herpublicatie

Henny Vrienten: 'Er huist een halve priester in mij'

Henny Vrienten is overleden. In zijn Doe Maar-jaren werd bij OOR nogal eens de neus opgehaald voor zijn ‘meisjesband’, zo herinnerde Henny zich in 2014, maar we kwamen op tijd tot inkeer en maakten het goed. Onder andere met een diepgravende aflevering van onze Lastige Keuzes, die de nederpopgrootheid open en kundig onderging. Een herpublicatie.

32 JAAR OF 66 JAAR

‘Het zou pathetisch zijn als ik nog 32 wilde zijn. Ik verkies de rust van nu boven de dynamiek en turbulentie van toen. Hoe ouder je wordt, hoe beter je weet waar je staat, wat je doet en wie je bent. Zodra de grote gebreken komen wordt het moeilijker, maar dan nóg. Ik voel me beter dan ooit. Dat is geen holle frase, dat is echt zo. Ik ben in vrede met een heleboel dingen waar ik vroeger moeite mee had.’

Eerder dit jaar speelde je mee op het album van Rico, nu speelt My Baby op jouw album. Je hebt iets met jonge muzikanten.

‘Ik werk niet met My Baby om zelf jonger te lijken en ook niet omdat ik de jeugd graag om me heen heb. Het heeft alles te maken met hoe My Baby speelt. Ik hoorde hun album My Baby Loves Voodoo! en dat vond ik vreselijk goed. Dat wilde ik ook op En Toch.’ 

AHOY OF MELKWEG

‘Aan Ahoy heb ik mooie herinneringen. Met Doe Maar stonden we daar zestien keer op een rij. Ze zijn mijn beste vrienden, ik zal ze altijd missen als ik op een podium sta. Maar op dit moment kies ik voor de Melkweg. Met deze plaat moet ik de grote ruimtes niet opzoeken. Ik heb altijd meer gehad met zo’n podiumpje van vijftig centimeter hoog. Ik was dan ongeveer even groot als het publiek, je kon de mensen recht in hun ogen kijken en de reacties zien. Een grote zaal brengt een andere dynamiek met zich mee. Er is enorm veel energie en adrenaline en dat is fantastisch, maar ik heb het idee dat muziek in een kleine zaal beter tot zijn recht komt.’

DE DAM OF DE HEUVEL

‘Naar De Heuvel wil ik nooit meer naar terug en De Dam is te druk. Dus als je nog een ander pleintje weet? Ik ben 34 jaar geleden weggegaan uit Tilburg omdat de liefde mij naar Amsterdam riep. Ik stelde nog voor om samen in Tilburg te gaan wonen. Daarop volgde een hilarische lachbui. Ik blijf qua tongval en gemoedstoestand altijd een Brabander, maar ik ben inmiddels vergroeid met Amsterdam. Al mijn kinderen zijn hier geboren. Mijn moeder [over wie Vrienten het aangrijpende Lieske schreef, het meest breekbare liedje op En Toch] woonde in Tilburg, tot ze anderhalf jaar geleden op 92-jarige leeftijd overleed. De banden met Tilburg zijn nu verbroken.’ 

ROY ROGERS OF ENNIO MORRICONE

‘Morricone is een grootheid, een prachtige componist. Spaghettiwesterns zijn veel leuker dan die gladde Amerikaanse, die witte Stetson-hoeden. Voor Roy Rogers heb ik een groot zwak. Ik zag hem in een zwartwitfilm in een bioscoopje achter de lagere school, met zo’n ratelende projector. Hij was een mediocre filmcowboy die af en toe een liedje zong, met zijn gitaar op zijn paard Trigger. Ik weet niet of ik dat paard wilde, maar die gitaar in ieder geval wel. Op mijn elfde kreeg ik mijn eerste. Dat was hét sleutelmoment, een paspoort naar een ander leven.’ 

Vandaar dat het eerste liedje op En Toch daarover gaat?

‘Ja, voor mij begon het daar. Mijn eerste gitaar was een Egmond, de Trabant onder de gitaren. Dat was geen instrument, dat was een martelwerktuig. Ik was al snel aan mijn volgende toe, maar ik zal deze nooit vergeten.’ 

