sleutelplaten

De sleutelplaten van Luwten: Bon Iver! Erykah Badu! U2!

Je kan je als geboren Einzelgänger van de buitenwereld afsluiten, maar zelfs een dichte deur laat altijd wel een vlaagje tocht door. En soms is een klein zuchtje van elders genoeg om de stormen in het hoofd te kalmeren, of een lege kamer juist te vullen. Daar kwam Tessa Douwstra, oftewel Luwten, achter in de jaren sinds haar opzienbarende self titled debuutalbum uit 2017. De sfeerrijke, fijnbesnaarde electropop is op tweede plaat Draft gebleven, de blik is echter verruimd: Luwten wil reizen, liefst zonder ergens aan te komen, en mensen om zich heen, die haar af en toe ook met rust laten. Met alleen zijn is niets mis, al waardeer je je eigen solitude toch het meest als je af en toe omringd wordt door anderen. OOR legt Luwten de Sleutelplaten voor.

Openingsfoto Eddo Hartmann

De plaat die mij terugbrengt naar mijn kindertijd:

U2
ALL THAT YOU CAN’T LEAVE BEHIND

2000

‘Ik ben grotendeels bij mijn moeder opgegroeid, mijn ouders zijn gescheiden. In de weekends ging ik dan naar mijn vader, met hem luisterde ik in de auto vooral naar een zelfgebrande cd met van alles erop, liedjes die we samen hadden gekozen. Vooral Crazy van Seal komt meteen in me op als ik terugdenk aan die autoritten met mijn vader. Daar zit zo’n drumsolo in en die gingen wij altijd mee luchtdrummen – of hoe je dat ook noemt. Een heel wild moment. Thuis hoorde ik voornamelijk U2, mijn moeder was groot fan en ik kom ook uit een christelijk nest. U2 was natuurlijk dé popband die in die kringen heel groot was. We hadden ook The Unforgettable Fire en The Joshua Tree, maar op het moment dat ik me voor het eerst bewust werd van muziek was het All That You Can’t Leave Behind, met Beautiful Day er op. Als ik die aanzet, kan ik ‘m nog helemaal meezingen. Net als vroeger, met m’n moeder in de woonkamer. Dat is echt een herinnering aan thuis.’

De plaat waar het allemaal mee begon:

NELLY FURTADO
FOLKLORE
2003

‘Ik was ontzettend veel met muziek bezig, al op jonge leeftijd, vooral in en rond de kerk. Ik speelde blokfluit en gitaar, zat in het kerkkoor en toen ik een jaar of 16 was, begeleidde ik een kinderkoor, daar maakte ik arrangementen voor. De soundtrack van die tienerjaren was voor mij Folklore van Nelly Furtado. Ik zal een jaar of 13, 14 zijn geweest. Je hoorde Força overal vanwege het EK voetbal in Portugal, al wist ik toen al wel wie Nelly Furtado was. Een paar jaar eerder had ze al een hit met I’m Like A Bird, die zag je veel op TMF en The Box. Folklore raakte me echter veel dieper. Ik had al meteen door dat dit veel diverser en creatiever was dan wat je verder op tv zag. Het was de tijd van Christina Aguilera en zo, Nelly Furtado was toch een beetje een vreemde eend in die popwereld. Ze had iets authentieks, iets raars ook. Haar stem was een beetje anders, zíj was een beetje anders. Dat werkte ook weer door op die plaat, met rare geluiden erdoorheen. Ik vond dat heel intrigerend. Grappig, vanuit het nu gezien, dat ik dat destijds aan niemand vertelde. Voor mij was muziek vooral een privé-ervaring. Als ik iets heel erg vet vond, lag het eigenlijk te gevoelig om dat zomaar met anderen te gaan delen. Wat dankzij Folklore wel duidelijk werd: hé, dit wil ik ook! En dit kán ik misschien ook wel, liedjes schrijven en zo… Want Nelly deed dat immers ook allemaal zelf. Via haar kwam ik bij Tori Amos en PJ Harvey terecht, toen ontdekte ik dat je ook muziek kon studeren en daarbij zelfs de jazzkant op kon, waardoor ik Nina Simone, Billie Holiday en Ella Fitzgerald ben gaan luisteren. En al die lijntjes lopen terug naar Nelly Furtado. Het idee van een vrouw die muziek maakt, dat is voor mij bij haar begonnen.’

