nieuws

Interview: Roosbeef

Op dit moment is de tweede cursus popjournalistiek van de Fontys Hogeschool voor Journalistiek in Tilburg, georganiseerd in samenwerking met OOR, in volle gang. Onlangs kregen de cursisten de ultieme uitdaging voor de kiezen: zelf een interview doen met een bekende Nederlandse artiest. Colin ‘Kyteman’ Benders, Claw Boys Claw-voorman Peter te Bos en Roos ‘Roosbeef’ Rebergen lieten zich een avond lang gewillig ondervragen in poppodium Ekko in Utrecht. De beste interviews – let wel: geen ‘officiële’ OOR-interviews – plaatsten we afgelopen week op onze site. Vandaag de laatste: Manon Breumelhof in gesprek met Roos Rebergen.

Roos Rebergen (Roosbeef) en Torre Florim (De Staat) schreven op verzoek van zorginstelling Dichterbij in 2009 zes bijzondere liedjes, gebaseerd op gedichten van verstandelijk beperkte mensen. Nu, bijna vier jaar later, hebben ze een vervolg uitgebracht op de EP De Speeldoos, genaamd De Tweede Speeldoos. Voor dit album hebben Roos en Torre een groep acteurs met verstandelijke beperking geïnterviewd. Deze interviews dienden als basis voor wederom zes Nederlandstalige nummers.

De teksten op de EP geven veel bloot van de mensen die geïnterviewd zijn. Ik vraag aan Roos hoe zij en Torre dat voor elkaar hebben gekregen en hoe ze de interviews hebben aangepakt. ‘We gingen met een camera op stap. Dan leek het ook meer op een echt interview. Die camera bleek goed te werken, maar de vragen niet. Op de vragen hadden de acteurs vaak geen antwoord. Het werd meer een gesprek, dat ging eigenlijk heel gemakkelijk.’ Roos vertelt dat sommige van de geïnterviewden niet zo goed konden praten, anderen weer niet zoveel te vertellen hadden en weer anderen juist niet meer konden ophouden met praten. Daar waar ‘wij’ soms afwachtend en bedachtzaam zijn over wat we delen, waren de mensen die Roos en Torre spraken juist heel open. ‘Torre is een hele lieve jongen. Ik denk dat mensen daar snel iets tegen vertellen. Heel veel dingen zeiden ze ook uit zichzelf, dat hebben we niet eens in een liedje gestoken. Zo zei een jongen: ‘Dan zijn mijn ouders dood en dan weet ik niet waar ik ga wonen…’ Dat zegt dan een gast van 40, heel bewust van wat hij wel kan en wat niet, heel emotieloos.’

Volgens Roos verliepen de gesprekken eigenlijk heel natuurlijk, gemoedelijk en open. De teksten op de EP zijn gebaseerd op deze open gesprekken. Roos vertelt dat er geen autobiografische stukken tussen zitten en dat ze wel met de Nederlandse taal heeft gespeeld zoals we van haar gewend zijn. ‘Er zaten mooie uitspraken tussen. Erik zei bijvoorbeeld dat hij nooit verliefd wil worden, dat vond hij er niet uitzien. Hij zei ook: ‘Als ik mensen zie die arm in arm lopen, dan denk ik gewoon: waarom moet dit. Die mensen mogen dat allemaal zelf weten, maar ik zou dat echt nooit doen.’ Deze uitspraken hebben Torre en Roos verwerkt in het nummer Nooit Verliefd . Daaruit blijkt hoe kwetsbaar Erik, een autistische jongen, zich heeft opgesteld tijdens hun gesprek.

Ze hadden ook grappige dingen kunnen toevoegen en betere of mooiere zinnen kunnen schrijven, maar dat zou de plank misslaan. ‘Het was de bedoeling om hún verhaal te vertellen, dat was ook de opdracht, aan onszelf dan. Dat was ook juist leuk om te doen,’ zegt Roos.

Hoe je dat dan omzet in een nummer? Ze vertelt dat zij en Torre een paar keer bij elkaar zijn gekomen om de ideeën die ze los van elkaar hadden samen uit te werken. ‘Dan laat ik wat horen en zegt Torre dat er een mooie beat onder die melodie kan. Komt hij niet uit een tekst of moet hij nog een extra stukje tekst hebben, dan verzin ik daar weer iets op. Na drie dagen of zo zijn we een beetje uitgeleuterd en werken we thuis weer verder. Zo gaat dat eigenlijk.’

Dan volgt nog de vertaling naar een optreden op het podium. Op de vraag of ze op het podium de interviews in hun achterhoofd hebben, antwoordt Roos: ‘Als we die nummers spelen, zijn we vooral bezig met spelen en ben ik helemaal niet met die mensen bezig eigenlijk. Wij zijn er niet om de zorg op de kaart te zetten, we zijn vooral gewoon muzikanten. We zijn heel blij dat ze zo goed hebben meegewerkt en zijn tevreden met hoe het is geworden.’ Na zo’n project ga je volgens Roos niet zomaar verder: ‘Je leert altijd van dingen die je maakt, je gaat een stap verder. Er zijn veel mensen die teruggaan, maar dan kan je er beter mee ophouden. Of het niet aan het publiek laten horen in ieder geval.’

Door Manon Breumelhof / Foto: Tom Roelofs

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

OOR 11-tal: dit zijn de beste albums van het moment
11-tal

OOR 11-tal: dit zijn de beste albums van het moment

Elke maand selecteren we de beste en belangrijkste albums van het moment. Een elftal niet te missen platen, hand-picked door de ...
'Nick Cave stijgt als een staatsman boven iedereen uit'
column
hooijer

‘Nick Cave stijgt als een staatsman boven iedereen uit’

Op 3 november vinden de Amerikaanse verkiezingen plaats. Ik kan niet zeggen dat ik me erop verheug. Meer naargeestige man-tegen-man-gevechten ...
Matt Berninger: 'Het leven is moeilijk, wreed en meestal triest'
interview
the national

Matt Berninger: ‘Het leven is moeilijk, wreed en meestal triest’

Op 49-jarige leeftijd gaat Matt Berninger voor het eerst in zijn leven solo met Serpentine Prison. Het album klinkt precies zoals ...

Interview: Roosbeef (nieuws) | OOR