FRESKU OF EXTINCE

‘O, wat een pijnlijke vraag! Ik vind ze allebei erg goed. Ik ga niet kiezen. Ik zie grotere commerciële mogelijkheden bij Extince, maar ik voel veel pijn en wijsheid in de teksten van Fresku. Ik heb echt iets met hiphop. Veel van mijn leeftijdsgenoten-musici houden er niet van. Ze vinden het van een lagere rangorde. Ik heb dat helemaal niet. Ik voel zo’n grote noodzaak in die teksten.’

LYRICS OF POËZIE

‘Ik heb het nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik poëzie niet erg muziekfähig vind. Een bundel lezen doe je in een hoekje, een-op-een met de bladzijden. Als je een regel niet onmiddellijk begrijpt, kun je hem nog eens lezen. Een liedje moet rechtstreeks door de lucht van de zanger naar het publiek. Daar is poëzie helemaal niet geschikt voor. Ik ben in de Nederlandstalige popmuziek niet dol op poëtische teksten. Dan denk ik: er is een directere manier om dit te vertellen. Die manier handhaaf ik. Spreektaal, weinig metaforen, dat vind ik het mooist.’

DE TREIN OF DE AUTO

‘Ik reis bijna altijd met de auto. Om files te vermijden zou het slim zijn om de trein te nemen, maar dan kom je na een optreden niet meer thuis. Met drie gitaren in je bagage is de trein onhandig. De auto heeft zich door de jaren heen onmisbaar getoond. De trein vind ik wel veel leuker. Een station, daar word ik romantisch en nostalgisch van. Het is het ventiel van de stad. Alle mensen proppen zich samen en reizen vanaf daar weer alle kanten op. En wat je allemaal kunt doen in de trein! Een boek lezen, naar buiten staren. In de auto kun je hooguit een blik werpen.’ 

Eerder dit jaar stelde je de dichtbundel De Trein Schrijft Liedjes Van Verlangen samen.

‘Ik kwam op die bundel omdat een aantal dichters altijd met de trein reisde. Pierre Kemp had een dagelijks ritje van 37 minuten, Willem Wilmink moest van Twente naar Hilversum om te werken en dat duurde anderhalf uur. Daardoor waren de gedichten van Wilmink lang en die van Kemp kort.’

VERTREKKEN OF THUISKOMEN

‘Ik ben eigenlijk niet zo’n reiziger, ik reis vooral door deze kamer. Een plek waar de wereld niet doordringt, waar je een beetje bij jezelf kunt blijven, daar ben ik erg op gesteld.’ 

Vandaar dat de plaat thuis is opgenomen?

‘Thuis, en in een boerderij in Limmen, vlakbij Castricum. Ik zocht een plek waar die jongelui ’s avonds niet naar de kroeg konden, zodat ze in de sfeer bleven hangen. Ik merkte dat ik moeite had om mijn stem weer te vinden. Dat is een instrument dat je goed moet onderhouden. Ik heb de Doe Maar-stem. [Zingend:] Sinds een dag of twee. Die is hard, opgefokt en dynamisch. Nu wilde ik heel dicht bij mijn spreekstem komen, omdat ik dat beter vind passen bij de anekdotes.’

TIMMERMAN OF PRIESTER

‘Tja, geen van beide dus. Het is ongelooflijke hoe een gen zich verplaatst door generaties. Mijn vader was timmerman en mijn dochter volgt nu een cursus meubelmaken. En priester? Ik weet niet eens of ik ooit gelovig ben geweest. Ik heb op het seminarie gezeten. Dat was redelijk gebruikelijk voor jongetjes die net iets slimmer waren dan de rest van de klas. Toen mijn hormoonhuishouding begon te werken, werd het me duidelijk dat ik niet op de goede weg zat. Ik geloof dat er nog altijd een halve priester in mij huist. Ik doel niet op het prediken, maar op de complentatie, de teruggetrokken concentratie. Je los van de wereld op één onderwerp concentreren, dat heeft mij altijd aangetrokken.’ 

