special

Bob Dylan: zijn beste en slechtste albums besproken

Bob Dylan gaat een leven lang mee, van Freewheelin’ tot rollator. OOR’s eigen Dylanoloog Tom Engelshoven bespreekt al zijn platen (vooruit, de recente reeks coveralbums slaan we even over) en voorziet ze van sterrenbeoordeling. Maar eerst 3 tips voor beginners.

1. Dylan doet vrijwel altijd alsof hij meer begrijpt dan jij. Het is zijn tweede natuur. In de film No Direction Home legt hij uit hoe het er voor een popster op aankomt om in ieder geval zo uit je ogen te kijken. Hoe hij je aankijkt (of juist niet) is van het grootste belang voor zijn muziek. Let altijd op de hoezen!

2. Een liedje van Dylan is als een aquarium met vissen. Woorden, melodie, ritme, couplet en refrein verhouden zich allemaal tot de eenheid waarbinnen zij zwemmen en leiden daar hun eigen leven.

3. Zie het oeuvre van Dylan als een smakelijk bord spaghetti. Het maakt niet zoveel uit welke sliert je als eerste naar binnen slurpt, je kunt je bord op vele manieren leeg eten. Een wat hoogdravender vergelijking is die met de bijbel; die kun je ook op elke pagina openslaan om een raadselachtig inzicht te verkrijgen. Je kunt Dylans werk eveneens vergelijken met een grottencomplex; het maakt niet uit waar je erin gaat, maar kom er maar eens uit!

BOB DYLAN (1962)

***

Hij kijkt ons aan met de bleue smoel van een melkmuil, twintig jaar oud. Is dit een toekomstig genie? Wel volgens John Hammond Jr., de legendarische Columbia-scout, die ook Billie Holiday en Bruce Springsteen hun eerste platendeals bezorgde. Maar niet volgens het toenmalige publiek. Er werden in 1962 maar 5000 exemplaren van verkocht. Geen probleem, aldus Hammond, die grapte dat de opnames ‘zo’n 402 dollar’ hadden gekost. Vanuit het perspectief van nu is dit debuut een stuk beter dan lang is verondersteld. Het toont ons een zeer zelfbewuste Bob, die zichzelf als een spons uitknijpt om al zijn (o.a.) in het New Yorkse koffiehuizencircuit opgedane invloeden te tonen. Maar vooral niet zichzelf, want daar durft hij niet aan. Elf van de dertien songs zijn covers of traditionals. Maar die twee van Dylan zelf zijn meteen wel de toppers: Talkin’ New York en Song To Woody. Met Woody wordt Woody Guthrie bedoeld, de radicale protestzanger en folkheld, naar wie de jonge Dylan zich modelleert. Opvallend veel songs gaan over de dood. Curieus: Bob imiteert een trein (secondenlange stoomfluit) in Freight Train Blues.

THE FREEWHEELIN’ BOB DYLAN (1963)

**** 1/2

Het eenzame papventje heeft een meisje. En hij is gelukkig, zo wil de hoes ons vertellen. Maar hoe freewheelend Bob ook met Suze Rotolo (het meisje aan zijn arm, dat hij al gauw zal dumpen; dumpen, daar is hij goed in) door het New Yorkse leven fladdert, hij klinkt vinniger, zelfbewuster, cynischer en kwader dan ooit. Bob is in zijn protestfase. En hij heeft zijn stem en stijl gevonden! Sonoor en sober zijn de sleutelwoorden, als het om de muziek gaat. Verbluffende verbale vuurkracht in de teksten. Blowin’ In The Wind is hier geen gezellig kampvuurliedje, maar een schrijnende aanklacht, punk avant la lettre en tegelijkertijd van Oude Testament-achtige hardheid. Girl From The North Country ademt een weemoed over een verloren liefde (‘she once was a true love of mine’) die de levenswijsheid van een 21-jarige verre lijkt te overstijgen. De Masters Of War krijgen er van langs en een dreigende derde wereldoorlog wordt geprofetiseerd in een striemend A Hard Rain’s Gonna Fall. Jezus, wat gaat het papventje hier tekeer en wat is het niveau van al die eigen composities hoog! Slechts twee covers: Corinna, Corinna en Honey, Just Allow Me One More Chance.

THE TIMES THEY ARE A-CHANGIN’ (1964)

**** 1/2

Een geharde activist, in zwart-wit afgebeeld, uitgeteerd en ascetisch, helemaal de Woody Guthrie-lookalike die hij wilde worden. Rangschik opnieuw nadrukkelijk onder: stem/akoestische gitaar/mondharmonica. Met de albumtitel legt Dylan de vinger op de pijnlijke plek van het generatieconflict dat Amerika in de prille sixties in de greep heeft. Het wordt een kreet die een eigen leven gaat leiden. Weg met het oude! Een nieuwe generatie neemt de macht over! Dylan presenteert zich in deze sobere, verhalende songs als een keiharde aanklager van maatschappelijk onrecht en pleitbezorger van de vertrapten en kanslozen. Hierdoor verwerft hij zich een reputatie als spreekbuis van de linkse progressieve beweging. Hij wordt opgeëist door burgerrechtenactivisten, vakbondsleden en folkpuristen. Er staan schitterende liedjes op dit album (Boots Of Spanish Leather, The Lonesome Death Of Hattie Carroll en het tedere One Too Many Mornings), maar als Dylan ooit gelijkhebberig en humorloos geklonken heeft, dan is het hier wel. 22 November 1963, een maand nadat Dylan de opnames voor dit album afrondde, werd president John F. Kennedy doodgeschoten in Dallas, Texas.

