Toen ik een jaar of vier geleden een filmpje zag van Billie Eilish’ optreden tijdens het Reading Festival in 2019 wist ik zeker: die wordt nooit meer gelukkig. Een zwart gat zal zich openen. Iedere regel die ze vanaf nu schrijft, zal gaan over de tol van de roem, de heilloze zoektocht naar onbekommerde liefde, anoniem door een winkelcentrum lopen en terugverlangen naar de tijd toen alles nog voor je lag in plaats van achter je.
Billie is het zoveelste slachtoffer van de meezingmeute. De dwepers die met miljoenen tegelijk vinden dat Billie, Taylor, Ariana, Harry en Robbie hun liedjes eigenlijk op een stoeltje vlak naast hun bed zouden moeten zingen.
Billie Eilish en Taylor Swift, allebei brachten ze, in reactie op hysterische adoratie, uiterst persoonlijke platen uit. Swift vond rust in een boshut vol met gitaartjes en Eilish fluisterde gekwelde teksten met minimale orkestratie. Alle liedjes op die albums hebben één ding gemeen: ze zijn geschreven in de hoop dat er nu eens écht naar ze wordt geluisterd, dat ze door een volwassen publiek werkelijk zullen worden geduid en dat ze ooit, wie weet, nog één keer in hun leven in een muisstille zaal een hartverscheurend lied over liefde of geen liefde kunnen zingen.
Die kans is klein. Ik zag de concertfilm van Taylor Swift en die voelde als een capitulatie. Rare decors, dansers om haar heen, gitaren die vanuit het podium in haar handen springen en filmpjes achter haar op een doek ter grootte van een middelgrote groeigemeente.
Ik schrijf deze column twee uur voor het concert van MJ Lenderman in de Tolhuistuin te Amsterdam. Ik ken iedere regel van zijn laatste album. Ik kan zo veertig regels opnoemen die me laten lachen of huilen. Ik heb het ook bij de plaat Box For Buddy, Box For Star van This Is Lorelei. Adembenemende liedjes, hartverscheurende teksten. De laatste lp van The Cure, een plaat over rouw en afscheid, met zinnen die je in tweeën breken. Het zou niet in mij opkomen om daar tijdens een concert dwars doorheen te zingen.
Toch gebeurt dat nu bij heel veel concerten. Tijdens Lowlands zag ik eigenlijk maar één belangrijke ster: het publiek. Ik bedoel dat niet vriendelijk. Ach, wat werd er gefeest, ach, wat werd er gesprongen en ach, wat werd er luidkeels meegezongen. Wat een heerlijke teksten stonden er weer op de T-shirts van de meisjes die een heel optreden lang op de schouders van hun vriend hoopten dat ze de hoofdprijs gingen scoren: gefilmd worden en op de televisie komen. Tekstje van een vriendin in de Whatsapp: ‘Je was in beeld! Heel lang!’
Ik zag op Lowlands bijna alleen maar bands die daar volledig in zijn gaan hangen. Het eindeloze gehol van zangers dwars door het publiek, die imbeciele volksmennerij, die glunderende moshpits. Alles ademt slechts één ding: Kijk Naar Ons!
Ik doe over drie minuten mijn jas aan en ik weet zeker: tijdens de show van Lenderman zullen er alleen mensen naast me staan die geluidloos zinnen mee mompelen. Geen crowdsurfers, geen spandoeken. Mooie zinnen en dikke kelen. NICO DIJKSHOORN