De Popronde trekt weer door het land. Al dik dertig jaar is het een vaste waarde in de Nederlandse muziekwereld en daardoor voelt het bijna normaal. Tot je er even bij stil staat. Dan besef je pas hoe bijzonder deze rite de passage voor kersvers talent is en wat een geluksvogels wij zijn dat we dit muziekcircus elk jaar mogen verwelkomen. Uit de honderd talenten die de karavaan bevolken, kiest OOR de krenten uit de pop. Vandaag: Lenny Monsou.
Uit: Utrecht, want daar studeerde hij op zijn 18de af aan de Herman Brood Academie met een 10.
Wat: ‘Intens, tijdloos en melancholisch’, in zijn eigen woorden. Mogen wij de vergelijking met de jonge David Bowie maken? Ook The 1975 en Harry Styles zijn terug te horen én te zien.
Waarom: Waar je sommige Popronde-acts in twaalf weken tijd van schuchtere muurbloem ziet opbloeien tot podiumdier, daar begint Lenny (20) al bij dat eindpunt. Zo stond hij al twee keer op Eurosonic, opende voor S10 en was 3FM Talent. En: hij heeft tunes met een hoofdletter T.
Track: Idolizer, van de gelijknamige EP, heeft een heerlijke drive en een hook in het refrein die erom smeekt meegebruld te worden. Tegen de tijd dat je dit leest is er een tweede EP.
Met een vader die drumde bij Time Bandits, een moeder die zong bij Moonflower en een drummende broer moest die appel wel heel raar doen wilde die ver van de boom vallen. Tel daarbij op dat er een eigen studio in huis was, zijn opa hem als 10-jarige gitaar leerde spelen en zijn vader tegenwoordig stylist is, dan begrijp je waar de honger van Lenny Monsou ontstond.
Zijn liedje I Want It All gaat over die ambitie: hij schreef het als 16-jarige over zijn wens het te maken én de frustratie dat hij, als Benjamin in de klas, buiten de boot viel. En nu? ‘Een internationale tour doen, optreden in Madison Square Garden en verhuizen naar Londen.’ Maar eerst nog ‘even’ de Popronde. Ga hem zien, nu het nog kan.