ANOTHER SIDE OF BOB DYLAN (1964)

****

Bob breekt met Suze Rotolo, rommelt met de beroemde zangeressen Joan Baez en Nico, ontdekt Franse dichters (Arthur Rimbaud, François Villon) en het surrealisme, gebruikt LSD en wordt zich bewust van The Beatles. Resultaat is een woordrijke en enigszins zoekende overgangsplaat waar Bob zichzelf nog braaf solo begeleidt op gitaar, mondharmonica en – in het nummer Black Crow Blues – piano. Er staat een aantal ontegenzeggelijke juweeltjes op: My Back Pages, I Don’t Believe You, It Ain’t Me, Babe en Chimes Of Freedom. Bob tast hier de grenzen van het folkgenre af. Ook de hoes, waarop hij afgebeeld staat als een doodgewone all American boy, duidt erop dat hij af wil van zijn imago als spreekbuis van de geëngageerde folkgemeenschap. Hij wil zijn jeugd terug.

BRINGING IT ALL BACK HOME (1965)

*****

We zien Dylan naar ons kijken door een wazige lens (de vrouw op de achtergrond is Sally Grossman, echtgenote van Dylans manager Albert Grossman). Het nieuwe valt op zijn plek: popliedjes met een stortvloed aan woorden op kant 1 van de lp. En het oude blijft staan waar het stond: de eigengereide folkliedjes Mr. Tambourine Man, Gates Of Eden, It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding) en It’s All Over Now, Baby Blue op kant 2. Dat is toch een voordeel van de lp boven de cd, tweezijdigheid. De popliedjes, vaak heel erg passend in de beatgroepentraditie van dat moment (stampen en rammelen maar!) stralen een onbehouwen lol uit. Lekker! Dat vonden de folkpuristen niet, toen Dylan (begeleid door de Paul Butterfield Blues Band) hen in datzelfde jaar op het Newport Folk Festival trakteerde op een spetterend setje rock-in-spe. Hij werd uitgejouwd. Maar voor hem voelde de nieuw uitgezette koers als ‘thuiskomen’.

HIGHWAY 61 REVISITED (1965)

*****

Hippe twintiger kijkt ons kwaad aan. Dylan in zijn ‘Angry Young Man’-periode. Hij spuwt zijn gal, twee volledige lp-kanten lang ‘elektrisch’, dat wil zeggen: met band. De hele wereld laat hem vallen in Like A Rolling Stone (‘How does it feel/ To be on your own/ With no direction home/ Like a complete unknown/ Like a rolling stone?’), misschien wel zijn Grootste Werk. Zelf zet hij de burgerman te kakken in Ballad Of A Thin Man (‘Because something is happening here/ But you don’t know what it is/ Do you, Mister Jones?’). Tegelijkertijd wordt hier een nieuw genre uitgevonden, volgens de formule folk + beat = rock. Meeslepend goede plaat. Topsingle Positively 4th Street (te vinden op Bob Dylan’s Greatest Hits uit 1967 en ook Biograph) dateert van dezelfde opnamessessie.

BLONDE ON BLONDE (1966)

******

Voor velen is dit zijn beste plaat. En dat is het natuurlijk ook. Tegelijkertijd heeft de pedante manier waarop hij in de camera staart me altijd tegengestaan en vond ik kant 4 van deze dubbel-lp eigenlijk zonde van mijn geld. Daarop staat het doordrentelende Sad-Eyed Lady Of The Lowlands, 11.20 minuten lang gewijd aan zijn toekomstige echtgenote Sara Lownds (Dylan rotzooide indertijd ook met Joan Baez en fotomodel Edie Sedgwick; Blonde On Blonde had drie muzen). Maar ja, de ludieke hoempa waarmee hij al zijn vijanden aan zijn laars lapt in Rainy Day Women #12 & 35, de simpele schoonheid van I Want You, de benijdenswaardige coole manier waarop hij geliefden dumpt in Most Likely You Go Your Way And I’ll Go Mine en One Of Us Must Know (Sooner Or Later), de weergaloze woordenstroom in Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again en de volmaakte rocksong Just Like A Woman vergoeden natuurlijk alles. Het album werd opgenomen in Nashville en het orgel van Al Kooper is goddelijk. Dylan zelf roemt de sound van de plaat: ‘Dun, wild, kwikzilver, metallic en hel goud (…), mijn geluid.’

JOHN WESLEY HARDING (1967)

****

Een stelletje sloebers staat wat te lummelen. Deze plaat is een ferme breuk met de tijdgeest. Terwijl de hippiegoeroes van die dagen in psychedelische kleuren ‘de nieuwe mens’ afkondigen, keert degene die velen als hun muzikale leidsman beschouwen terug naar een semi-akoestische zwart-wit wereld, waar de Amerikaanse paupermythologie van de folkbeweging zich vermengt met taal die zo uit de bijbel lijkt te komen. Ingetogen, streng, neigend naar country en gospel. Het is alsof Dylan tegen de ‘vernieuwde’ mensheid wil zeggen: ‘Verbeeld je maar niks, je kunt je lot toch niet ontlopen.’ Luister maar naar de openingswoorden van All Along The Watchtower: ‘There must be some way out of here, said the joker to the thief/ There’s too much confusion, I can’t get no relief/ Businessmen, they drink my wine, plowmen dig my earth/ None of them along the line know what any of it is worth.’ John Wesley Harding (de initialen zouden kunnen slaan op Jaweh = God) werd opgenomen in Nashville. Sara zou hem vier kinderen baren, het gezin woonde teruggetrokken in Woodstock, waar Bob herstelde van zijn mysterieuze motorongeluk dat hem uit het publieke leven wegnam. In dezelfde periode maakte hij met The Band verschillende hometapes die acht jaar later als The Basement Tapes zullen opduiken.

