Eerst begreep ik het thema van de zomereditie van OOR niet. De zin ‘Een ode aan de fysieke muziekbeleving’ riep meteen gruwelijke beelden op. Alle drie de jongens van De Jeugd Van Tegenwoordig die als liggende Jezussen door duizenden adorerende handen van hun trouwe discipelen dwars door een zaal worden getild. Ik gun het ze van harte, maar ik vind het allemaal net een paar kilo te veel beleving en iets te veel de ziekte van deze tijd: het publiek is de attractie.
Ikzelf zou het wel weer eens prettig vinden als Het Publiek een keertje een concert lang zijn bek houdt. Het heeft iets wanhopigs, de rijen potentiële stagedivers, met hun ellebogen op het podium, loerend naar hun twee seconden licht.
Gelukkig begreep ik op tijd dat ‘Een ode aan de fysieke muziekbeleving’ in deze editie van OOR als volgt wordt geduid: met je blote klauwen zitten rommelen aan dingen waar muziek uit komt. Dit wordt een bewaarnummer voor alle mensen van boven de vijftig die op de verjaardag van hun neefje met een dikke keel vertellen dat ze hun ontspoorde cassettebandjes met een potlood te lijf gingen. Hebben we allemaal wel eens meegemaakt, dat een boomer zoals ik het woord neemt en begint te pruttelen over de emotionele band met geluidsdragers.
‘Ach ja, een naald vervangen. Ik maakte zelf naalden van zilverpapier. Mijn lp’s waste ik in de rivier en daar zongen we dan wat bij. Goed opletten of Jeff Buckley niet voorbij kwam drijven. We hadden verder niks. Als het gaatje midden in de lp te klein was dan stortte je wereld in. Dat kunnen jullie je niet voorstellen. Overal zat een draad aan. Alles deed het. Stopcontact? Dat is waar je die twee pootjes in duwt.’
Voor één keer in mijn leven zit ik nu ook eens vol in het nu. Ik maak blijkbaar deel uit van een beweging. Op mijn zolder staan er vier tafels vol met instrumenten die wanhopig contact zoeken met mensenhanden. Dan heb ik het niet over gitaren, keyboards en synthesizers. Ik heb het bijvoorbeeld over een apparaat dat Scion heet. De officiële beschrijving: ‘Draagbaar apparaat voor het genereren van geluiden en MIDI-gegevens op basis van biofeedback van levende organismen.’
De vrije vertaling: houd het apparaat in je hand, druk twee ijzeren clips op een plant, op je lichaam of op wat dan ook en je hoort hoe onstuimig leven klinkt. Klik de clips op een kop koffie en je hoort eindelijk wat je drinkt. Dat klinkt allemaal als doodeng sektegedoe, maar ik ben verslaafd. Steeds meer van dit soort apparaten liggen er boven op mijn bureau. Een walkman die statische elektriciteit hoorbaar maakt. Ga in een trein zitten, zet ’m aan en je wordt gek van vreugde. Ander apparaat: een cassettespeler zonder motor. Pas als je aan twee wieltjes draait, hoor je hoe de muziek zich tergend langzaam uit de cassette wurmt.
Een generatie die imperfectie, lelijkheid en scheefheid omarmt. Tranen in mijn ogen!