De plaat die mij het licht deed zien:

BON IVER
FOR EMMA, FOREVER AGO
2007

‘Ik kreeg van mijn moeder een abonnement op OOR. Zij had wel door dat ik bovengemiddeld geïnteresseerd was in muziek, alleen kon ik er met weinig mensen in mijn omgeving echt over praten – als ik dat al zou willen. Ik was de oudste van de kinderen en niemand van mijn familie was ook maar enigszins muziekgek, dus het was tof dat er een blad bestond waar ik er in alle rust over kon lezen, vooral de recensies. In 2008 las ik over For Emma, Forever Ago en die heb ik toen gedownload op Limewire. Meteen een enorme inspiratiebron, nog steeds trouwens. Ik was er zowat trots op: nou, dit heb ík ontdekt, zoiets heb ik nog nooit gehoord, waanzinnig, dit bén ik, haha! Ik zal toen 17 geweest zijn, volgens mij was het in de zomer voordat ik muziek ging studeren en dus echt dit pad op ging. Wat het nou was met die plaat… Je kon álles horen. Als Bon Iver ging zitten op de stoel, even later het opstaan. Hij had ook dingen opgeknipt, zoals de gitaar, en dat kende ik nog niet uit folkmuziek. Het was gewoon op een bepaalde manier gemáákt en dat leverde een zeer intrigerend geluid op. Qua gevoel, zijn stem, die falset, die combinatie van al die stemmen… Ik kon het eigenlijk niet zo goed begrijpen. Niet goed verstaan, ook. Vreemd genoeg was ik altijd heel erg van de teksten en dat boeide me nu ineens helemaal niks. Ik vond het gewoon zó ontroerend. Huilen, echt waar. Zo mooi. Uiteindelijk zijn er wel bepaalde zinnen uitgelicht, zoals in Re:Stacks: Everything that happens is from now on. Dat werd een soort motto. Ik heb altijd al tekstboekjes bij de hand en dat schreef ik dan voorop. Net als dat stukje in Skinny Love: And I told you to be patient / And I told you to be fine. Uiteindelijk zijn de teksten dus wel binnengekomen, maar het begon daar niet mee. Het begon met een soort algehele verwondering, die eigenlijk nooit helemaal is verdwenen.’

De plaat met de beste teksten:

BRIGHT EYES
I’M WIDE AWAKE, IT’S MORNING
2005

‘Het is heel vreemd, ik heb er lange tijd niet naar geluisterd, maar toen ik deze vragenlijst kreeg doorgestuurd, moest ik meteen aan Bright Eyes denken. Dus ik heb het er gisteravond toch maar weer eens bij gepakt. En notities gemaakt: grappig dat ik zoveel folk-achtige platen hier aanhaal, ik hou denk ik gewoon van liedjes en die vind je daar, schreef ik dus op, met Bright Eyes weer in het vizier. Ik vind Conor Oberst een van de meest waanzinnige tekstschrijvers denkbaar. Op I’m Wide Awake, It’s Morning staan gewoon allemaal klassiekers, met Poison Oak misschien wel voorop als mooiste tekst ooit. Ik vind het zo bijzonder als iemand iets op een hele onverwachte manier kan vangen. Conor heeft altijd van die scherpe, mooie zinnen. Heel pijnlijk en heel mooi. In Poison Oak zegt hij: When a telephone was a tin can on a string… Dat is meteen duidelijk: de kindertijd. Hij weet het altijd zo te zeggen dat je het kan zien, dat je in zijn wereld belandt. En daar kan ik dan heerlijk in ronddwalen.’

