Begin dit jaar stond er ineens een hele mooie foto van Mathilde Santing in de kranten. Een oudje, zwart-wit, moest wel genomen zijn ergens midden jaren tachtig. Het bleek ter illustratie bij artikeltjes over de Popprijs. Die werd voor de veertigste keer uitgereikt op Noorderslag en Mathilde was de eerste die ‘m ooit won, vandaar. Dit jaar viel de eer te beurt aan Suzan & Freek.
Dat er ophef en verontwaardiging is over welke act de Popprijs mee naar huis mag nemen, is inmiddels net zozeer traditie als de uitreiking van de prijs zelf. De winnaar wordt bekroond omdat hij of zij dat jaar ‘de meeste impact’ heeft gehad, maar wat dat precies betekent, blijft altijd raadselachtig en voor miljoenen interpretaties vatbaar.
Ook ik ben de laatste jaren toch steeds weer gefrappeerd als ik hoor welke naam er uit de hoge hoed wordt getoverd in Groningen, al komt mijn persoonlijke verbazing altijd iets meer voort uit de context van die huldiging. De hele week is het Eurosonic Noorderslag en staat Eierbal City volledig in het teken van de spannendste en meest grensoverschrijdende indiepop. Dan zijn namen als Roxy Dekker of Goldband toch merkwaardige klappen op de vuurpijl.
Ik vind het, geloof ik, toch ook altijd het mooist als een prijs een beetje een aanmoedigend karakter heeft. En natuurlijk is het ongelooflijk knap dat alles wat Suzan & Freek aanraken verandert in een hit. Maar ik vrees ook dat ze hun Popprijs haastig tussen hun Edisons en gouden platen hebben neergeplempt, om daarna zo snel mogelijk naar Arnhem te rijden om te spelen in de tot tien keer toe stijf uitverkochte Gelredome. Een prijs toekennen aan een act die al zo lang gevierd en gearriveerd is – het is toch een beetje alsof je nu nog heel uitbundig kerst gaat lopen vieren, terwijl het al lang maart is.
In de tijd dat Mathilde Santing won, zal deze discussie denk ik nog niet zo gespeeld hebben. Haar tweede album Water Under The Bridge was net uitgekomen en in de platenzaak te vinden onder het genre ‘vocaal’. Het was een van haar eerste bouwstenen in een omvangrijk oeuvre dat zich niet liet vangen in een hokje. Van musical tot jazz tot pop tot folk – alles heeft ze wel aangeraakt, altijd met een stem die mag gelden als een van de allermooiste van ons land.
Maar de plaat die ik het allermeest van haar draai, is Blue Christmas uit 2016. Een kerstplaat ja, maar hear me out. Natuurlijk, ook dit kerstalbum staat vol met precies alle doodgedraaide kerstliedjes die we elke december moeten doorstaan, maar voor ons, serieuze muziekliefhebbers, is Blue Christmas een uitkomst. Samen met muzikant Thijs Borsten heeft Santing al die clichénummers onder handen genomen, waardoor ze plotsklaps wonderlijk interessant zijn om naar te luisteren.
Winter Wonderland swingt de pan uit als stuwende vierkwarts, Santa Claus Is Coming To Town is omgetoverd tot een Blackbird-achtig gitaarpareltje, White Christmas staat ineens in een twaalf-achtste maatsoort en It’s Beginning To Look A Lot Like Christmas zelfs in een vijfkwarts. De geweldige ideeën klotsen tegen de plinten. O, en had ik al gezegd dat Mathilde Santing een van de allermooiste stemmen van ons land heeft?
Ik weet dat het al ruimschoots voorjaar is, maar zet Blue Christmas voor de gein even op, het is genieten. Als ze op Noorderslag uitbundig kerst mogen vieren terwijl het al lang maart is, dan mogen wij dat ook.