NASHVILLE SKYLINE (1969)

** 1/2

Dylan als vrolijke flierefluiter die zijn hoed voor ons afneemt? En dan die stem! Alsof hij Roy Orbinson na wil doen, nadat deze een aardappel heeft ingeslikt… Soms gaat Bobs manier van croonen (hij is gestopt met roken) hem goed af, zoals in het magistrale Lay Lady Lay, I Threw It All Away en Tonight I’ll Be Staying Here With You, maar vaak klinkt hij als een ridicule vermomming van zijn oude vocale ik. Het duet met Johnny Cash – de bewondering is wederzijds – in een remake van Girl From The North Country mag er nog zijn, maar veel van de in Nashville opgenomen countryliedjes zijn te lanterfanterig om te kunnen overtuigen. Bob omarmt de burgerlijkheid en het huiselijk geluk, laten we het daar maar op houden. De plaat is tevens een reactie op de ‘bewonderaars’ en ‘Dylanologen’ die in het privéleven van de familie Dylan te Woodstock snuffelen. Zelfs de luiers van zoontje Jakob worden bestudeerd om ‘iets’ van het mysterie Dylan te ontraadselen.

SELF PORTRAIT (1970)

*** 1/2

Niet jezelf laten zien, deel 3. Self Portrait. Ik kan de ironie wel inzien van de tapeloop met dames die maar blijven herhalen: ‘All the tired horses in the sun, how am I supposed to get any writing done’ (openingsnummer). En ook de hoes: een ‘modern’ zelfportret, met dikke klodders verf! Een grap, zal Dylan later over de plaat beweren. In ieder geval is dit zijn meest pretentieloze album, en ik heb er altijd een groot zwak voor gehad. Luister naar zijn Elvis-imitaties in I Forgot More Than You’ll Ever know, Let It Be Me, Blue Moon en Take Me As I Am, de western coolness van Days Of 49, zijn cover van Simon & Garfunkels The Boxer en – ineens heel erg op het scherp van de snede – The Mighty Quinn (Quinn The Eskimo). Een van de weinige Dylanplaten waar letterlijk lol aan te beleven valt. Onderschat.

NEW MORNING (1970)

***

Dylan dwaalt. Twee topliedjes (If Not For You en New Morning), maar vooral pianonummers die nogal atypisch klinken. Niet altijd even goed uitgewerkt (Day Of The Locusts, over het tegen wil en dank ontvangen van een eredoctoraat op Princeton University) of wonderlijk Randy Newmaniaans (Sign In The Window). Voor het eerst duikt hier het gospelachtige dameskoortje op, dat Dylan vocaal bijstand verleent en gaandeweg de jaren zeventig en tachtig wel vaker van stal gehaald wordt. Luister maar naar het prima The Man In Me (‘The man in me will hide sometimes to keep from bein’ seen/ But that’s just because he doesn’t want to turn into some machine’). New Morning lijkt hoogst serieus bedoeld (zie ook de hoes). Bob zingt ook weer ‘gewoon’, dus nasaal en rasperig (de aardappel is weg). Curieuze plaat, een soort schetsboek. Wordt bij nadere bestudering steeds interessanter.

BOB DYLAN’S GREATEST HITS VOL. II (1971)

*****

Uitgebracht om aan contractuele verplichtingen te voldoen (Dylan wil van Columbia af), maar wel een zeer relevante aanschaf. Ideale introductie tot Dylans eerste decennium, met een paar absolute topsongs die nooit eerder op plaat verschenen: Watching The River Flow, Tomorrow Is A Long Time, When I Paint My Masterpiece, I Shall Be Released, You Ain’t Goin’ Nowhere en Crash On The Levee (Down In The Flood). Geweldig album, ook uitgebracht als More Bob Dylan Greatest Hits. Prachtige cover ook, spijkerbroekenblauw!

PAT GARRETT & BILLY THE KID (1973)

***

Een soundtrack. Veel instrumentaal westerngetokkel van het soort waar later Calexico het patent op zou krijgen, en twee songs met zang van Bob. Maar dat is wel erg raak: Knockin’ On Heaven’s Door (later gecoverd door o.a. Guns N’ Roses). Dylans origineel (daar is het dameskoortje weer) is zo godsgruwelijk mooi dat drummer Russ Kunkel moest huilen tijdens het opnemen. Te begrijpen valt waarom. Ook Billy 4 is een geweldige song (‘So hang on to your woman, if you got one’). Heel pure plaat, atypisch, maar prachtig. In de door Sam Peckinpah geregisseerde film speelt Bob een personage, getiteld Alias.

