Wie deze zomer in New York is en even wil ontsnappen aan de gebruikelijke toeristische route langs Times Square, Yankees-petten en selfies bij het Vrijheidsbeeld, kan vanaf eind juni een onverwachte omweg maken richting Manchester anno 1979. In de Voltz Clarke Gallery in Manhattan opent op 25 juni de tentoonstelling Ian Curtis: Insight, een omvangrijke expo rond de overleden Joy Division-zanger Ian Curtis, die op 18 mei 1980 op 23-jarige leeftijd overleed.
De tentoonstelling loopt tot 22 juli en brengt voor het eerst een groot deel van het Ian Curtis-archief naar de Verenigde Staten. Dat archief wordt beheerd door The John Rylands Library van de University of Manchester en maakt deel uit van de British Pop Archive, een relatief jong initiatief dat Britse popmuziek steeds meer behandelt als cultureel erfgoed.
Te zien zijn onder meer handgeschreven songteksten, persoonlijke brieven, notitieboeken, zeldzame foto’s, platen en allerlei memorabilia rond Joy Division. Volgens de organisatoren draait de tentoonstelling vooral om Curtis als schrijver en chroniqueur van zijn tijd, niet uitsluitend als mythische postpunkfiguur. De focus ligt daarbij op het Manchester van eind jaren zeventig: economische stilstand, industriële leegte, sociale vervreemding en de explosie van DIY-cultuur waaruit Joy Division ontstond.
Onder de stukken die worden aangekondigd bevinden zich ook handgeschreven teksten van Love Will Tear Us Apart, inmiddels uitgegroeid tot een van de meest gecanoniseerde songs uit de postpunkgeschiedenis. Opvallend is vooral hoe popmuziek steeds vaker dezelfde status krijgt als literatuur, fotografie of beeldende kunst. Archieven van toongevende artiesten verdwijnen allang niet meer uitsluitend in privécollecties of opslagdozen, maar belanden steeds vaker bij universiteiten en culturele instellingen, waar ze worden geconserveerd, onderzocht en internationaal tentoongesteld.
De expo verschijnt op een moment waarop Joy Division opnieuw stevig in de belangstelling staat. Eerder dit jaar werd aangekondigd dat Joy Division en New Order dit najaar worden opgenomen in de Rock & Roll Hall of Fame. Daarmee verschuift de groep langzaam van cultfenomeen naar officieel erkend cultureel erfgoed – iets wat dertig jaar geleden waarschijnlijk precies het soort ontwikkeling was geweest waar Joy Division zelf een bloedhekel aan zou hebben gehad.
Na de tentoonstelling in New York keert het materiaal weer terug naar de British Pop Archive in Manchester.
Foto:Â Jon Wozencroft