Butthole Surfers brengen op 26 juni het lang verloren gewaande album After The Astronaut uit, oorspronkelijk bedoeld als opvolger van Electric Larryland uit 1996 maar destijds tegengehouden door hun label.
De plaat werd eind jaren negentig al volledig afgerond, inclusief artwork en promotie-exemplaren, maar Capitol Records trok de stekker eruit wegens gebrek aan commerciële potentie. De band kwam vervolgens bij Hollywood Records terecht, waar het materiaal ingrijpend werd aangepast en in 2001 verscheen als Weird Revolution. Die versie gold jarenlang als de officiële opvolger, terwijl het oorspronkelijke album in de kluis bleef liggen.
Gitarist Paul Leary schetst de breuk met het label als beslissend moment. Volgens hem wilde Hollywood Records het materiaal omvormen, wat leidde tot een ongemakkelijke werksituatie en uiteindelijk tot een compromis dat ver afweek van de oorspronkelijke opzet. Nu de rechten weer bij de band liggen, verschijnt het album alsnog zoals het destijds bedoeld was, inclusief de oorspronkelijke titel.
Drummer King Coffey benadrukt dat de opnames draaiden om experiment en vrijheid. De band werkte met digitale apparatuur die toen net beschikbaar kwam en benaderde het proces speels, zonder rekening te houden met radio of hitpotentie. Die houding sluit aan bij het vroege werk van de groep, waarin grilligheid en vervreemding centraal stonden.
De eerste vooruitblik is er met Jet Fighter, een nummer dat al in een andere vorm opdook op Weird Revolution, maar hier dichter bij de oorspronkelijke opname blijft. Het onderstreept hoe groot de afstand is tussen beide versies van hetzelfde materiaal.
De heruitgave past in een bredere herwaardering van de band. Eerdere albums werden recent opnieuw uitgebracht en de groep keerde terug in de publiciteit rond de documentaire The Hole Truth And Nothing Butt van Richard Linklater.