DYLAN (1973)

**

Het moeten voor Dylan rare jaren zijn. Hij heeft zich ontworsteld aan het verwachtingspatroon en zijn Messiaanse status van midden jaren zestig, maar heeft hij zijn hand niet overspeeld? Veel critici laten hem keihard vallen. Is hij nog wel de popster, die hij niet meer wilde zijn? Met die vraag lijkt hij te worstelen. Om de identiteitscrisis te vergroten brengt Columbia – vlak voor hij naar het Asylum-label verkast, om te jennen – min of meer buiten hem om Dylan uit: een verzameling outtakes van Self Portrait en New Morning. Rare plaat, met aardige covers als Mr. Bojangles van Jerry Jeff Walker en Big Yellow Taxi van Joni Mitchell, en ja: welke songtitel klonk ooit beter dan Spanish Is The Loving Tongue (overigens een compositie van Charles Badger Clark)?

PLANET WAVES (1974)

***

Het dwalen blijft maar doorgaan. Wisselvallig album, vol huiselijke thematiek. Hernieuwde kennismaking met The Band, met wie Dylan in 1966 (zij onder de naam The Hawks) had getoerd en in 1967 de opnames voor The Basement Tapes maakte. Een paar nummers springen eruit: Going Going Gone, Hazel, Dirge, het funky Tough Mama, Wedding Song (voor Sara) en natuurlijk Forever Young (een liedje geschreven voor zoon Jakob). Toch mist dit album de focus die z’n directe opvolgers wel gaan krijgen.

BEFORE THE FLOOD (1974)

**** 1/2

Klassieke live-dubbelaar (een typisch seventiesfenomeen) van Dylans legendarische Amerikaanse comebacktournee met The Band, een soort variant op wat Crosby, Stills, Nash & Young in 1971 met 4 Way Street hadden gedaan. Ziedend goed, zoals de heren er op los musiceren. De felheid druipt van de uitvoeringen af. De plaat is ook een afrekening met de jaren zestig. Dit was Dylans eerste tour sinds acht jaar: 40 optredens in 21 steden, totaal 651.000 bezoekers. Al zijn sixtiessuccessen worden voor het eerst live geopenbaard aan een nieuwe generatie: hoogtepunt na hoogtepunt! En groupies te over! Aan Dylans huisvaderschap komt abrupt een eind: hij begint een relatie met de 24-jarige Ellen Bernstein, werkzaam voor Columbia. Sara duikt onaangekondigd op in Houston om Bob het laatste deel van de tour voor zichzelf op te eisen.

BLOOD ON THE TRACKS (1975)

******

Volgens velen zijn beste plaat. En dat is het natuurlijk ook, hoewel ik Lily, Rosemary And The Jack Of Hearts met 16 coupletten altijd veel te lang vind voortdreutelen. Blood On The Tracks geldt altijd als Dylans scheidingsplaat, maar de formele scheiding met Sara wordt pas twee jaar later uitgesproken (in 1975 kende het huwelijk zelfs een periode van verzoening). Laten we het maar als de ultieme plaat zien over wat Dylan zelf in If You See Her Say Hello een ‘falling-out’ noemt, ‘like lovers often will’. En over de drie zinnen daarna: ‘And to think of how she left that night, it still brings me a chill/ And though our separation, it pierced me to the heart/ She still lives inside of me, we’ve never been apart.’ De thematiek overstijgt de particuliere problemen van Bob en Sara. Het is verleidelijk om de plaat te beschouwen als Dylans afdaling in de allesverterende liefdeshel (in de voetsporen van Dante). Maar laten we zijn eigen egoïsme ook niet vergeten. You’re Gonna Make Me Lonesome When You Go gaat over minnares Ellen Bernstein. Zij was voortdurend aanwezig bij de opnames. Hij schreef de songs bij haar thuis.

THE BASEMENT TAPES (1975)

**** 1/2

Alsof de creativiteit nog niet genoeg is opgebloeid, verschijnt datzelfde jaar ook The Basement Tapes, een dubbelalbum met 24 songs die in de zomer van 1967 grotendeels waren opgenomen in de kelder van een huis genaamd The Big Pink, dat leden van The Band hadden gehuurd in West Saugerties, New York (vlak bij Woodstock). Volgens schrijver Greil Marcus vormt deze verzameling liedjes ‘an invisible republic’, doelend op de volkomen autonomie die ze lijken te hebben en de organische wijze waarop ze ontstonden als exponent van de Amerikaanse volkscultuur. Ze klinken speels (opgenomen met een gewone bandrecorder), bedrieglijk simpel (eenvoudige songstructuren) en mysterieus. Ze vormen inderdaad een op zichzelf staande wereld, met allerlei vreemde volkskarakters: Mrs. Henry, Tiny Montgomery, Bessie Smith, Ruben Remus et cetera. Typisch zo’n Dylanplaat waar je jaren op kunt studeren zonder ‘m helemaal te doorgronden. Cryptisch dus. Zeker is dat er een aantal van Dylans beste songs op staat: Nothing Was Delivered, Million Dollar Bash, You Ain’t Going Nowhere, Tears Of Rage en natuurlijk This Wheel’s On Fire.

DESIRE (1976)

*** 1/2

De hoes toont Dylan als kruising tussen Che Guevara en een Russische grootvorst. Desire bezit een triomfantelijke toon, die helemaal past bij zijn herwonnen artistieke zelfvertrouwen en popsterrenstatus. De plaat heeft absoluut flair en grandeur, maar om er echt van te genieten moet je bestand zijn tegen a. de allesoverheersende viool van Scarlet Rivera, b. lange verhalende songs (zoals Hurricane en Joey, respectievelijk 8.33 en 11.05 minuten) en c. het larmoyante privé-gehalte van Sara, waarin Bob zijn ‘radiant jewel, mystical wife’ smeekt bij hem terug te komen. De songs op Desire zijn geschreven in samenwerking met toneelschrijver Jacques Levy (schreef ook mee aan Chestnut Mare van The Byrds), maar in Sara is de thematiek voor Dylans doen wel erg persoonlijk: ‘Stayin’ up for days in the Chelsea Hotel/ Writin’ Sad-Eyed Lady Of The Lowlands for you.’

