo, Brazilië.’

Kan je ons verstaan?

Twee seconden stilte.‘Redelijk. Er zit wel een …aging in.’

Een wat?

Twee seconden stilte. ‘Een vertraging! Van een tel of twee! Zal ik anders aangeven wanneer m’n antwoord klaar is!?’

Dat lijkt ons een pri…

‘Zodat we niet door elkaar heen lopen te schreeuwen?!’

Een prima plan, dus. Het is één uur in de Amsterdamse nacht en de gitarist van Soundgarden hangt aan de telefoon. Het is alsof we weer twintig jaar terug de tijd in zijn geslingerd: ergens op een managementkantoor in de VS is het telefoontje vanuit Nederland doorgeschakeld naar de hotelkamer van Kim Thayil in Sao Paolo, Brazilië en twintig minuten lang schreeuwen beide kanten met een onhandige vertraging over en weer in de hoorn. Ach, die goede oude tijd…

Met Superunknown, dé alternatieve rockplaat van 1994, als onderwerp is de timewarp helemaal compleet, al moet de ambitie tot een goed gesprek al na tien seconden overboord: snel reageren, inhaken of sturen is niet te doen op deze lijn en Thayil zit met z’n kop allesbehalve bij de gebeurtenissen van twintig jaar geleden. Op de openingsvraag wat Superunknown vandaag de dag voor hem betekent, antwoordt hij: ‘We toeren nu door Zuid-Amerika en komen begin deze zomer ook nog jullie kant op. Ik hoor dat we bij jullie in een gloednieuw complex komen te staan, is het een beetje een mooie zaal?’ Eh, we zijn er nog niet geweest. Twee seconden stilte. ‘Klinkt goed, ik heb er zin in!’ We proberen ‘m aan het eind nog eens.

Dan duiken we eerst zelf de geschiedenis maar even in, waar we uitkomen bij OOR 4 van 26 februari 1994. Redacteur Erik van den Berg loopt rond in een Seattle, waar Nirvana en Pearl Jam de dienst uitmaken en Soundgarden in een merkwaardig vacuum opereert. Opgericht in 1984 staat de groep rond Chris Cornell en Kim Thayil lokaal in enorm aanzien als sleutelfiguren in de scene, pioniers op het Sub Pop-label (Thayil introduceerde de beide grondleggers Bruce Pavitt en Jonathan Poneman) en ware vaandeldragers van de Seattle-sound. In 1988 hadden zij als eerste Seattle-band bij een major label getekend, maar het grote commerciële succes moesten ze aanvankelijk toch aan anderen laten.

Zij die voorbij de grungehype keken kwamen uiteindelijk toch terecht bij Soundgarden. Het robuuste en nietsontziende Badmotorfinger (1991) verkocht een miljoen exemplaren – peanuts vergeleken bij hun beroemde collega’s, een prestatie van formaat gezien vanuit het aloude emotie meets agressie-idioom van alternatief Seattle. En op het moment dat de OOR-delegatie zich in de Bad Animals-studio aan 4th Avenue meldt, staan de sterren gunstig genoeg om te kunnen stellen dat Seattle opnieuw een Grote Plaat aan de wereld zal openbaren. Gaat Soundgarden z’n stadgenoten achterna richting succes en wereldfaam? De eerste stap, zo lezen we in de opening van het OOR-artikel, is dan reeds gezet, in de vorm van een pakketje aan Chris Cornells toenmalige echtgenote (en Soundgarden-manager) Susan Silver.

‘Er spookte van alles door haar hoofd terwijl ze het pakketje openmaakte. De zending kwam van Hawaii; dat had ze, vlak voor haar routineuze kalmte plaatsmaakte voor hevige nieuwsgierigheid, nog net gezien. Wat een toeval, had ze nog gedacht, haar man zat óók op Hawaii! Hij moest er even uit, even weg van alle stress.

