In de speciale zomereditie van OOR vragen we 33 kenners, liefhebbers en visionairs naar hún favoriete plaathoes aller tijden. Vandaag: Nits. De band ontstond ooit aan de Rietveld Academie. En een halve eeuw later heeft zanger, gitarist en huisontwerper Henk Hofstede nog altijd oog voor minimale vondsten met maximaal bereik.
‘Noel Gallagher zei het treffend: de plaathoes is de poor man’s art gallery’, lacht Henk Hofstede. ‘De man van de straat komt ineens in contact met kunst. The Velvet Underground & Nico, met de banaan van Andy Warhol, trok als eerste hoes de aandacht, totaal onverwacht in het landschap van destijds. Peel slowly and see… Maar ik was en ben een Beatlesfan, dus voor mij begint het bij het White Album. Een vondst van Richard Hamilton, alleen wit met een serienummer, ik heb mijn originele exemplaar nog. Wat een statement! In 1968 was dat echt schokkend – een drastic measure, om Wally van Middendorp eens aan te halen. Een plaathoes was niet langer een verpakking, maar een kunststuk. Kijk ook eens naar Fear Of Music van Talking Heads, een andere favoriet. Zo’n metalen bodemplaat met motief, functionele kaalheid, als symbool voor die muziek. De illustratie ver voorbij.’
Hofstede noemt Hipgnosis en Peter Saville als uitgesproken wegbereiders, plus het ‘jaloersmakende Japanse kleurstaalboekje’ van Ryuichi Sakamoto, maar ook het Nederlandse Plurex-label, dat vanaf eind jaren zeventig eigenzinnige acts als Minny Pops (jawel, Drastic Measures, Drastic Movement) en Nasmak (4our Clicks) uitbrengt.
Rond die tijd vestigt Hofstede ook zijn eigen naam als ontwerper van de illustere Nits-hoezen, samen met echtgenote Riemke Kuipers. ‘Ik zag bij Kraftwerk elementen van De Stijl, Rietveld en Mondriaan terug, dat wilde ik ook. Zo kreeg Tent een hele strakke hoes, ik ben nog speciaal naar de platenzaak gegaan om te kijken of ie opviel tussen de Joy Divisions aan de wand. En ja hoor, geslaagd, in al z’n eenvoud. Ik ben ook heel trots op In The Dutch Mountains, met de kinderpostzegels, waarvan we dankzij de weduwe van Cas Oorthuys de originele prints mochten gebruiken. Het hele verhaal van die plaat, mijn jeugd in de jaren vijftig, komt daarin terug. En voor Angst had ik een heel ander idee, tot m’n oog op een kartonnetje met knopen viel. Het oorlogsthema, de verdwenen knopenzaken van Amsterdam… Dan is de cirkel gewoon rond.’