Op 10 augustus 2025 overleed Bobby Whitlock, toetsenist, zanger, songwriter en medeoprichter van Derek & The Dominos, in zijn huis in Texas. Hij was 77 jaar. Zijn vrouw CoCo Carmel was bij hem.
Whitlock was een muzikant die de warmte van de Memphis soul en de scherpte van de rock in één adem kon laten klinken. Opgegroeid tussen kerkkoren en kroegpodia, werd hij de eerste witte artiest op Stax Records. Daar stond hij naast grootheden als Booker T. & the M.G.’s, Albert King en Sam & Dave. Hij was geen ‘witte smoes’, maar een volwaardig onderdeel van die wereld, een belichaming van blue-eyed soul.
Met Derek & the Dominos, zeker ook bekend van Eric Clapton, maakte Whitlock Layla And Other Assorted Love Songs, een album dat nog steeds knettert. Zes nummers droegen zijn handtekening. Zijn Hammondorgel gaf diepte en zijn stem de rafelranden.
Buiten de Dominos werkte hij mee aan George Harrison’s All Things Must Pass, leverde bijdragen aan Exile On Main St. van The Rolling Stones en speelde met Dr. John en Stephen Stills. Elton John, destijds een jonge onbekende in het voorprogramma, keek ‘like a hawk’ naar Whitlocks spel en noemde hem later een muzikant van wie hij veel leerde.
Na de Dominos volgden soloplaten, het huwelijk met Carmel, een autobiografie, honderden schilderijen en tot het einde nieuwe muziek. In 2024 werd zijn naam vereeuwigd op de Beale Street Walk of Fame in Memphis.
Carmel omschreef hem als ‘mijn liefde die het leven als een avontuur zag, van muziek naar poëzie en schilderkunst’. Zelf zei hij: ‘Life is what you make it, so take it and make it beautiful.’ Wat blijft, is de nalatenschap van iemand die de afstand tussen soul en rock wist te verkleinen tot nul.
Foto Steve Proctor (CC)