De plaat die mij als muzikant het juiste zetje gaf:

ERYKAH BADU
MAMA’S GUN
2000

‘Dat er ook een fysiek aspect bij muziek kwam kijken, besefte ik pas toen ik Mama’s Gun hoorde. Muziek hing altijd vast aan een soort kerk, nu zat ik op het conservatorium, ontdekte ik nog véél meer soorten en kon ik ook ineens samen met anderen spelen, op zoek naar iets wat we allemaal voelden. Hoe abstract dat ook klinkt. Ik ben daar steeds meer over aan het nadenken. Kijk, in de kerk zing of speel je in aanbidding, voor een god. Dat is een heel duidelijk doel, een hoger iets, waar je je helemaal aan over kan geven. Als je dat doel weghaalt, moet je dus op zoek naar iets nieuws waar je het dan voor doet. Daar komt dat fysieke aspect dus kijken. Ontzettend geraakt worden door een plaat van Bon Iver of Erykah Badu bijvoorbeeld, zonder dat je weet hoe dat komt. Ineens willen dansen of bewegen op een manier die je helemaal niet identificeert met jezelf. Zoals ze in hele heftige evangelische kerken kunnen spreken in tongen of zo, kan je die vervoering dus ook zonder dat hogere doel losmaken. Misschien zit er toch wel een soort goddelijk element in de muziek zelf. Honderden jaren geleden raakten mensen ook al in vervoering. Misschien was dat wel de muziek in plaats van God… En dat kon je natuurlijk niet zeggen, want als je niet in God geloofde, ging je hoofd eraf. Dus zeiden ze maar: dit is God. Terwijl de muziek zelf toch het wonder was… En ís.’

De plaat om in je eentje te luisteren:

SPARKLEHORSE
IT’S A WONDERFUL LIFE
2001

‘Eigenlijk zijn het er drie: It’s A Wonderful Life van Sparklehorse, Either/Or van Elliott Smith en Carrie & Lowell van Sufjan Stevens. Allemaal albums die ik nooit met andere mensen zou luisteren. It’s A Wonderful Life is echt zo’n tergend eenzame plaat. Omdat hij ook zo eenzaam voelt. Ik luister ze liefst onderweg, op de koptelefoon, maar dan moet ik dus wel alleen in de auto zitten. Lopend mag ook. Grappig genoeg ervaar ik zo’n solo-ervaring als níet alleen zijn. Als ik in m’n eentje naar zo’n plaat luister, maakt dat me minder eenzaam. Het is juist een bevestiging dat je niet alleen bent, omdat iemand iets heeft gemaakt wat helemaal bij jou aansluit, iets wat jíj kan begrijpen. Er is een liedje van Sparklehorse, Saint Mary, op een andere plaat [Good Morning Spider, 1998], waarin hij zingt: All I really need is water, a gun and rabbits. Alles kan naar de klote, ik moet gewoon eten, drinken, etcetera. Ik herinner me een soort donker moment in mijn leven, waarop ik hem dat hoorde zingen… En alles werd opeens lichter. Of Draft een plaat is die je in je eentje moet luisteren? Ik vind het zelf het fijnst om iets alleen mee te maken. Je hoort de teksten beter, kan alles echt over je heen laten komen. Op mijn eerste plaat was die eenzaamheid een soort vereiste voor mezelf om op zoek te gaan naar mijn authenticiteit, naar mijn eigen stem. Dat voelde heel fijn, ik heb dat alleen zijn daarna best lang volgehouden. Zelfgekozen eenzaamheid is goed, eenzaamheid uit angst om de wereld te betreden niet. Filosofe Marjan Slob maakt in haar boek De Lege Hemel een mooi onderscheid tussen deze soorten: solitude – waar je zelf voor kiest – en loneliness. Ik dreigde uiteindelijk wel in die laatste te verzanden, waarop ik besloot de focus wat te verleggen. Ik besloot dat m’n identiteit niet vaststaat en ik wil niet altijd alleen zijn. Ik wil sóms alleen zijn. En soms met andere mensen. Ik merkte dat ik ook steeds minder over mezelf schreef. Als ik nu Indifference hoor, van de eerste plaat, dan hoor ik dat afzonderen: geef me even de tijd om m’n gedachten op een rij te zetten. Op Draft heb ik juist liedjes als Don’t Be A Stranger: ik wil nog eens contact met je. Het komt niet meer vanuit het isolement, maar vanuit een wereld waarin je én jezelf bent en andere mensen om je heen hebt. Bovendien leer je een lege kamer weer extra waarderen als je soms ook een volle hebt. Daar ben ik toch wel achter gekomen.’

