Elastica trekt het debuutalbum waarmee de band in 1995 doorbrak opnieuw uit de kast. Elastica verschijnt op 2 oktober in een uitgebreide deluxe-editie, want ook deze plaat ontkomt niet aan B-kanten, demo’s, T-shirts, radiosessies en de onvermijdelijke poster voor de vinylkoper. Mooie aanleiding om een album terug te halen dat destijds het record brak als snelst verkopende Britse debuutalbum en tegelijk voor een heleboel gedoe zorgde.
Elastica ontstond in 1992 rond Justine Frischmann en drummer Justin Welch, die elkaar kenden uit een vroege bezetting van Suede. Met gitarist Donna Matthews en bassist Annie Holland was de oerbezetting compleet. Het debuut kwam direct op nummer één binnen in Groot-Brittannië. Ook Amerika ging overstag.
De nummers waren kort, hoekig en kaal. Frischmann zong droog en aan opsmuk werd niet gedaan. Elastica werd bij Britpop ingedeeld, maar had minstens zoveel te maken met de Britse postpunk van eind jaren zeventig en begin jaren tachtig. Soms iets te veel, zo bleek.
Wire hoorde in Connection zijn eigen Three Girl Rhumba terug en zag ook in Line Up wel erg veel overlap met I Am The Fly. The Stranglers herkenden No More Heroes in Waking Up. Beide zaken werden buiten de rechtszaal geschikt en alle drie de nummers staan gewoon op de heruitgave.
Daarna begon het te wringen. Eindeloos toeren, drugsproblemen en wisselingen in de bezetting hielpen niet. De opvolger liet zo lang op zich wachten dat het uitstel zelf bijna nieuws werd. Pas in 2000 verscheen The Menace. Een jaar later was Elastica klaar.
Frischmann verruilde muziek voor beeldende kunst. Matthews kickte af van heroïne en werd overtuigd christen en Holland verdween grotendeels uit de openbaarheid. Welch bleef drummen, onder meer bij Lush, en zit inmiddels alweer een tijdje achter de kit bij The Jesus And Mary Chain.
Los van alle juridische reuring bleef Elastica vooral een van de scherpste Britse debuutplaten van de jaren negentig. De combinatie van postpunk, pop en songs die zelden langer duurden dan nodig bleek behoorlijk invloedrijk, zeker op de golf van hoekige gitaarbands die jaren later volgde. Ruim dertig jaar later klinkt de plaat nog altijd opvallend weinig naar 1995.
Foto Juergen Teller