interview

Villagers: de eenzame fietser

Na het wat sobere, semi-akoestische realisme van voorganger Darling Arithmetic doet de warme, positieve gloed die hangt over het vierde Villagers-album The Art Of Pretending To Swim weldadig aan. Een heerlijke plaat over hoe we allemaal spartelen, maar net doen alsof we weten hoe het moet: ‘leven’. Een portie geloof en vertrouwen kan in ieder geval geen kwaad, zo schatert maker Conor O’Brien, in wiens hoofd de gordijnen zijn geopend om het zonlicht binnen te laten.Conor O’Brien alias Villagers begint aan zijn nieuwe album The Art Of Pretending To Swim te werken als hij een weekje aan de Ierse westkust verblijft in een buitenhuisje van vrienden. Hij vertelt het met een gulle lach en een flonkerend glas rode wijn in de hand in de lobby van een Amsterdams hotel. In de indrukwekkende, woeste omgeving van Castlegregory op het schiereiland Dingle schrijft en fietst hij veel, waarbij hij probeert een lijn te vinden in wat er uit zijn onderbewustzijn opborrelt. Terug in Dublin buigt hij zich maandenlang vol overgave over vele technische handleidingen over opnemen en mixen, waarin hij zich wil bekwamen. Hij gaat dusdanig op in de boeiende wereld van ‘frequencies and mixing’ dat hij een jaar later wakker schrikt: ‘Helemaal vergeten om nieuwe songs te schrijven!’ Van de weeromstuit neemt hij zijn aantekeningen uit Castlegregory weer ter hand en probeert die te combineren met de multigelaagde muziek die hij aan het opnemen is. ‘Daarbij luisterde ik ook veel naar soul en gospel, waar ik mijn over-analytische en obsessieve geest op losliet’, zegt hij lachend.

Gospel! The Art Of Pretending To Swim opent met een paar gloedvolle nummers over iemand die zijn geloof heeft hervonden. Blijkbaar is dat inzicht op de fiets in Dingle uit zijn bewustzijn omhoog geborreld. ‘Door al dat luisteren naar Mahalia Jackson en andere gospellegendes, zoals The Dixie Hummingbirds, herinnerde ik me weer hoe obsessief ik ooit in God geloofde. Als jongetje was ik constant aan het bidden. Later werd ik extreem cynisch en atheïstisch. Maar nu ik de dertig gepasseerd ben, vind ik dat je spiritualiteit moet grijpen waar die zich aandient, namelijk in wat je lichaam doet bewegen, in waar je je thuis voelt. Voor mij is dat dus in kunst en creativiteit. Dat mag je ook best God noemen. Want taal is maar gereedschap, woorden zijn er niet om een mens in te snoeren. Het voelde echt lekker om het woord God op te schrijven en te zingen in het openingsnummer Again. God! Ik pretendeer niet dat ik weet wat dat woord betekent, maar ik krijg er in elk geval een goed gevoel van. Van huis uit ben ik katholiek. Maar toen ik rond mijn zestiende weigerde met mijn ouders mee te gaan naar de kerk hielden zij er een week later ook mee op, haha. Zo streng gelovig waren wij thuis!’

Waar de plaat begint met nummers over het terugvinden van God eindigt ie met het nummer Ada. Een dwarrelende, bijna Beach Boys-achtige ode aan de negentiende-eeuwse wiskundige Ada Lovelace. Deze dochter van Lord Byron geldt als ’s werelds eerste computerprogrammeur, zij was ook de eerste die een algoritme creëerde. ‘Ik las over haar. Zij staat aan de basis van iets wat ons leven nu volledig bepaalt. Wij worden geleefd door onze telefoons, we zijn eraan verslaafd. Aan wat zij initieerde kleeft veel moois, maar het is ook eng en gevaarlijk. Bovendien vertonen algoritmes een overeenkomst met spiritualiteit. Alles in ons leven draait erom, net als religie het middelpunt van ons bestaan wil zijn. Ik luisterde ook veel naar Slow Train Coming van Bob Dylan.’