HARD RAIN (1976)

** 1/2

Dit is dus zijn echte echtscheidingsplaat. Tien bitter gezongen maar behoorlijk goed klinkende nummers opgenomen tijdens de Rolling Thunder Revue, een carnavalesk opgezette tournee die Dylan in 1975 en 1976 met bevriende muzikanten als Joan Baez, Roger McGuinn, Kinky Friedman, Mick Ronson en T-Bone Burnett ondernam. Het was nogal een zootje, met veel drugs, drank en seks. Mei 1976 werd Bob 35. Bassist Rob Stoner: ‘Dylan probeerde een hele hoop meiden uit, in alle soorten en maten.’ Het nummer I Threw It All Away staat niet voor niets op de tracklist. Sara kwam enkele keren op bezoek en reageerde overstuur. Maart 1977 vroeg ze officieel een scheiding aan, claimend dat haar vijf kinderen zeer te lijden hadden onder het gedrag van haar echtgenoot en zijn bizarre levensstijl. Volgens geruchten kreeg Sara 36 miljoen dollar aan alimentatie, plus de helft van de royalties van de songs die Dylan tijdens hun huwelijk had geschreven. In ruil beloofde ze o.a. nooit informatie over haar tijd met Bob naar buiten te brengen, een belofte waaraan ze zich altijd gehouden heeft.

STREET LEGAL (1978)

****

Veelbetekenend: Dylan kijkt op de hoes de andere kant uit. Street Legal viel destijds een beetje tussen wal (de op dat moment alles opschonende punk) en schip (Dylans reputatie als rockdinosaurus), maar het is een van zijn sterkste platen uit de jaren zeventig. Er staat geen zwak nummer op, Dylan klinkt zeer geïnspireerd (de songs werden geschreven tijdens de rechtszaak rond zijn scheiding) en laveert op duistere wijze tussen blues, gospel, folk en rock. Veel blazers en gospelkoortjes. Hoogtepunt is opener Changing Of The Guards (een van zijn beste songs ooit), dat een psalmachtige indruk maakt. Ook hartverscheurend mooi: Is Your Love In Vain? Dit is de overgangsplaat van Dylans scheidingsleed naar zijn religieuze periode.

BOB DYLAN AT BUDOKAN (1978)

** 1/2

Puur gemaakt voor de poen, een liveplaat vanuit Japan, omdat ze daar zo goed betaalden en Dylan aan zijn alimentatieverplichtingen moest voldoen. De tracklist heeft een hoog greatest hits-gehalte. Dylan als levende jukebox! Hij speelde grotendeels wat de promotor van hem verlangde. En toch: de arrangementen zijn vrijwel allemaal totaal nieuw en zo beroerd klinken ze niet. Dylan liet zijn bandleden optreden in showpakken (hetgeen ze haatten). Toen hij met deze ‘Las Vegas-show’ (ook wel: de ‘alimony’-tournee) de VS aandeed, werd hij door de pers afgemaakt, iets dat hem enorm kwetste.

SLOW TRAIN COMING (1979)

*** 1/2

Van Sara en de groupies via achtergrondzangeres Mary Alice Artes (Queen Bee op Street Legal) naar God. ‘You’re gonna have to serve somebody’, zoals Dylan in het openingsnummer zingt. Bob als Born Again Christian, het bleek echt waar! De gedachte dat de meest eigenzinnige artistieke denker van de jaren zestig in de handen van de Heer was gevallen, viel moeilijk te verteren. En dat Mark Knopfler van Dire Straits de gitaar bespeelde, was indertijd ook al geen aanbeveling. De bekering was allerminst een grap. Op 17 november gooide iemand hem tijdens een show in San Diego een zilveren kruisje toe. Al snel liet Bob zich dopen en volgde bijbellessen. Hij was zo fanatiek gelovig dat hij zelf producer Jerry Wexler probeerde te bekeren. Die antwoordde met een korzelig: ‘Ik ben een 62-jarige Joodse atheïst. Laten we dat album nou maar gaan maken.’ Slow Train Coming is geweldig geproduceerd: scherp en krachtig. Dylan klinkt eenzaam, ongelukkig en streng (volgens Sinéad O’Connor naast religieus ook sexy en funky). Wie zich niet stoort aan de evangelische inhoud, heeft hier een prima plaat aan.

SAVED (1980)

***

Meer voer voor Andries Knevel. Bob preekt de gospel. Foeilelijke hoes. De teksten wekten destijds ergernis (Dylan scheidde de uitverkorenen van de dwalenden, ‘wij’ tegenover ‘zij’). Dit is een van de Dylanplaten waar het minst naar geluisterd is. Toch: Solid Rock is erg goed, A Satisfied Mind ook. Saved is beter dan je denkt.

SHOT OF LOVE (1981)

***1/2

Nog lelijker hoes. Rauw geproduceerd: stampend en rockend, Dylan zingt fel (luister naar Groom’s Still Waiting At The Altar). Zijn relatie met Mary Alice Artes is voorbij, hij heeft een nieuwe liefde, opnieuw een zwarte achtergrondzangeres: Clydie King. Een paar religieuze teksten, maar ook wereldse problematiek (o.a. een ontroerende ode aan de overleden comedian Lenny Bruce). En ja, het christelijke Every Grain Of Sand is om te janken zo mooi. Totaal onderschat.