PERFECT OF IMPERFECT

‘Ik ben altijd op zoek naar de perfecte imperfectie. Van nature ben ik een muggenzifter en een mierenneuker. In bandjes was ik onuitstaanbaar. Ik wilde het altijd precies hebben als op mijn demo. Als je dan één noot anders speelde, had je vier weken ruzie met me. Harry Bannink heeft mij de schellen van de ogen doen vallen. Ik heb de laatste vijf jaar van zijn leven met hem aan Klokhuis- en Sesamstraatliedjes gewerkt. Soms zong een acteur een noot verkeerd. Dan zei de grote Harry Bannink: Ja, zo kan het ook. En dan liet hij het zo! Dat was voor mij een eyeopener. Ik dacht: wat zit ik toch te zeiken? Ik ben erg van die imperfectie gaan houden. Met de computer kun je tegenwoordig elke bassdrum precies onder de basnoot van de gitaar schuiven, je kunt alle koortjes tunen. Tijdens dat proces voel je langzaam het leven uit de muziek verdwijnen. Veel hits zitten zo in elkaar. Doe Maar was altijd al ruiger in die dingen. Dan stonden we met z’n allen aan een tafel, dan kwam er een echo en dan moest je een knopje indrukken. Soms was je net te laat of te vroeg en dan had je een compleet andere echo, niet ta-ta-ta-ta maar toeke-toe-ka toeke-toe-ka-toeke-toe-ka. De fouten waren de cadeautjes.’ 

BEROEMD OF GEWONE MAN

‘Eigenlijk kan die vraag niet. Beroemde mensen zijn vaak gewone mensen. Fame, zoals Bowie het zo mooi zong, kan enorm handig zijn. Als ik een restaurant bel waar je drie maanden op de lijst moet staan en ik zeg duidelijk ‘met Hen-ny Vrien-ten’, dan wil dat wel eens helpen, al maak ik daar niet vaak misbruik van. Tegenwoordig heb ik weinig last van het beroemd zijn. In de periode met Doe Maar was dat natuurlijk anders. Erop neerkijken past niet. Als je in dit vak beroemd bent, betekent het dat je je werk goed doet. Ik ben tegelijkertijd een heel gewone man, dat moet duidelijk zijn. En gewone mensen kunnen heel bijzonder zijn. Als ik bedenk voor welke mensen ik bewondering heb, dan zijn die niet noodzakelijkerwijs beroemd.’ 

DE BOM OF IS

‘De bom bleek achteraf een irreëel gevaar, maar het was een reële angst. IS is geen irreël gevaar. Dat gebeurt nu en niet eens zo heel ver weg. Als ik dan toch moet kiezen, dan heb ik liever dat de bom op mijn hoofd valt dan dat mijn strot wordt opengesneden. Verwacht van mij verder geen wijze politieke uitspraken. Zolang de wereld niet in staat is iets te doen aan het grote onrecht dat de Soennieten is aangedaan – want daar gaat het over, na de Amerikanen zijn zij maatschappelijk van de kaart geveegd en nu komen ze sterk terug – dan kan dit nog heel lang duren. Het komt niet zomaar goed. Het is te laat, denk ik. Om het bij Arabische thematiek te houden: de geest is uit de fles.’

SAMSON OF RUTTE

‘Ik stemde mijn leven lang op de Partij van de Arbeid, tot ze gingen roepen dat illegalen criminelen waren. De JSF kwam er toch, het ging maar door. Ik schreef daarover het nummer Rozen Verwelken. Voor het eerst heb ik iets anders gestemd, GroenLinks geloof ik. Bij de laatste verkiezingen kreeg Samsom een enorme dreun. Je moet geen aanval inzetten op aangeschoten wild, dus Rozen Verwelken is niet op de plaat gekomen. Er zat een regel in: Ik bemoei me liever niet zo met de politiek, maar wat jij doet maakt me misselijk en ziek. Zo zit het, ik wil niet dat de politiek mij nog raakt, zoals het dat vroeger deed. Doe Maar is nooit een politieke band geweest. We waren wel politiek bewogen. Niemand twijfelde eraan aan welke kant wij stonden. Om op de keuze terug te komen: toch Samsom. Dat is de ellende. Ik wil dat de Partij van de Arbeid er is. Ze hoeven helemaal niet meer ‘zet u schrap, verworpenen der aarde’ te zingen, maar ik wil een gezonde tegenhanger van de heersende politiek van the sky is the limit en bouw maar raak. Ik kan in dit leven niet op Rutte stemmen.’ 

