Hét album van het jaar gaat vrijwel altijd gepaard met hét concert van het jaar. Een vuistregel die vorig jaar maar weer eens ferm onderstreept werd door Rosalía: nadat ze met haar album Lux zo’n beetje ieder eindlijstje had aangevoerd, gaf ze in Amsterdam twee concerten die op zijn zachtst gezegd legendarisch waren. Als iemand op de toppen van zijn of haar creativiteit verkeert, is dat doorgaans merkbaar zowel in de studio als op het podium.
Dus mijn verwachtingen waren hooggespannen toen ik deze zomer in het publiek stond bij Kevin Morby. Ik was al langer liefhebber van zijn gemeander tussen folk en indie, maar met zijn dit jaar verschenen album Little Wide Open heeft ie me helemaal te pakken. Het ene moment schreeuw ik met hem mee, het andere staar ik voor me uit, ontroerd en dan weer in een aangename trance… Kort gezegd, het is gewoon een fucking goeie plaat.
Maar het concert van Morby komt, vrees ik, een stuk lager in mijn jaarlijst dan zijn album. Slecht was het zeker niet, daarvoor zijn z’n band en muziek van een veel te hoog niveau. Maar tjonge, als de uitdrukking ‘optreden alsof je de trein moet halen’ nog niet bestond, dan hadden ze die speciaal voor Morby uitgevonden. In een moordend tempo jakkerde hij zijn prachtsongs erdoorheen. De ene was nog niet uitgeklonken of de andere werd alweer afgeteld. Bij sommige bands is dit een teken dat ze er gewoon effe geen zin in hebben, maar bij Morby was het iets anders, het leek wel onzekerheid. Alsof zijn nummers eigenlijk niet mochten bestaan. En het frustrerende was: door al dat gehaast léken ze ook niet te bestaan. Waren ze al vervlogen voordat ze uit waren gespeeld. Zonde, Little Wide Open verdient beter.
Gelukkig waren er deze zomer ook fenomenaal mooie concerten. Zoals dat van de onwaarschijnlijke Mavis Staples. Wat gaf die vrouw een show in Het Concertgebouw, afgelopen maand. 87 jaar is deze soullegende al, maar de pure noodzaak om te zingen gutst er nog steeds vanaf. Waarmee ik absoluut niet wil zeggen dat ze gejaagd was, integendeel. Meer dan eens sjokte ze even naar achter op het podium om met een duidelijk hoorbare kreun neer te ploffen op een stoel en even bij te komen met een kop thee. Om dan weer steunend overeind te komen en het volgende kippenvelmoment de zaal in te slingeren. En dat waren er een hoop. Als ze met haar oude armen in de lucht The Lord toezong, voelde het alsof Hij daadwerkelijk even tot ons kwam. Als ze ‘We don’t need ICE!’ scandeerde, leek het even of alles met de wereld goed zou komen. En als haar gitarist een juichende solo speelde, ging ze daar zo in op dat ze niet anders kon dan de man krachtig op z’n arm slaan.
Hoogtepunt van de avond was haar vertolking van Beautiful Strangers, een monumentaal lied van de hand van – wel heb je ooit – Kevin Morby. Ze kroop in de microfoon, trillende onderlip, traan over haar wang, en zong de aangrijpende tekst kraakhelder de muisstille zaal in. Huiveringwekkend. Prachtig. Was het concert van het jaar toch ook nog een beetje van Morby.