In Frankrijk zijn er bij de verkiezingen altijd twee stemrondes. Bij de tweede ronde doen de kleinere partijen niet meer mee, zodat er daar altijd een duidelijke winnaar is. Het idee van twee stemrondes heb ik altijd interessant gevonden. Niet per se voor onze eigen politiek (al zou dat bij deze formatie een hoop gelazer hebben gescheeld), maar wel voor onze dierbare OOR Eindlijst.
Stel je voor dat het popjournaille in, pak ‘m beet, februari nóg een keer mocht stemmen voor de beste platen van het jaar. Hoe zou die lijst er dan uitzien? Ik persoonlijk denk dat mijn eigen top 10 tegen die tijd namelijk best weleens veranderd zou kunnen zijn. Die zou alleen al flink beïnvloed zijn door de ‘eerste’ lijst van december.
Elk jaar staan daar wel een of twee platen in die aan mijn aandacht ontsnapt waren. Jessica Pratt bijvoorbeeld, haalde vorig jaar de zeventiende plek met haar prachtige Here In The Pitch, een plaat die ik toen ie uitkwam tot mijn schaamte niet goed genoeg tot me had laten doordringen. Dankzij de Eindlijst werd het toch nog een van mijn Platen van het Jaar, maar ja, toen had ik al gestemd…
Nog veel meer nagekomen eindlijstkandidaten openbaren zich de bladzijden na de top 20, in de individuele lijstjes. Ik heb er een gewoonte van gemaakt om alle nummers 1 die ik niet ken even te checken, en dan stuit ik met regelmaat op iets moois. Zou ook wel gek zijn als dat niet zo was, iemands plaat van het jaar word je niet zomaar. Allemaal muziek die ik in de tweede ronde zou meenemen in mijn overwegingen.
Maar de voornaamste reden voor een tweede stemronde ergens in het voorjaar zou toch zijn dat dan ook daadwerkelijk alle releases van het jaar kans zouden maken. En niet alleen die van de eerste tien maanden – ik herinner u er nog maar eens aan dat de stembussen voor de Eindlijst al begin november sluiten. Ik denk niet dat ik het erdoor krijg bij OOR, zo’n tweede ronde. Maar voor de beste platen die vorig jaar uitkwamen na de cut-off is er gelukkig weer de Buiten De Boot Top 5!
5. Underworld – Strawberry Hotel. Nu dance heerst over de hoofdpodia van de popfestivals lijken de veteranen van het bijna ingedutte Underworld het vuur weer te hebben gevonden. Uitstekende comebackplaat, met als opener zelfs een Bon Iver-achtige kippenveltrack.
4. Ciao Lucifer – No Work All Play. Het is makkelijk om schamper te doen over de huppelpop van dit Amsterdamse duo, maar verzin ze maar eens, twaalf feelgood-anthems die stuk voor stuk niet uit je hoofd te branden zijn. Dat is gewoon reteknap.
3. Father John Misty – Mahashmashana. Ik moet eerlijk toegeven dat ik de hype rondom Father John Misty nooit zo goed begreep – die lange, haast cabareteske nummers werden maar geen muziek voor me. Ik weet niet of het aan dit album ligt of aan mij, maar sinds vorig jaar november ben ik om.
2. Two Shell – Two Shell. Onze eigen Koen Poolman had, toen deze plaat eind oktober verscheen, nog net op tijd door dat hier iets bijzonders aan de hand was en zette ‘m op 1. Niet voor iedereen, deze technogaragepopblend, maar oef, wat een spannende plaat. Dankjewel, Koen!
1. Laura Marling – Patterns In Repeat. Anderhalve week voor de deadline verscheen deze opnieuw bloedmooie plaat van Laura Marling. Oplettende collega’s stemden hem nog snel naar plek 26, maar was ie een paar weekjes eerder verschenen, dan weet ik zeker dat Patterns In Repeat ergens boven in de Eindlijst had gestaan.