Je hebt in 2006 het campagnelied van de PvdA geschreven.

‘Samen met Tom Holkenborg. God, dat je me daar aan moet herinneren. Ik heb ook eens meegedaan aan een filmpje van de SP, omdat mijn zoon daarin speelde. Hij vroeg het aan me en ik weiger een zoon nooit iets. Dus wat dat betreft moet je me niet vertrouwen.’

DE PROOI OF SONNY BOY

‘Nu noem je twee grote teleurstellingen. De Prooi was mijn eerste soundtrack. Ik had geen idee hoe het moest. Ik stopte de videotape in de recorder en ik begon bij de eerste scène muziek te maken, zonder eerst de hele film kijken. Ik was een totale onbenul. Dat is veranderd. Ik ben steeds meer inhoudelijk geïnteresseerd geraakt in filmmuziek. De zoektocht naar de juiste muziek bij elke emotie, het ondersteunen van een verhaallijn, de keuze voor personages, het is boeiende materie. Over Sonny Boy ben ik hevig teleurgesteld. Aan het eind ging er technisch iets mis, waardoor de muziek tien decibel te zacht stond. Ik had het net zo goed niet kunnen componeren. Soms denk ik, wat is dit voor vak? Ik vind filmmuziek steeds minder boeiend. Je legt er twee, drie maanden van je leven al je ziel en zaligheid in en sommige films verdwijnen na acht dagen uit de bioscoop. Als er geen soundtrack wordt uitgebracht, is je muziek begraven. Het ligt niet eens in een museum, het is weg.’

Denk je eraan om ermee te stoppen?

‘Dat hoef ik niet te doen. Laat ik zeggen dat ik er wat gedachten bij heb gekregen, maar als Scorsese mij morgen belt, dan zeg ik: yes sir. 

EEN ZACHTE HEELMEESTER OF EVEN OP DE TANDEN BIJTEN

‘Niet klagen, maar dragen, zei mijn vader. Ik vind dat wij onze kinderen te veel pamperen en de hemel in prijzen. Bij iedere tekening vallen we in katzwijm. Als je niet geconfronteerd wordt met de dingen die je minder goed doet, dan word je gemakzuchtig en ga je denken dat jouw ego zaligmakend is. Kort geleden had ik me om laten praten om jurylid te spelen in dat singer-songwriterprogramma van Giel Beelen. Ik begon altijd met loven. Wat een leuk liedje, wat zing je dat mooi, noem het maar op. En dan: misschien moet je dat woord niet gebruiken. Dat had ik niet moeten zeggen. De mildste vorm van kritiek werd als een totale aanval gezien. En die kinderen waren er over honderd jaar nog niet, dat zie ik dan ook wel, maar dat ga ik niet zeggen, dat is niet de sfeer van dat programma. Er worden twee noten gespeeld en iedereen begint zijn waterlanders te tonen. Ik denk dat je verder komt als iemand je zegt: leer nou eens écht gitaar spelen. Ik heb van een aantal mensen veel geleerd, juist omdat ze meedogenloos op mijn tekortkomingen wezen.’

Tegelijkertijd heb ik de indruk dat je erg conflictmijdend bent.

‘Er huist ook zeker een zachte heelmeester in me. Mijn dochter zei eens: pap je bent echt té politiek correct. Dat kleeft ook aan me. Ik wil geen controverse. Dat is een katholieke eigenschap. Stel, ik stap straks op de fiets, ik ga een boodschap doen, en iemand rijdt tegen me aan. Als ik mezelf laat gaan dan schreeuw ik: klootzak, wat doe je nou! Voor je het weet dragen we als we wegfietsen allebei iets lulligs mee. Daar kun je dagen last van hebben.’

