Sinds 6 maart is in Het Utrechts Archief een jaar lang de expositie Terug Naar Tivoli te zien. Dat een poppodium centraal staat is opvallend in een instelling die zich doorgaans bezighoudt met bestuurlijke en stedelijke geschiedenis. Maar met het volledige Tivoli-archief in handen bleek de verleiding eenvoudigweg te groot.
Openingsfoto: Klein Orkest speelt in 1979 tussen de restanten van de afgebrande concertzaal Tivoli bij Park Lepelenburg.
Liefst 35 strekkende meter papier, foto’s, affiches, geluidsdragers, interne memo’s en programmaboekjes. Het kostte de medewerkers van het archief jaren om alles te ordenen en te ontsluiten. En, zo geven ze toe, ze zijn er nog steeds niet helemaal doorheen.
In gezelschap van Jorna Kniese (projectleider erfgoed) en Alexander Roos (coördinator marketing en communicatie) dalen we een trap af. De tentoonstellingsruimte ligt beneden maaiveld, weg van de statige zalen van de voormalige rechtbank erboven. ‘Dit wordt de Urban Dance Squad-zaal’, zegt Roos, wijzend naar een donkere ruimte waar de vorige tentoonstelling wordt afgebroken.
Er tegenover hangt de herinneringenwand, waarop bezoekers worden uitgenodigd concertkaartjes en andere Tivoli-parafernalia toe te voegen. ‘We zoeken bewust de interactie met bezoekers’, zegt Roos. ‘Zij kunnen de tentoonstelling gaandeweg verrijken.’ Achter een leestafel worden straks concertbeelden op de muur geprojecteerd.
Het voormalig Tivoli-pand aan de Oudegracht 245 kent een bewogen geschiedenis. Voor velen begint de herinnering rond 1980, na de kraakperiode, met het wachten in de lange kloostergang op weg naar de vaak overvolle concertzaal. Tivoli was een plek waar je bands vroeg zag en waar grote namen opdoken voordat ze groot waren.
Nirvana speelde er in 1989, ruim voor de doorbraak, Prince dook er in 1998 onverwacht op voor een nachtelijke aftershow. Daartussen en daaromheen passeerden onder meer The Fall, Gang Of Four, The Jesus And Mary Chain, Queens Of The Stone Age en The White Stripes. R.E.M. claimde Tivoli in 2003 zelfs dagenlang als repetitieruimte. Punk, new wave, postpunk en alternatieve rock vormden de kern, maar het programma liet zich nooit vastpinnen.
De geschiedenis van het pand begint in 1248 met de stichting van een regulierenklooster. Wat latere bezoekers zouden ervaren, legt een twintigtal augustijner koorheren bijna acht eeuwen daarvoor al vast: van de lange gang tot de kerk, de latere concertzaal. Na de Reformatie, in 1582, verandert het complex in een burgerweeshuis, een functie die het meer dan driehonderd jaar houdt. Jongens en meisjes leven zoveel mogelijk gescheiden van elkaar, met eigen slaapzalen, eetruimtes, looproutes en ingangen: meisjes via de Springweg, jongens via de Oudegracht. Die indeling ligt aan de basis van de huidige complexe structuur van het gebouw.
Het voormalige kloostergebouw blijft tot ver in de negentiende eeuw in gebruik als Weeskerk en dient in die periode ook als grafkapel. Bij latere verbouwingen worden herhaaldelijk menselijke resten aangetroffen. Concertbezoekers staan hier later dus letterlijk te dansen op een eeuwenoude begraafplaats. Ook wanneer het pand in 1926 het vakbondshuis wordt van de Nederlandse Vereniging van Spoor- en Tramwegpersoneel komen bij verbouwingen skeletten aan het licht.
Tijdens de Duitse bezetting krijgt het gebouw een beladen rol, met bijeenkomsten van NSDAP en NSB. In de jaren zeventig raakt het pand in verval en staat het jaren leeg. De kraak in 1979 komt niet uit de lucht vallen. Tivoli bestaat als naam al langer en hoort aanvankelijk bij een houten zaal aan het Lepelenburg, waar vanaf het eind van de jaren zestig popconcerten plaatsvinden. Dat gebouw heeft een tijdelijk karakter en is gericht op nieuwe muziek en een jong publiek.