INFIDELS (1983)

**1/2

Exit religie, exit rudimentaire productie. Mark Knopfler achter de knoppen, toenmalige bigshots als studiokrachten (Sly & Robbie, ex-Rolling Stone Mick Taylor). En de beste song van de opnamesessies (Blind Willie McTell) werd op het laatste moment van de tracklist gehaald. Thematiek: tegen ruimtereizen, pro-Israel (Neighbourhood Bully) en zeer ouderwets ten aanzien van de positie van de vrouw. ‘A woman like you should be at home/ That’s where you belong’, heet het in Sweetheart Like You. Beste songs: Jokerman en I And I. Juist de verzorgde productie maakt dat Infidels vandaag de dag wat al te braaf klinkt.

REAL LIVE (1984)

**1/2

Opgenomen in Engeland en Ierland, aan het eind van Dylans Europese tournee. Zijn vierde live-album in tien jaar. Helemaal niet slecht, maar wat overbodig. De tekst van Tangled Up in Blue is ‘anders’, o.a. omgeschreven naar de hij-vorm.

EMPIRE BURLESQUE (1985)

*1/2

Al weer zo’n foeilelijke hoes, erg eighties! En dat is ook de productie. Zeer gedateerd, met van die slappe synthesizeraccenten en drummachines. In een poging aan te haken bij het geluid van dat moment is Arthur Baker (New Order, Afrika Bambaataa) aangezocht als mixer. Dylan wilde weer eens een hit, hij beweerde expliciet dat hij Madonna en Prince achterna wilde! Zeer typisch is het discoachtige When The Night Is Falling From The Sky (een poging om Springsteens Dancing In The Dark te benaderen?).

BIOGRAPH (1985)

****

Prima overzichtsbox (5 lp’s/3 cd’s) met 53 songs, waarvan 31 eerder op zijn platen verschenen waren. 22 rarities en outtakes, nu uitgebracht om bootleggers af te troeven. Bijzonder: Abandoned Love (van Desire ‘afgevallen’) en Up To Me (idem van Blood On The Tracks).

KNOCKED OUT LOADED (1986)

*

Volgens velen zijn slechtste plaat en dat is het natuurlijk ook. Hoewel… Acht songs, drie daarvan covers en drie geschreven in samenwerking met anderen, een reggaedeun met steeldrums, medewerking van o.a. Tom Petty, Dave Stewart en Blondie drummer Clem Burke, een Kris Kristoffersonsong met kinderkoor, kortom: een vreemd ratjetoe. Maar het 11 minuten durende Brownsville Girl is wel weer ultracool (Knockin’ On Heaven’s Door-kwaliteit). Dit jaar trouwt Dylan met achtergrondzangeres Carolyn Dennis (zes maanden na de geboorte van dochter Desirée Gabrielle Dennis-Dylan). In 1992 scheiden ze weer.

DYLAN AND THE DEAD (1988)

**

The Grateful Dead waren dopeheads uit San Francisco, onder leiding van Jerry Garcia. LSD-hippies stammend uit San Francisco’s Summer Of Love. Ze hielden drie tot vier uur durende shows, hadden een sterke following (Deadheads geheten) en een mateloze bewondering voor Dylan, die ze The Oracle noemden (eenmaal op tournee doopten ze hem Spike, omdat ze al een Bob in de gelederen hadden). En Dylan had eind jaren negentig zelf weinig inspiratie. Alle ingrediënten voor een vreemde live-plaat. Onwennig, maar ook wonderlijk relativerend.

DOWN IN THE GROOVE (1988)

***

Weer zo’n plaat die bij de release meteen de grond ingeboord werd. De laatste van een lange rij waarop Dylan gospeldames laat opdraven (een van hen is Madelyn Quebec, zijn schoonmoeder). Markeert ook het begin (7 juni 1988) van de Never Ending Tour, waarbij Dylan met een kleine ‘eigen’ band tamelijk onvoorspelbare optredens doet en die voortduurt tot op de dag van vandaag (gemiddeld honderd shows per jaar!). Down In The Groove verdient een beter lot. Let’s Stick Together (niet zo gek veel verschillend van de versie van Bryan Ferry, het origineel is van Wilbert Harrison) staat erop, net als Death Is Not The End (bekend van de versies van Nick Cave en Freek de Jonge – in het Nederlands Leven Na De Dood). Silvio is geweldig, Ugliest Girl In The World behoorlijk raar. Veel covers, telkens andere begeleiders: zelfs Paul Simonon (The Clash) en Steve Jones (Sex Pistols) doen een nummertje mee.

OH MERCY (1989)

****

De triomfantelijke comebackplaat. Dylan mag weer, aldus de pers. De plaat wordt laaiend ontvangen, mede vanwege de productie van Daniel Lanois. Deze is Bob aangeraden door Bono van U2, voor wie hij samen met Brian Eno The Joshua Three had geproduceerd. Lanois rekruteert muzikanten uit Louisiana en laat Dylan opnemen in een oud huis in New Orleans, vol opgezette dieren en alligatorhoofden, om de door hem gewenste ‘swamp sound’ te krijgen. Oh Mercy klinkt warm en sober tegelijk. Pittig, maar ook spiritueel. Geen covers: alleen maar trefzekere composities, waarvan Political World, Everything Is Broken, What Good Am I?, Ring Them Bells en Man In The Long Black Coat heel goed zijn, maar Most Of The Time ronduit briljant. De stuurloze jaren lijken voorbij. Heeft Dylan zichzelf hervonden?