Gotta Serve Somebody!
‘Ja, je moet iemand dienen. Door dat nummer was ik werkelijk geobsedeerd. En het is waar, ik had twee jaar geen boek gelezen, omdat ik altijd maar mijn telefoon aan het checken was. Ineens dacht ik: fuck, that’s really bad. Je hebt niet eens door hoe het je bestaan overneemt. Mooi en eng, fascinerend ook. Als je je telefoon aanbidt, doe je dat met een doel, je probeert er iets te vinden. Je wilt er altijd iets mee. Met geloven is dat niet zo. Als je God aanbidt, ben je gewoon stil en meditatief, je tempo gaat omlaag.’

In Long Time Waiting zing je: You can’t sit back when you’re taking a stand.
‘Ja, dat nummer gaat over uitstellen.’

Refereer je aan het feit dat je zo lang hebt gewacht met uit de kast komen? Dat deed je pas met je vorige, derde album, Darling Arithmetic.
‘Misschien. Dat uit de kast komen via een album of via journalisten was iets abnormaals voor me. Je loopt op straat ook niet naar Jan en alleman te schreeuwen dat je homo bent. Voor mij behoort dat tot de privésfeer. Ik wist ergens wel dat ik er vragen over zou krijgen als ik er liedjes over schreef, maar erover praten was in eerste instantie helemaal niet mijn doel. Het voelde raar.’

De schrille realiteitszin en het bijna-activisme van die plaat is op The Art Of Pretending To Swim vervangen door een warme mystiek, of althans de hang daarnaar.
‘Zo voel ik dat ook. Dit album is een mantra voor mij. Een peptalk tegen mezelf. Om mij te helpen om te bestaan in de wereld, terwijl ik tegelijkertijd weet dat de wereld me helemaal kan verpulveren, haha.’

In Long Time Waiting zing je ook dat je het soms een gevecht vindt om uit bed te komen.
‘Ik heb gezien wat functioneren als een creatief mens met je dagelijks leven kan doen. Dat is niet altijd leuk of aangenaam. Het levert een soort idealisme op, dat verhindert dat je gelukkig bent. Om gelukkig te zijn, moet je lastige dingen opzij kunnen zetten. Creatieve mensen kunnen dat doorgaans niet. Die gaan zich daar juist op concentreren en erover schrijven. Dat heeft mij lange tijd heel erg gedeprimeerd. Ik heb vrienden die trouwens nog veel depressiever zijn. Op mijn leeftijd, voorbij de dertig, trouwt iedereen en krijgt iedereen kinderen. Mijn vriendenkring wijkt daarvan af. Die bestaat vooral uit mensen die zich niet settelen en nog steeds hun dromen najagen. Dat maakt hun leven niet altijd makkelijk, maar wel interessant.’

Long Time Waiting is het vierde nummer, het album slaat daar een intrigerende andere koers in. Elektronica, samples, jazzy ondertonen, blazers, party.
‘Ja, de omslag wordt bewerkstelligd door een sample uit Sugar Lee, een track op Donny Hathaway’s album Everything Is Everything, waar ik helemaal verzot op ben. Ik wilde gewoon dansen. Ik dacht aan festivals, aan muziek waarmee je mensen laat grooven. Ik heb vrienden die jazz maken. Hen wilde ik een dag in de studio hebben met hun saxofoons en trompetten. Gewoon lekker samen lol trappen! Toen ik deze sample eronder zette, kreeg ik echt een kick. Dit album is bijzonder gevoed door allerlei remixactiviteiten die ik er gelijktijdig naast deed, onder meer voor Paul Weller en Participant. Door het maken van die remixen raakte ik heel erg thuis in alle kleurrijke facetten van het opnameproces. De ongelimiteerde speelsheid ervan trof me. Vrijwel alles is mogelijk. Bij deze plaat had ik voortdurend die sensatie. Ik kreeg het ene shot dopamine na het andere. Iets maken zonder de hele tijd op je telefoon te kijken, terwijl je de dopamine door je aderen voelt stromen – beter kan niet.’