Het pakketje voelde zacht aan. Een T-shirt of een ander kledingstuk, dat stond vast. Altijd spannend, vond ze, zo’n pakje dat duidelijk iets anders bevatte dan de gebruikelijke lading papierwerk, tapes en cd’s. Nadat ze een opening had gevonden, keek ze even naar binnen. Het was iets donkers, iets harigs. Een trui, een muts? Nee, daar was het té harig voor. Een pruik? Daar leek het meer op. Maar wie stuurt haar nu in godsnaam een pruik? Ze scheurde het pakje nu met kracht verder open en haalde het ding eruit. Verdomd, het was een pruik. Of in elk geval een enorme bos haar, donker en krullend. Niet eens een pruik, zo zag ze al gauw. Nee, dit was een pakketje vol echt mensenhaar! Ze wilde net haar secretaresse roepen, toen ze opeens, tussen de lokken, een stukje papier ontdekte. Ze vouwde het open en las: Schat, alles goed hier op Hawaii. Alleen een beetje heet. En omdat ik het toch al maanden strontzat was, vond ik het een goed moment om het eindelijk maar eens te doen: ik heb de schaar gepakt. Alles is eraf. Als het goed is, ligt het nu voor je. Ik hoop dat je straks nog van me houdt. Groeten, Chris.’

Diezelfde Chris bedekt z’n kortgeknipte hoofd gedurende de hele dag dat OOR in de studio rondhangt met een pet. Het materiaal dat Superunknown zal gaan vormen is reeds opgenomen met producer Michael Beinhorn, de band verkeert nu in een minutieuze fase van mixen en masteren, waarbij Brendan O’Brien achter de knoppen zit. Braaf wordt zo’n dertig maal het aanscherpen van The Day I Tried To Live aangehoord, waarna Susan Silver het bezoek alsnog aan de plaat zelf weet te helpen. De wilde haren die Cornell vanaf Hawaii naar Seattle stuurde, blijken exemplarisch voor de nieuwe Soundgarden.

Superunknown blijkt opnieuw een donkere plaat’, constateert Van den Berg. ‘Donker maar melodieus. Melodieuzer dan we gewend zijn van de groep, die zich in het verleden nog wel eens bezondigde aan een tripje over the top, vooral wanneer Thayils gitaarmuren en de oerschreeuw van Cornell elkaar in de haren vlogen of men zich waagde aan iets waar men simpelweg niet goed in was: een up-tempo rocker met punkaspiraties. Steevast ging dat laatste ten koste van de song en bleef alleen de provocatie, het botte statement overeind.’

Superunknown bevat daarentegen opvallend veel songs. Zelfs logge, seismologische hoogstandjes als 4th Of July, Fell On Black Days, Limo Wreck en Mailman gaan gebukt onder zowel melodieën als algehele beheersing en staan in prettige harmonie met de uitgebouwde ritmegrapjes Spoonman en The Day I Tried To Live of de transparante rockballad Black Hole Sun. Voorts valt op dat Cornell dieper dan ooit het ontleedmes in zijn ziel heeft gezet en toch zijn kreten van pijn (lees: zijn gierende uithalen) binnen de perken weet te houden. Wel zo prettig, want juist dat stond me altijd zo tegen in de louterende monsterrock van Soundgarden.’

Kim Thayil geeft na beluistering van Superunknown als eerste tekst en uitleg. Van den Berg noteert: ‘Waarom het een zware, donkere plaat is geworden? Simpel, omdat er veel zwaars en donkers in ons omgaat. Dat klinkt misschien pretentieus, maar positieve dingen komen er bij ons niet op een natuurlijke manier uit. En juist muziek is bij ons erg natuurlijk. Als wij zouden proberen een vrolijk liedje te maken, dan zou dat klinken als een parodie.’

Cornell, nog altijd met pet, maakt zich even later druk om hoe de aloude do it yourself-attitude van de punkpioniers – ook hét uitgangspunt voor Soundgarden bij Superunknown: wij gaan het béter doen dan alles wat tot nu toe gedaan is en helemaal zélf – plaats heeft gemaakt voor commercie. ‘Punkrock is nu een marketingstrategie geworden, slim gekoppeld aan termen als alternative en grunge. Triest om te zien hoe een groep als Nirvana daar onbedoeld in meegaat. En als ik dan zo’n dure video van hen zie, denk ik alleen maar: hoezo punk? Wie houden jullie nou eigenlijk voor de gek? Relax, jongens, en gedraag je gewoon als een rockband.’

