Halverwege de dag kijken we elkaar aan. De zaterdag van Best Kept Secret is net begonnen, de eerste slok bier smaakt nog vies bitter en er ligt een line-up vol belofte voor ons. Maar de vraag moet gesteld worden: ‘Wat doen we met Nick Cave, jongens?’ Dit is geen gezelschap van echte barricaders; ergens bij de geluidstent is doorgaans genoeg, maar voor Nick Cave geldt ‘doorgaans’ nu eenmaal niet. Niet voor dit gezelschap in elk geval.
‘Na Tramhaus gelijk door naar het hoofdpodium?’ oppert de een. Prima plan. ‘Misschien toch iets eerder die kant op?’ twijfelt de ander. Wel beter, ja. ‘Of weer vooraan tegen de hekken?’ probeert de derde. Blikken schieten heen en weer, ogen fonkelen en na wat zwijgzame knikken weet iedereen: dit wordt geen normale festivaldag.
Deze dag zal verlopen als een militaire operatie. Positie bepalen, tijden afstemmen, publieksstromen analyseren, magen volproppen, blazen sparen, alles wat je vandaag wilde zien missen, maar wél wachten bij bands die je niet kan uitstaan (serieus, hoe lang duurde die Wolf Alice-show?) en uiteindelijk, terwijl iedereen om je heen zijn idolen nog staat uit te zwaaien, je een weg naar voren beuken. Tegen de stroom in. Het hoofd gebogen, de armen gekruist: ‘Hé, doe effe chill, man’, ‘Ja sorry maar Nick Cave’. Tot je de hekken kan vastgrijpen en nóg een uur moet wachten.
Maar dat is een gouden uurtje, zo weet elke idioot die dit weleens doet. Het moment van verbroedering met andere bezoekers die vanmiddag een idee in hun kop kregen en hier toch maar mooi staan, precies drie meter voor de iets minder devote fans. ‘Dit wordt mijn tiende Bad Seeds-show’, kuch je dan iets te hard. Om vervolgens kennis te maken met de vrouw naast je die – ‘even tellen hoor’ – hier voor de 23ste keer staat. Dan wissel je anekdotes uit, strooi je met setlistweetjes en rangschik je samen alle albums, singles en b-kantjes. En als de show dan eindelijk begint, ga je – laat ik voor mezelf spreken – als een tienermeisje staan janken tot het allemaal weer voorbij is.
Of het een goed concert was? Geen idee. Lees vooral het verslag van Hester Aalberts, die zich op kritisch-beschouwende afstand van het podium had gepositioneerd, zoals het een popjournalist betaamt. Doorgaans ook míjn plek. Maar dit was even niet doorgaans.
De nieuwe OOR
Bestel ‘m hier.