Terwijl ik met Conor zit te praten, gaan mijn gedachten terug naar ons vorige gesprek in 2015, toen hij met een benauwd gezicht voor zijn homoseksualiteit uitkwam. Wat een verschil. Anno nu is hij een man die vooral enorm plezier in het leven uitstraalt: wijntje, lachen, zelfspot. In de clip bij single Trick Of The Light (hij schiet al in de lach als ik erover begin) zien we hem zelfs als travestiet, of als vrouw, het is maar hoe je het ziet. Die video geeft prachtig weer wat ik beschouw als de ultieme Villagers-filosofie: wat zou het leven toch mooi zijn als mensen van totaal verschillende achtergrond, pluimage en geaardheid, die normaal geen connectie maken, dat nu eens wel zouden doen. ‘Leuke interpretatie en een vrolijke gedachte’, antwoordt Conor ineens wat zuinigjes. Alsof hij wil zeggen: je denkt toch niet dat ik zo naïef ben? ‘Maar dat is allemaal fantasie en aan het eind zie je ook dat de hoofdpersoon er alleen maar van droomt. Mijn vriend Bob Gallagher regisseerde de clip. We wilden gewoon iets maken waar we zoveel mogelijk om konden lachen. Toen we het scenario bedachten, hadden we enorm veel lol.’

Conor is verhuisd, van voorstadje Malahide naar het centrum van Dublin. Dat heeft zijn perspectief op het leven veranderd. ‘In Malahide woonde ik twaalf jaar in een commune, een erg beschermd bestaan. Elke dag zag ik dezelfde gezichten, hoewel ik best geregeld naar de stad ging. Nu zit ik er permanent middenin. Een totaal ander leven, zeker voor iemand die altijd in de buitenwijken heeft gewoond. Ik geniet er heel erg van, maar ik ben een workaholic, mijn dagelijks leven speelt zich grotendeels af in mijn eigen hoofd. En als ik me dan eindelijk onder de mensen begeef, draait het vaak uit op een zuippartij’ [schatert het weer uit].

Gelooft hij in de hemel? Hij zingt er immers een paar keer over op zijn nieuwe plaat. ‘Ik geloof in Geloof! Het album had bijna The Idea Of Faith geheten, maar dat is een waardeloze titel, dus daar heb ik maar van afgezien. Als je ergens in gelooft, kun je elke negatieve, giftige gedachte overwinnen. Als je dat de hemel wilt noemen, prima!’

The Art Of Pretending To Swim verschijnt op 21 september.

Villagers live: 1 nov La Madeleine, Brussel | 12 nov Doornroosje, Nijmegen | 13 nov Melkweg, Amsterdam | 28 nov TivoliVredenburg, Utrecht

Foto: Crich Gilligan

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Word lid en kies je eigen cd-pakket. Nu met februari-releases!
abo-actie

Word lid en kies je eigen cd-pakket. Nu met februari-releases!

OOR deelt uit! Neem nu een halfjaar- (€34,-) of jaarabonnement (€66,95) op OOR en kies je eigen doldwaze cd-pakket uit. We ...
Kies je eigen cd-pakket! Elke maand nieuwe titels!
abo-actie

Kies je eigen cd-pakket! Elke maand nieuwe titels!

OOR deelt uit! Neem nu een halfjaar- (€34,-) of jaarabonnement (€66,95) op OOR en kies je eigen doldwaze cd-pakket uit. We ...
Collectieve Prince-therapie bij The Revolution
concert
The Revolution

Collectieve Prince-therapie bij The Revolution

Alone in a world that’s so cold. Hoe ga je als fan om met het plotse verlies van je idool? ...

Villagers: de eenzame fietser (interview) | OOR