UNDER THE RED SKY (1990)

**

Allerlei supersterren draven op: Elton John, Slash, George Harrison, Stevie Ray Vaughan, Bruce Hornsby, David Crosby, maar Dylan maakt nauwelijks contact. Slash: ‘Hij zag eruit als een eskimo. Het was een warme dag, maar hij droeg altijd een dikke wollen trui, met een capuchon over zijn hoofd en een baseball cap. Hij leek de hele tijd stoned en was erg onbeleefd.’ Ook het productieteam (de gebroeders Don en David Was) krijgt weinig vat op Dylan. Niet al te pregnante songs (songtitels als Wiggle Wiggle en Handy Dandy spreken boekdelen). De plaat is opgedragen aan Gabby Goo Goo (bijnaam van Dylans dan vierjarige dochter).

GOOD AS I BEEN TO YOU (1992)

*** 1/2

Dylan is inmiddels 51 en lijdt weer eens aan een writer’s block. Hij voelt zich oud, heeft een drankprobleem achter de rug. Het verongelijkte zit ‘m in de titel, maar ook in de geleverde songs: dertien folktraditionals uit vervlogen tijden. Soeverein solo en akoestisch uitgevoerd (voor het eerst sinds Another Side Of Bob Dylan uit 1964). Het is Dylans protest tegen de ‘moderne tijden’, met hun MTV en Microsoft. Er zit iets nederigs in de aanpak (er hoeft niks nieuw verzonnen te worden, de mens heeft het allang eerder bedacht), maar daardoor juist ook iets provocerends. Heel sfeervol en consistent uitgevoerd.

WORLD GONE WRONG (1993)

*** 1/2

Snelle opvolger van Good As I Been To You. Zelfde aanpak, nog net iets pregnanter, de totaal ontheemde, ‘doodse’ toon in een song als Delia (‘All the friends I ever had are gone’) is een voorbode van wat Dylan weldra op eigen kracht over zijn eigen oudemannenbestaan te melden zal hebben.

MTV UNPLUGGED (1994)

*** 1/2

Doet Dylan eens mee aan de waan van de dag, is het weer niet goed. Zijn deelname aan MTV Unplugged werd door de pers met de grond gelijk gemaakt. Ten onrechte, alleen de hoes is lelijk. Oorspronkelijk wilde hij alleen folktraditionals spelen, maar dat wisten MTV en Sony hem uit zijn hoofd te praten. In plaats daarvan deed hij een solide greep uit zijn eigen songboek. Prima plaat voor ‘instappers’. Verrassing is John Brown, een niet eerder op plaat verschenen anti-oorlogscompositie uit 1963. En hij doet Dignity, een legendarische outtake van Oh Mercy en de enige reden om het verder totaal overbodige Bob Dylan’s Greatest Hits Volume 3 (1994) eens te bestuderen.

TIME OUT OF MIND (1997)

******

Sinds 1990 had Dylan geen plaat meer uitgebracht met eigen materiaal. Maar dat Time Out Of Mind het begin is van een nieuw (finaal) hoofdstuk van zijn carrière, is van meet af aan duidelijk. Zoals Dylan zelf zingt in Million Miles: ‘I keep asking myself how long it can go on like this’. Time Out Of Mind is ontegenzeggelijk een plaat van een man die het hele leven achter zich lijkt te hebben. Dylan wekt de indruk vanuit het graf te zingen. Dat hij de plaat net af had toen hij mei 1997, net een dag 57 jaar oud, met een bijna dodelijke ontsteking aan zijn hart in Los Angeles naar het ziekenhuis was gebracht, verhoogde ongetwijfeld de intensiteit van het luisteren bij de release. Voorwaar: Dylan was weer helemaal terug! Mensen die nooit naar hem luisterden kochten deze grimmige ouderdomsplaat, vol dood en verval, de liefde voorbij (Love Sick: ‘I’m sick of love, I hear the clock tick’), als ware het een monument van een aangekondigde dood. Ineens leek er algemene consensus over het feit dat een groot Cultureel Icoon de mensheid bijna ontvallen was. De erkenning was dan wel niet postuum, maar wel immens. Dylan werd zelfs een beetje deftig: knuffelbejaarde van de culturele elite. De plaat maakt dat natuurlijk helemaal waar. Voor het eerst (nou ja, Johnny Cash deed net zo iets op zijn American Recordings) documenteert een popartiest zijn laatste levensfase. Dylan zong groezelig, tastend in het duister, vermoeid, aangeslagen, maar zonder zelfmedelijden. Zonder hoop, zonder toekomst. Hij was op weg naar het einde en maakte het niet mooier dan het is. Daniel Lanois zorgde – samen met Jack Frost, pseudoniem van Dylan – voor een productie waaruit de warme tinten van Oh Mercy totaal zijn verbannen. Op 27 september – hersteld! – speelde Dylan in Bologna voor de paus.