TOPNOTCH OF KILLROY

‘Killroy, het label van Doe Maar, was van de familie Hoes. Dat zijn marktkooplui. Ze hadden net zo goed zijden kousen kunnen verkopen. TopNotch is minder industrieel, Kees de Koning is een bezielde muziekliefhebber. Natuurlijk wil hij platen verkopen, dat wil ik ook, maar het is de manier waarop. Ik liet hem mijn liedjes horen en hij zei over best in het gehoor liggende oorwurmen: die moet je er niet opzetten. Dat heb ik nog nooit gehoord van een platenbaas! Ik weet nu zeker, je maakt een plaat voor jezelf. Daniel Lohues heeft het proces goed bewaakt. Het was een tip van Ernst [Jansz] om hem te vragen. Arrangeren kan ik heel goed. Ik kan een minder goed liedje aankleden met pakkende koortjes, zodat het toch lekker klinkt. Eigenlijk heb ik dat een groot gedeelte van mijn leven gedaan om te maskeren dat ik niet goed kan zingen. Bij En Toch draait het om het liedje. Toen de banden klaar waren belde Daniël dagelijks op. Dan zei hij: Je blijft eraf, hè? Want ik ken jou.’ 

BAS OF GITAAR

‘Drie jaar geleden was het bas, maar… nee, het zal altijd bas blijven. Er zijn geen eenduidige antwoorden, merk ik. Ik bas erg graag, maar met de gitaar ben ik begonnen en ik denk dat ik met de gitaar eindig. Ik vind het fijn om in een hoekje te zitten en te mijmeren met mijn gitaar. Ik componeer altijd op piano of gitaar, nooit op bas. De gitaar heeft de jeugdcultuur vanaf 1950 totaal veranderd. Het is de poor men’s vleugel. De hele culturele jeugdevolutie is erop gebaseerd. Iedereen die van eenvoudige pauper tot groot stardom kwam, hield al die tijd dat ding voor zijn buik.’

EEN TWEET OF EEN BRIEF

‘Een brief.’

Er zou ooit een twitterlied van Doe Maar komen, waarbij fans via Twitter teksten konden aanleveren.

‘Dat was een idee van TopNotch, een leuk idee van jonge mensen. Dat nummer is nooit uitgebracht en dat is mijn schuld. Zelf doe ik niks aan sociale media. Ik heb geen Facebook, ik twitter niet, ik app niet, ik heb geen website. Ik vind een iPad een waanzinnig venster op de wereld en ik zie het gemak van mailen. Je doet je post nu in een half uur. Vroeger had je een stapel brieven. Die liet je een week liggen, dan ging je ze lezen, dan liet je ze nog een week liggen en dan schreef je eens terug. Ik mis de briefwisselingen die ik had. Brieven bewaar je. Mailtjes niet. Waar zijn ze dan? In de cloud zeker? Dat is niet bewaren. Ik kies echt voor de brief. En denk nu niet dat dat met leeftijd te maken heeft. Het heeft te maken met persoonlijke voorkeur.’

HERMAN BROOD OF THÉ LAU

‘Als we het over het oeuvre hebben, dan kies ik voor Thé Lau. Hij heeft heel mooie Nederlandstalige liedjes geschreven en hij is een goede producer. Ik vond The Wild Romance bijzonder, maar Herman heeft ook veel rotzooi gemaakt. Ik was wel dol op hem. Herman was een ontzettend aardige man, en erg geestig. Zijn dood, dat is zijn keuze geweest. Ik weet niet hoe hij eraan toe was, maar het zal niet mals zijn geweest. Ik vond het mooi toen ik hoorde dat hij een briefje bij zich had waarop stond: maak er een feestje van. Maar ik was totaal gechoqueerd. Ik wist dat hij een dochter had en ik denk altijd meteen aan de nabestaanden. En wat Thé betreft… Ik vind het wrang dat hij nu pas dingen bereikt die hij eerder niet bereikt heeft, terwijl hij dat wel verdiende. Waarom staat hij nu pas op Pinkpop?’

