Met de naderende biopic Michael, die eind april groots in de bioscopen uitgaat, komt ook de Nederlandse fotograaf Claude Vanheye opnieuw onder de aandacht. Hij fotografeerde Michael Jackson in 1977 in Amsterdam en werkte later als creative director voor The Jacksons.
Vanheye startte als vijftienjarige als fotograaf en had twee jaar later Jimi Hendrix voor zijn lens. In 1968 opende hij een studio in Amsterdam en richtte zich op popmuzikanten. Vanaf eind jaren zestig werkte hij met namen als John Lennon, David Bowie, Mick Jagger, Frank Zappa, Tom Waits, Iggy Pop, Kate Bush en Blondie.
Via Ike en Tina Turner belandde hij in de Verenigde Staten, waar hij onder meer Crosby, Stills, Nash & Young fotografeerde in aanloop naar hun optreden op het Woodstock-festival. Rond 1971, het jaar waarin OOR werd opgericht, bewoog hij zich al in een internationaal circuit.
Na een lange studiosessie in 1977 met The Jacksons in Vanheyes studio in Amsterdam bleef Michael achter terwijl zijn broers teruggingen naar het hotel. Hij liep met de fotograaf door de Jordaan, waar Vanheye op de Lauriergracht een spontane opname van de zanger maakte.
Vlak na het overlijden van Jackson vond Vanheye het beeld terug in zijn archief. Hij zei daar later over: ‘Ik had ‘m nog nooit afgedrukt. Het is een moment dat Michael nog Michael was.’ De foto kreeg aanvankelijk weinig aandacht, maar groeide later uit tot een iconisch beeld van de jonge Jackson, in een periode waarin hij zich los begon te maken van de groep.
De film Michael gaat eind april in première en wordt geregisseerd door Antoine Fuqua.
Foto: René van der Hulst