Kraakactie in het voormalige N.V.-huis aan de Oudegracht 245 (1981).
Als het in 1974 afbrandt, verdwijnt in één klap de vaste plek voor dat deel van het Utrechtse muziekleven. Wat volgt is improvisatie, zonder structurele basis. De groep muzikanten, organisatoren en vrijwilligers die zich eind jaren zeventig bij Oudegracht 245 meldt, brengt – naast een koevoet – die voorgeschiedenis mee. Tivoli is dus geen spontaan initiatief, maar een bestaande naam op zoek naar onderdak. De krant rept over de ergste rellen ooit en de verontwaardigde burgemeester Vonhoff spreekt over on-Utrechtse toestanden.
In de beginperiode van Tivoli zijn de vertrekken nog kaal, de installaties geïmproviseerd en de voorzieningen minimaal. Er is weinig comfort en nauwelijks afwerking, maar wel ruimte voor muziek, publiek en experiment. Twee jaar later krijgt Tivoli een officiële status. Het poppodium blijft tot aan 2014 een belangrijk onderdeel van het Nederlandse concertcircuit.
In Het Utrechts Archief betreden we de volgende zaal. ‘Deze delen we op in vieren’, zegt Kniese. ‘De periode voor 1979, de jaren tachtig, negentig en nul. Bij alles hebben we muziek verzameld.’ Op verzoek van velen komen er ook concertlijsten en archiefbakken met kaarten, waarop bezoekers herinneringen kunnen achterlaten.
Kniese benadrukt dat geluid een centrale rol speelt. ‘Ik wil per se geen koptelefoons. Dat past niet bij Tivoli.’ Op de vraag of vinyl een plaats heeft in de tentoonstelling noemt ze meteen een sleutelstuk: On-Utrechtse Toestanden, een lp uit de kraakperiode, vernoemd naar de uitspraak van de toenmalige burgemeester. ‘Het ging namelijk niet om één kraak, maar om een hele reeks. En na elke kraak volgde een concert. In totaal is de concertzaal zo’n dertien, veertien keer opengebroken.’
Ook het Tivoli-lied van het Klein Orkest, opgenomen na de brand aan het Lepelenburg, ligt straks achter glas. Het werd destijds uitgebracht als benefietsingletje voor actiegroep Tivoli Tijdelijk.
Met enige verbeelding is Oudegracht 245 altijd een plek van samenkomst geweest. Eeuwenlang draait het pand om groepen: koorheren, wezen, vakbondsleden, tijdens de bezetting zelfs nationaalsocialistische organisaties en later concertbezoekers. Ook de huidige functie past in dat patroon.
Wie de voormalige Rechtbank Utrecht aan de Hamburgerstraat verlaat en de Oudegracht oversteekt richting het oude Tivoli stapt een gebouw binnen dat zijn verleden bewust niet heeft uitgewist. Het pand is sinds oktober 2025 in gebruik als hotel en restaurant. De kloostergang fungeert, mede dankzij de media-installatie Vensters Naar Vroeger, als tijdcapsule. De vroegere concertzaal doet nu dienst als eetruimte, maar het podium is intact. Zelfs de oude backstageruimte is er nog.
We treffen er Peter-Paul Swijnenburg, eigenaar van Union House Utrecht en gespecialiseerd in het transformeren van monumenten tot evenementlocaties. Klopt het dat de originele planken van het podium er nog liggen? ‘Ja natuurlijk’, zegt hij. ‘Die zijn heilig. Daar heeft Prince nog op gestaan.’
TERUG NAAR TIVOLI is nog t/m 2 januari 2027 te zien in Het Utrechts Archief, Hamburgerstraat 28, Utrecht. Info: hetutrechtsarchief.nl
Fotografie:Â J. Lankveld / Het Utrechts Stadsarchief