De BBC werkt aan een nieuwe documentaire over de periode waarin David Bowie zichzelf opnieuw uitvond in West-Berlijn. Bowie In Berlin verschijnt ergens in 2026 als 90-minutenfilm op BBC Two. Het project wordt geregisseerd door Francis Whately, bekend van eerdere Bowie-docs, maar dit keer is ook Louis Theroux als uitvoerend producent verbonden.
De film legt de nadruk op de cruciale jaren 1976 tot 1978, toen Bowie zijn zelfdestructieve bestaan in Los Angeles verruilde voor een appartement bij de Muur. Samen met Brian Eno en Tony Visconti ontstond daar de Berlijnse trilogie: Low, Heroes en Lodger. Low brak met conventies door de gespleten opbouw: korte, hoekige popsongs aan de voorkant en ijle instrumentals op kant B. Heroes werd het majestueuze middenstuk, met de titeltrack als ultiem Berlijnse hymne. Lodger sloot de reeks losser en grilliger af, een reisplaat vol fragmentarische invallen.
Eno bracht de vrije experimenteerdrift van zijn ambientprojecten mee, maar het was vooral producer Visconti die Bowies nieuwe geluid zijn vorm gaf. Zijn microfoontrucs leverden de kille, galmende drums van Low op en de iconische zangresonantie van Heroes, waarbij Bowie steeds harder naar de microfoons moest schreeuwen om alle lagen te activeren. Het waren ingrepen die de platen hun radicale karakter gaven.
Nieuw in de documentaire is de inzet van zeldzaam en deels ongezien beeldmateriaal, aangevuld met getuigenissen van vrouwen die Bowie destijds als zijn muzen beschouwde: kunstenares Clare Shenstone, clubicoon Romy Haag, fotografe Sarah-Rena Hine en actrice Sydne Rome. Hun verhalen schetsen een Bowie die niet langer achter alter ego’s hoefde te schuilen, maar zichzelf hervond als David Robert Jones.
Ook het ontstaan van Heroes krijgt in de documentaire een andere lading. Niet de bekende omhelzing van Visconti bij de Muur, maar een dag die Bowie met Clare Shenstone doorbracht – dolfijnen, het graf van de Onbekende Soldaat en de wandeling langs de Muur – vormt volgens haar de kern.