De soundtrack bij het maken van Draft:

JON HOPKINS
SINGULARITY
2018

‘Als ik met een plaat bezig ben, luister ik liever iets wat zo weinig mogelijk associaties oproept. Liefst geen zang, geen woorden, geen melodie. Repetitief in plaats van songstructuur. Dus dan kom je bij minimalistische dingen uit, bijvoorbeeld Singularity van Jon Hopkins, elektronisch en instrumentaal. Of Music For 18 Musicians van Steve Reich. Echte onderweg-muziek, wat wel weer aansluit bij een ander thema van de plaat: ik ben altijd op zoek naar beweging. Ik wil niet stilstaan, niet vastroesten. Iets wat wel bij de huidige tijd aansluit, ook al was Draft al nagenoeg af voor de lockdowns begonnen.’

De plaat die mij door de lockdown heen sleept:

ADRIANNE LENKER
SONGS / INSTRUMENTALS
2020

‘Ik luister sinds de lockdown veel oude platen terug, zit Nelly Furtado de laatste tijd weer van begin tot eind mee te zingen in de auto. Maar ik kies hier voor de nieuwe platen, zoals Songs en Instrumentals van Adrianne Lenker, de zangeres van Big Thief. De ene dus met meer conventionele liedjes, de andere lange instrumentale stukken, allebei ook echt vorig jaar gemaakt, nadat alles op slot ging. Lockdownmuziek in alle opzichten dus. Zo mooi… En Workaround van Beatrice Dillon, een Engelse elektronische artiest, ook vorig jaar verschenen, alleen nog net voor de crisis. Instrumentaal, met veel tabla en allerlei andere eclectische invloeden. Tja, ze wáren er. En ik vond het wel tof om in zo’n jaar toch weer nieuwe albums te kunnen ontdekken. Los van de muziek zelf genoot ik extra van het feit dat er iets gebeurde, terwijl alles verder stil lag.’

De plaat die mij hoop geeft voor de toekomst:

EDWIN HAWKINS SINGERS
LET US GO INTO THE HOUSE OF THE LORD
1968

‘Die van Oh Happy Day, ja. Deze draai ik sinds de lockdown ook vaak. Als kind zong ik in de kerk een keer solo met zo’n groot gospelkoor achter me, een ervaring waar ik wekelijks nog wel even aan terugdenk. De power van gospel, van zo’n koor, krachtig in zo’n kerk en iedereen weet waar ie ’t voor doet… Het equivalent daarvan heb ik nog niet gevonden en daar krijg ik heel veel hoop van. Over Het Wonder van de muziek gesproken: zet To My Father’s House maar eens op, om je even goed van je sokken te blazen. Dat kunnen we momenteel allemaal wel even gebruiken.’

DRAFT is op 30 april verschenen.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Wilco speelt lachend de tent leeg op Down The Rabbit Hole
Down The Rabbit Hole
wilco

Wilco speelt lachend de tent leeg op Down The Rabbit Hole

Waar is het feestje? Niet hier! Niet bij Wilco. Voor aanvang van het grootse en gretig gewilde nachtprogramma, doet Wilco ...
Queen groots en meeslepend in Ziggo Dome
concert

Queen groots en meeslepend in Ziggo Dome

Queen + Adam Lambert hadden in 2020 al met hun The Rhapsody tour in de Ziggo Dome moeten staan, maar ...
George Kooymans: 'Jullie zijn nog niet van me af'
interview
golden earring

George Kooymans: ‘Jullie zijn nog niet van me af’

‘Met George!’, klinkt het monter, aan de andere kant van de lijn. Slechts eenmaal ging de telefoon over en de ...

De sleutelplaten van Luwten: Bon Iver! Erykah Badu! U2! (sleutelplaten) | OOR