Aan welk einde geef je de voorkeur?

‘Ik zou nooit in één klap weg willen, zoals Herman. Ik heb vijf kinderen en een vrouw waar ik heel veel van hou. Je zult het niet van me horen als ik morgen ongeneeslijk ziek ben. Ik kan zoiets niet delen met Nederland. Daar heeft niemand iets mee te maken. Dat was ook mijn reactie na Doe Maar, ik kroop in een holletje. Ik acht dat niet hoger of beter dan wat Thé doet. Als het voor hem werkt, dan sta ik er voor duizend procent achter. Ik heb geen contact meer met hem gehad. Ik dacht: het zal nu wel druk voor hem zijn. Ik hoop dat zijn einde lang wegblijft en dat het een mooi einde wordt. Ik mag hem erg graag. Hij is een bijzonder iemand.’

DE DAG OF DE NACHT

‘De dag. ’s Nachts slaap ik. Het was ooit anders, natuurlijk. Die turbulente tijd, wat uiteindelijk de reden is dat jij hier zit. Als ik uit het niets was gekomen en deze plaat had gemaakt, dan denk ik niet dat iemand hem had willen horen.’ 

Geloof je dat, dat er zonder Doe Maar geen Henny Vrienten geweest was zoals we hem nu kennen?

‘Ik ben wel eens geneigd dat te denken, ja. Ik had uiteindelijk wel iets bereikt in de muziek, maar niet met dit gemak. Na Doe Maar stonden alle deuren open. Gelukkig zijn we geen van allen zo hebzuchtig geweest dat we meteen vier nieuwe Doe Maar-bandjes oprichtten. Ik heb altijd doorgewerkt, maar uit het zicht.’

Dat is de laatste tijd veranderd. Je bent meer in de media.

‘Is dat zo? Ik geef bijna nooit interviews.’

Zou je in 1985 ja hebben gezegd tegen Zomergasten?

‘Nee, dat zeker niet. En heel lang daarna ook niet. Ik heb tegenwoordig minder angst voor slechte bedoelingen. Ik herinner me interviews met aardige jongens, die vervolgens enorm negatieve, rel-achtige stukken schreven. Daar ben ik niet meer bang voor. Stel dat jij nu een ontzettend onredelijk stuk schrijft, dat zou ik denken: ach, arme jongen. Tussen OOR en mij is het trouwens wel eens anders geweest. We werden de grond ingeschreven.’

Dat was oneerlijk. Het kwam door de fans, denk ik. Er hing een jongemeisjesgeur aan Doe Maar. Bij OOR werkten ook toen al voornamelijk volwassen mannen.

‘Daar hadden wij ook niet voor gekozen. Ik zong je loopt je lul achterna, en kinderen van zes jaar zongen dat mee. Dat was het begin van het einde. Als je een hit maakt, dan hang je. Pas sinds kort kijk ik met trots terug op die tijd. Op het feit dat ik het had meegemaakt. Ik zat daarbij, ík, die jongen uit de Marconistraat in Tilburg!’

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Gratis vinyl bij een abonnement op <span class="oor">OOR</span> (vanaf 34 euro)!
abo-actie

Gratis vinyl bij een abonnement op OOR (vanaf 34 euro)!

OOR deelt uit! Neem een halfjaar- of jaarabonnement op OOR en kies je eigen cd-pakket. Met nieuwe lp's van Arcade ...
OOR Elftal: dit zijn de beste albums van het moment
Elftal

OOR Elftal: dit zijn de beste albums van het moment

Elke maand selecteren we de beste albums van het moment. Een elftal niet te missen platen volgens de redactie. Dit is ...
Coldplay bezorgt zelfs de grootste cynici een glimlach
concert
Coldplay

Coldplay bezorgt zelfs de grootste cynici een glimlach

Tijdens hun Music Of The Spheres-wereldtour doet Coldplay dit jaar Nederland niet aan. De fans in de Benelux worden dit ...

Henny Vrienten: 'Er huist een halve priester in mij' (herpublicatie) | OOR