In de speciale zomereditie van OOR vragen we 33 kenners, liefhebbers en visionairs naar hún favoriete plaathoes aller tijden. Vandaag: Michiel Romeyn. Muziek bepaalt het leven van het Jiskefet-icoon, al is de oud-Rietveldstudent de beeldende kunst nooit uit het oog verloren. De man achter Tante Poes kiest zijn mooiste hoes.
‘Ik denk wel eens: hoe slechter de hoes, hoe beter de plaat’, barst Michiel Romeyn meteen los. ‘Mijn favoriete album aller tijden is Pet Sounds. Alleen die voorkant, met die kinderboerderij… Daar sla je steil van achterover. De eerste Undertones heeft zo’n heel kneuterig jasje, waardoor het ook wel weer geestig werd. Het portret op Layla van Derek And The Dominos is goedbedoeld – Clapton vond ’t kennelijk op Patti Boyd lijken – maar o zo lelijk. En dan de interessantdoenerij van die club rond Pink Floyd. Hipgnosis, ja. Er wordt diepgang geveinsd, iedereen roept dat ’t zo geweldig is… Maar The Dark Side Of The Moon, met dat prisma, is toch de lulligheid ten top? Of die kindertjes op die lavarotsen van Led Zeppelin. Al zag ik laatst het artwork van Presence, met dat object op tafel, en dat vind ik nog wel een goed ding. Alleen is die plaat meteen weer een stuk minder.’
Áls beide werelden samenvallen, dan is ’t ook raak. ‘Roxy Music!’, roept Romeyn beslist. ‘Toen hun debuut verscheen, kreeg ik zowat een hartverzakking. Alles wat ze deden was steengoed: de glamour, de stijl, het avant-gardistische. En dat spreekt ook door in hun hoezen met die modellen. Amanda Lear op For Your Pleasure. Die doorschijnende bikini’s op Country Life. Maar die eerste, met die pin-up, is en blijft gewoon de mooiste.’
Een hele rits eervolle vermeldingen volgt: PiL, The Clash, de eerste Ramones (‘simpel, voor een muurtje, het tekende de punk’) en Kimono My House als aanvoerder van een hele reeks Sparks. Het Britse antwoord op Pet Sounds krijgt van Romeyn nog wel het laatste woord: ‘Eigenlijk is Sgt. Pepper de God onder de hoezen. Peter Blake heeft de sixties toch z’n kleur gegeven. Ik heb een originele Peter Blake thuis, daar ben ik heel trots op. En ik heb zelfs 66, de laatste van Paul Weller, op vinyl gekocht, vanwege zijn ontwerp. Een platenspeler heb ik niet, ik koop tegenwoordig lp’s vanwege de hoes, haha!’