Als Superunknown in maart 1994 verschijnt, evenaart het binnen een maand het verkooprecord van Badmotorfinger en komt binnen op één in de Amerikaanse charts. En uitgerekend op het moment dat de oergroep van de Seattle-scene zich ook voor de buitenwacht aan de top van het muziekfirmament schaart, overlijdt Kurt Cobain – en niet veel later Hole-bassiste Kristen Pfaff. Soundgarden staat ineens volop in de schijnwerpers als symbool van een ineenstortende wereld en gelast al na een paar maanden toeren in augustus 1994 een rustpauze in. Officieel om de overbelaste stembanden van Chris Cornell te sparen, al komt het de band ook niet slecht uit even aan de bijzaken en randverschijnselen van de roem te ontsnappen – want het gaat ineens niet meer over de muziek alleen.

In een aangekocht interview in OOR 1 van 1995 reflecteert Cornell op dat plotselinge enorme succes dat Superunknown, extra aangewakkerd door de hitstatus van derde single Black Hole Sun, met zich meebrengt. ‘Ik ben nogal uit het veld geslagen door de ware betekenis van succes. Want mensen behandelen je ineens anders. Ze denken dat je, omdat ze je op tv zien, miljonair bent. Wat niet eens waar is! Maar toch heeft men dat beeld van je: ze zien je als iemand die in zijn geld zwemt en in Ferrari’s rondrijdt. En ze zijn teleurgesteld als ze ontdekken dat je geen Ferrari hebt en ook niet in staat bent om een hotel te kopen. […] Wat betekent dat verdomme eigenlijk: het gemaakt hebben? Betekent dat dat ik naar huis kan gaan en zoveel long distance telefoontjes kan plegen als ik maar wil? Dat ik grof kan zijn tegen mijn vrienden en dat ze me dan de volgende dag nog steeds aardig vinden? Nee, het heeft geen enkele betekenis voor me.’

In augustus 1995, ruim anderhalf jaar na het voorproefje op Superunknown in de Bad Animals-studio, strijkt OOR wederom neer in Seattle voor een afspraak met Soundgarden. Een optreden op de derde editie van Lowlands staat op het programma en redacteur Mark van Schaick treft Kim Thayil en Ben Shepherd in het legendarische OK Hotel voor een terugblik op de Grote Doorbraak en een bescheiden vooruitzicht op de nog op te nemen nieuwe, vijfde plaat. Thayil is de songs van Superunknown na slechts een dik jaar spelen al behoorlijk beu. ‘Nogal, ja. Misschien dat ik over een jaar of wat die plaat weer eens opzet en dan denk: wow, dat was toch wel goed wat we daar deden. Maar nu? Je kunt toch niet verwachten dat je een nummer dat je vijf keer per week op het podium speelt, interessant blijft vinden? Zelfs als het een fantastisch nummer is?’

Opnieuw komt het toch vrij plotselinge grote succes ter sprake, en dan vooral de clash tussen de publieke perceptie en de realiteit. Thayil: ‘Ik weet dat er zat zijn die het geen reet kan interesseren dat we al platen maakten voor Black Hole Sun. Ik bedoel, ik kom nog steeds mensen tegen die niet weten dat we ooit op Sub Pop en SST hebben gezeten. Shit, ik kom zelfs mensen tegen die denken dat we ex-leden zijn van Mother Love Bone [legendarische Seattle-band rond de vroegtijdig overleden zanger Andrew Wood, ter wiens nagedachtenis Chris Cornell en de latere leden van Pearl Jam het eerbetoon Temple Of The Dog opnamen]. Toen jullie uit elkaar gingen werd de ene helft Soundgarden en de andere helft Mudhoney, dat soort opmerkingen. En dan probeer ik uit te leggen dat we er al waren voor Mother Love Bone ook maar één noot gespeeld had. Hé, wie van jullie heeft er eigenlijk ooit in Pearl Jam gezeten? Eh sorry, wij bestaan al ongeveer vier keer zo lang als Pearl Jam! Soundgarden werd toch bekend nadat Nirvana succes kreeg? Nee, toen Nirvana werd opgericht, was de band voornamelijk beïnvloed door groepen als The Melvins en Soundgarden. Wij zaten toen al een tijdje op Sub Pop, want Sub Pop bestond al voor Nirvana. Pffff…’

Tot zover de andere tijden, terug naar de onze. De reünie van Soundgarden is alweer vier jaar gaande en heeft ook een heus nieuw studioalbum (King Animal, 2012) heeft opgeleverd. De opvolger van Superunknown verscheen in 1996 en heette Down On The Upside. Het album wist de status van Soundgarden als mega-act aanvankelijk te verstevigen – voor zolang het duurde, want de rek bleek uit het verhaal. Op 9 april 1997 maakte de band z’n uiteengaan bekend en liet drummer Matt Cameron zich als oorzaak ontvallen dat Soundgarden ‘opgevreten was door de business’. Aan z’n eigen succes ten onder dus, een gegeven waar Superunknown als natuurlijke katalysator voor kon worden aangewezen.

