In de speciale zomereditie van OOR vragen we 33 kenners, liefhebbers en visionairs naar hún favoriete plaathoes aller tijden. Vandaag: Sjors Driessen. Behalve gitarist in Afterpartees en vormgever is hij ook illustrator van kinderboeken. Dick Bruna is een groot voorbeeld, zijn hoezenkeuze sluit daar mooi op aan.
Of we bekend zijn met de Limburgse koude schotel, vraagt Sjors Driessen. ‘Een lokale specialiteit.’ Het blijkt de sleutel tot de hoes van Family Names, het laatste reguliere album van zijn band Afterpartees, uit 2022. We zien abstracte groene bladeren, waar handen en voeten uit steken. ‘Die koude schotel is een salade.’ Aha. En Afterpartees is natuurlijk een Limburgse band. ‘Precies, in die zin is het beeld verbonden met de titel, met onze afkomst. Al is dat voor een buitenstaander dus niet meteen duidelijk, haha.’
De bewonderenswaardige eenvoud van die hoes mag illustratief heten voor de aanpak van Driessen. Ook zijn inspiratiebronnen klinken bijna logisch: Dick Bruna en Joost Swarte, maar ook de Italiaanse ontwerpster Raissa Pardini, die kleurrijk typografisch werk maakt dat meteen prikkelt. En dan zijn er nog de muzikanten die – net als Driessen zelf – hoezen ontwerpen voor hun eigen bands, zoals Andrew Savage van Parquet Courts.
Wat ons brengt bij Driessens favoriete hoes, want ook dat is een creatie van de uitvoerende artiest zelf: Don’t Be Scared van de betreurde Amerikaanse antiheld Daniel Johnston, die worstelde met manische depressies als gevolg van een bipolaire stoornis. ‘Alles wat hij heeft gemaakt, raakt mij eigenlijk wel. Deze hoes verbeeldt heel goed zijn leven als artiest: hij kon niet veel anders dan wat hij deed. Het was de enige manier om zich te uiten. Het personage voorop is ook een verbeelding van dat niet kunnen binnenhouden van kunst en muziek. Een man met een soort pot als hoofd, zonder deksel: alle emoties vallen er gewoon vanzelf uit. Ik vind het heel ontroerend wat hij maakt. Heel simpel en puur. In geen enkel opzicht professioneel natuurlijk, maar dat is juist de charme.’
Nu bestaan er natuurlijk allerlei prachtige, wél professioneel gemaakte hoezen, ‘maar dat is toch meestal de vertaling van het idee van een artiest naar een externe ontwerper’. Driessen noemt Nevermind van Nirvana en Arise van Sepultura. Vooral die laatste, met al z’n details, daar kon hij vroeger eindeloos naar kijken. ‘Helaas doe je dat tegenwoordig toch minder. Een hoes met veel details, daar blijft op je telefoon niet zoveel van over.’