“LOVE AND THEFT” (2001)

***

De aanhalingstekens staan er omdat Dylan de titel heeft ‘geleend’ van een wetenschappelijke studie over Amerikaanse muziek: Love & Theft: Blackface Minstrelsy And The American Working Class, geschreven door Eric Lott, 1993. De studie beschrijft het vreemde verschijnsel dat blanke volksentertainers in het tijdperk van voor de Burgeroorlog (midden negentiende eeuw) tijdens zogenaamde minstrel shows hun gezichten zwart schminkten (blackface). Op de hoes staart Dylan ons – superblank – aan met een fijn charlatanesk snorretje. 24 mei 2001 werd hij 60. Hij duwde de dood weer even de coulissen in en maakte een springerige plaat die eer bewijst aan oude Amerikaanse genres, zoals folk uit de Appalachen, vaudeville, rockabilly, blues en jazz; welbeschouwd alle Amerikaanse genres die floreerden vóór de rock, die hij zelf in de jaren zestig hielp uitvinden. Ging de voorganger over de sterfelijkheid van de mens, deze gaat over de overlevingskracht van muziek. Muziek die Dylan ‘met liefde’ uit het verleden ‘steelt’ en naar zich toetrekt en in het nu plaatst, oftewel: Dylaniseert. Hij breekt een langs voor zijn roots, maar dat gaat ten koste van de emotionele zeggingskracht van de afzonderlijke songs.

MODERN TIMES (2006)

****

Lijkt de optelsom van Time Out Of Mind en “Love And Theft”. Ook Modern Times is geproduceerd door Jack Frost en klinkt voor Dylans doen opvallend smooth. Het is een soms bijna romantisch eerbetoon aan ‘oude’ Amerikaanse muziek. Typerend zijn het ‘gecroonde’ When The Deal Goes Down en de quasi-montere shuffle in Spirit On The Water. Tegelijkertijd is er een aantal indrukwekkende oudemannenbespiegelingen, weliswaar niet zo desperaat en desolaat als Time Out Of Mind, maar toch… Ontroerend is zijn ‘liefdesverklaring’ aan Alicia Keys.

DYLAN (2007)

*** 1/2

Adequate instapcompilatie. Uitgebracht als enkele cd (18 tracks) én als driedelige luxebox met 51 songs. Ter promotie verscheen een remix van Most Likely You Go Your Way (And I’ll Go Mine) door Amy Winehouse-producer Mark Ronson. Staat niet op de compilatie. Er is wel een fijne videoclip van.

TOGETHER THROUGH LIFE (2009)

*** 1/2

Together Through Life heeft een zelfverzekerde, triomfantelijke toon en is toegankelijker dan voorgangers Out Of Mind, “Love And Theft” en Modern Times. Als het Dylans missie is geweest om oude Amerikaanse muziekstijlen te ‘hertalen’ naar de moderne tijd, dan is hij daar op dit album het best in geslaagd. De plaat klinkt hip, helemaal 2009. Hij lijkt in dat opzicht een beetje op Desire. De rol die daarop vervuld werd door de viool van Scarlet Rivera is nu weggelegd voor de viool van David Hidalgo van Los Lobos. Opvallend is het spelplezier: er wordt enorm energiek gemusiceerd. En Dylan, zelf? Die klinkt te midden van deze bruisende muziek helemaal als Dylan. Qua wijsheid een oude man van inmiddels 67, maar qua muzikant veel vitaler dan we met z’n allen in de verste verte hadden kunnen denken.

TEMPEST (2012)

**** 1/2

Op Tempest keert Dylan zich nadrukkelijk af van de waan van de dag. Verrassend is dat niet. Deze koers, ingezet met het op traditionele folk geschoeide tweeluik Good As I Been to You (1992) en World Gone Wrong (1993), volgt hij eigenlijk al twintig jaar, een albumtitel als Modern Times (2006) ten spijt. Het digitale tijdperk wordt vanaf opener Duquesne Whistle resoluut terzijde geschoven. Na een intro, dat van een countrystrijkje uit de jaren dertig had kunnen zijn, valt de band ouderwets ‘stompend’ in. Vervolgens horen we Dylan met z’n stem van nu, zoals hij op Tempest vaak zingt. Grommend, kraaiend, met een mond vol speeksel, als de missing link tussen Louis Armstrong en Tom Waits. De teksten mogen briljant zijn, soms lucide, dan weer van Bijbelse allure, maar onze Pulitzer Prize-winnaar is vaak wel wat lang van stof. Tempest is duister, imponerend, begint en eindigt als een ware klassieker en had in het middengedeelte wel wat eigentijdse ‘eindredactie’ kunnen gebruiken.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Doe Maar schrapt tournee: Henny Vrienten is ziek
nieuws

Doe Maar schrapt tournee: Henny Vrienten is ziek

Doe Maar annuleert zijn afscheidstournee omdat Henny Vrienten ziek is. De zogeheten Lijf aan Lijf-tournee wordt ook niet later ingehaald ...
24-9-1991: dit moet de beste releasedag aller tijden zijn
30 jaar oud

24-9-1991: dit moet de beste releasedag aller tijden zijn

Dertig jaar geleden verschenen op één knetterende dag zowel 'Nevermind', 'Blood Sugar Sex Magik', 'Screamadelica' als 'The Low End Theory'.  ...
Guns N' Roses deelt nieuwe single 'Hard Skool'
luisteren

Guns N’ Roses deelt nieuwe single ‘Hard Skool’

Na de comeback op het podium neemt Guns N' Roses ook 'gewoon' weer muziek op. Na 'ABSUЯD' brengt de band vandaag 'Hard ...

Bob Dylan: zijn beste en slechtste albums besproken (special) | OOR