We leggen het nog eens voor aan Kim Thayil, aan de andere kant van de lijn in het verre Sao Paolo: was Soundgarden in 1994 eigenlijk wel klaar voor het Grote Succes? ‘We wisten wel wat we konden verwachten, omdat we hadden gezien wat Nevermind en Ten met onze collega-bands hadden gedaan. Badmotorfinger had ons al voorzichtig laten wennen aan het idee dat het ook Soundgarden zou kunnen overkomen. En toen we Superunknown af hadden zagen we eigenlijk geen reden waarom het niét zou gebeuren. Dus ja, we waren er wel klaar voor. De énorme vlucht die het hele Seattle-verhaal zou nemen, hadden we echter niet zien aankomen. Kurt overleed, er kwam een soort zwarte deken over Seattle te liggen, de focus kwam op de keerzijde te liggen en wij waren van nature toch al vrij zwaar op de hand… Ineens waren we vaandeldragers van iets heel groots en zwaars, wat we niet aankonden. Onszelf zijn en dan wat uitvergroot, dat leek ons prima, maar nu werden we een hoek in gedrukt waar we helemaal niet wilden zijn.’

Had de geschiedenis hetzelfde beloop gehad als Superunknown simpelweg jullie status van Badmotorfinger zou hebben geconsolideerd’

‘Moeilijk te zeggen. We hebben het nu niet over de plaat zelf, hè? Vooral over alles wat eromheen gebeurde. Wij hadden op dat moment hoe dan ook deze plaat gemaakt, want dit was wat er in zat. Wat er daarna gebeurde vrat enorm veel energie, plus we keken ineens tegen een zakelijke wereld aan die ons niet aanstond. Als dus je energie wegvalt en het uitzicht bevalt ook niet, dan gaat de rek er gauw uit. Was dat anders gelopen, dan hadden we misschien een wat langere adem gehad, maar dat is allemaal achteraf gelul.’

Superunknown liet een heel andere kant van jullie zien dan Badmotorfinger: subtieler, dieper, diverser, de grote hit was nota bene bijna een ballad…

‘Dat ben ik gedeeltelijk met je eens: je hoort een extra dimensie, die we altijd al hadden, maar puur door technische beperkingen nooit aan het licht kon komen. Die harde, intense kant zit er al vanaf het begin in en komt er het makkelijkst uit, maar liet zich pas op Superunknown in een ander totaalgeluid vangen. Het werken met Michael Beinhorn is daar debet aan, dezelfde stem en dezelfde gitaar kregen via hem een andere benadering, het is een kwestie van techniek. We begonnen ooit met 8-track, dat werden er zestien, dat werd een volledige studio met alles erop en eraan waar je de weg niet kent… En in 1994 wisten wij waar de juiste knopjes zaten, hadden we een producer en vooral ook een mixer die ons perfect aanvoelden. Ons hele wezen was wat de studio betreft tot het maximale uitgekristalliseerd en daardoor bleven we met zoveel goede nummers, met zoveel verschillende, goed uitgewerkte ideeën over. Het kostte enorm veel tijd om ‘m zo te maken, veel langer dan ons lief was, maar we beseften ook dat als we nu door zouden zetten, we de plaat van ons leven zouden maken. Momentum, heet zoiets.’

