column

'De popmedia staan er beroerd voor qua diversiteit'

Op 2 juni jongstleden ging de muziekwereld 24 uur op slot. Onder de hashtag #TheShowMustBePaused claimden we ons eigen hokje binnen de wereldwijde actie Blackout Tuesday. Websites en sociale media gingen op zwart. Even geen persberichten, kortingsacties, videoprimeurs en albumrecensies. De directe aanleiding was de gewelddadige dood van George Floyd en de Black Lives Matter-protesten die erop volgden, de indirecte de systematische problemen die de samenleving kent met racisme en discriminatie.

De zwarte vierkantjes op Instagram waren een krachtige start. Nu moeten we doorpakken. Solidair zijn betekent meer dan een dagje zwijgen of een woedende tweet versturen waarin je politiegeweld of Zwarte Piet veroordeelt. Het verplicht tot voortdurend zelfonderzoek. Anders is de pauze niets waard geweest als de show weer van start gaat.

Kijken we naar de poppetjes, dan staat de Nederlandse muziekjournalistiek er beroerd voor. Het colofon van OOR is al jaren samen te vatten als Mieke Atema en de veertig witte mannen. Bij andere geschreven media is de situatie vrijwel identiek. De kans dat dat invloed heeft op de keuzes die we maken en de invalshoeken die we kiezen is levensgroot. In mijn geval is het zelfs zeker.

Een voorbeeld: van de honderden interviews die ik afgenomen heb, beschouw ik er twee als totaal mislukt. Het ene was met Dizzee Rascal, het andere met Danny Brown. Ze waren vanaf de eerste seconde ongeïnteresseerd, antwoordden kortaf (Danny) of met quotes uit het persbericht (Dizzee) en raakten hoe langer hoe geïrriteerder. Beide telefoontjes klokten onder de tien minuten.

Tot voor kort was ik ervan overtuigd dat het hun schuld was. Ik meende dat zelfs te kunnen bewijzen. In de loop der jaren had ik met tal van zwarte mannen gesproken en al die andere keren ging het wel goed. Dat ik deze vergelijking maakte is op zichzelf al rampzalig. Alsof alle zwarte mannen hetzelfde zijn. Kennelijk zag ik Dizzee Rascal en Danny Brown niet als individuen, maar als onderdeel van een groep die geen groep zou moeten zijn.

Ik geloof nog steeds dat het deels aan hen lag, maar ook ik had het beter kunnen doen. Ik spreek hun taal niet goed genoeg – en dan heb ik het niet over het Engels. Ik snap niet werkelijk wat ze met hun teksten bedoelen. Ik had me beter moeten voorbereiden.

Na een mislukt interview ben ik dagen van slag. Daar had ik geen zin meer in. Na Dizzee en Danny heb ik elk interview dat mij met dat soort gasten werd aangeboden afgewezen.

‘Dat soort gasten’. Ik dacht het echt.

Ander voorbeeld. Ik schrijf relatief veel over rammelende gitaarrockbandjes en sippe singer-songwriters. Het type hiphop dat al jaren de charts domineert komt er bekaaid vanaf. Ik zet het wel eens op hoor, maar raak telkens teleurgesteld omdat het wéér over geld, merkkleding en horloges gaat. De tienduizendste reïncarnatie van Joy Division kan ondertussen wel op een jubelrecensie rekenen.

Op zijn nieuwe album legt Chivv uit wat er achter de onderwerpkeuze steekt: ‘Jongens als mij, jongens die komen van de straat, zien money als hun medicijn, want dat is de enige shit wat je kan genezen in die tijden van pijn.’

Hij is vast niet de eerste die dat zegt. Vanaf nu zal ik luisteren.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

A Hero's Death
album
Fontaines D.C.

A Hero’s Death

‘Een introverte, introspectieve plaat’ moest het worden, die ‘moeilijke tweede’, zo vertellen de mannen van de Ierse postpunktrots Fontaines D.C ...
Made Of Rain
album
The Psychedelic Furs

Made Of Rain

Je hebt vintage postpunkbands die zelfs op pensioengerechtigde leeftijd nog beluisterbaar nieuw werk uitbrengen (al houdt het na Wire en ...
Fontaines D.C.: 'De insteek was dit keer postpunk-Beach Boys'
interview

Fontaines D.C.: ‘De insteek was dit keer postpunk-Beach Boys’

Dit interview met Grian Chatten en Conor Deegan III, respectievelijk zanger en bassist van het Ierse Fontaines D.C., vond plaats ...

'De popmedia staan er beroerd voor qua diversiteit' (column) | OOR