Wanneer wisten jullie dat Superunknown z’n voorganger voorbij ging streven’

‘Hij maakte een bliksemstart, de vergelijking met Badmotorfinger is qua receptie nooit opgegaan. Toen de plaat uitkwam, zaten we volgens mij in Londen en ik weet nog dat we in een lift stonden toen Susan Silver net een telefoontje had gehad vanuit Seattle: jongens, we komen binnen op 1 in Amerika en Canada. Bizar, een plaat zonder hitpotentie of feestmuziek op nummer 1! Op dat moment hadden we het echter al zo druk dat we het niet eens gevierd hebben. Ik weet nog wel dat ik op gegeven moment dacht: nu is het onze plaat niet meer. Je zit er al die tijd zo bovenop, bent zo verbonden met je eigen creatie, ziet ‘m van begin af aan uitgroeien tot dat hele ding. Dat is iets heel persoonlijks. Als zo’n plaat dan op nummer 1 komt en je ziet Black Hole Sun niet veel later op MTV, dan ben je erg trots en zelfverzekerd. Maar je snapt eigenlijk niet wat er nou allemaal aan de hand is.’

Wat betekende het succes nou direct voor de band?

‘Tja, we gingen steeds beter begrijpen wat Nirvana en Pearl Jam hadden doorgemaakt. Toen zij doorbraken was dat wel vreemd voor ons en bands als Mudhoney en Tad, alsof ze plots uit de vertrouwde omgeving werden getakeld en ergens anders neergezet. Ineens voegden wij ons bij die twee aan de andere kant. Ik heb ervan gehouden en ik heb het gehaat. Ik ben altijd blij geweest dat we niet zo groot als Metallica zijn geworden. En ik denk dat als we de status van een Mudhoney hadden gehouden, er ook niemand ontevreden was geweest.’

Wat betekende het succes voor je persoonlijk’

‘Ik ben er als mens letterlijk geen steek door veranderd. Het enige vervelende was dat ik zaken die ik zelf belangrijk vond, zoals mijn vrienden en familie, niet de tijd en aandacht kon geven die ik gewend was. Dat ging nu allemaal naar onbekenden, naar abstracte zaken als promotie en business. Ik vond hard werken als muzikant nooit zo erg, aan het eind van de dag trof je aan de bar een bevriende lotgenoot die ook moe maar voldaan was en in hetzelfde schuitje zat. In de MTV-cultuur liep je na een dag hard werken echter tegen een stropdas op, of een lege hotelkamer, of een vliegtuigstoel. Dat was een stuk minder bevredigend, al maakte je over het grote, professionele geheel gezien dan misschien reuzenstappen. Maar ik kwam er al vrij snel achter dat ik daar voor mezelf ook heel goed zonder kon.’

Wat betekent Superunknown vandaag de dag voor je’

‘Het heeft niet echt één betekenis. Ik zie in dat het een belangrijke plaat is geweest voor Soundgarden en ben trots op de diepte en tijdloosheid van het album. Goede kritieken hadden we altijd al, dit was op commercieel vlak de succesvolste. Ik word er vaak mee geconfronteerd, je hoort de songs nog op de radio en we spelen er elke avond een aantal omdat de kids ze graag willen horen. Het is onze meest zichtbare plaat, al is het niet mijn favoriet. Ik heb ‘m laatst voor het eerst sinds heel lange tijd weer in z’n geheel beluisterd. Ik pak ‘m er wel vaker bij om bepaalde liedjes uit te zoeken, arrangementjes en gitaarlijnen en zo. Nu had ik een borrel op, het was laat op de avond en ik dacht: laat maar komen! Ik hoorde allerlei kleine dingetjes die ik vergeten was en vond het echt leuk. Ik kreeg zelfs het gevoel dat ik ook bij oude favorieten van The Beatles, Led Zeppelin of Pink Floyd heb: zo’n plaat groeit met je mee. Je wordt zelf ouder, je verandert en toch groeit zo’n plaat met je mee. Ik dacht: dat ik uitgerekend bij Superunknown dat gevoel nu krijg! Kennelijk laat je zo’n plaat toch nooit achter je.’

WILLEM BEMBOOM

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

nieuws
Hüsker Dü

Hüsker Dü-drummer Grant Hart overleden

Triest nieuws. Hüsker Dü, een van de grondleggers van de hardcorepunk, is zijn drummer en co-songwriter Grant Hart verloren. Hart ...
album
Prophets Of Rage

Prophets Of Rage

De verrassing van Pinkpop dit jaar? Dat een stelletje veteranen zonder een album uit unaniem werd gebombardeerd tot hoogtepunt van ...
album
Foo Fighters

Concrete And Gold

Greg Kurstin produceerde! Paul McCartney speelt mee als drummer! Shawn Stockman van Boyz II Men doet zangkoortjes! Nog veel meer ...