interview

Le Guess Who? 2019: het heilige volume van curator Kevin Martin

Kevin Martin alias The Bug is een van de curatoren van het komende Le Guess Who?-festival, dat van 7 tot en met 11 november plaatsvindt in Utrecht. De man van de loodzware beats, de aardschuddende dancehall, de schurende noise en de verfijnde soundscapes vertelt.

THE BUG, Techno Animal, Ice, God, The Sidewinder, King Midas Sound en nu weer Zonal: Kevin Martin is een bezige baas, onder verschillende namen en dat al heel lang ook. Veteranen van het Amsterdamse concertleven hebben nog altijd piepende oren van de loeiend harde set van God, zijn eerste echte project, op het roemruchte Tegentonen-festival, in 1992. Maar dat is dus decennia geleden. Kevin Martin stopte met zingen (‘Ik kan die God-platen niet meer aanhoren, ik haat mijn stem’) en graast sindsdien vooral allerlei elektronisch terrein af. Van donkere ambient (hij muntte de term isolationism voor een compilatie die hij in 1994 samenstelde) tot loodzware, industrieel getinte beats en van spijkerharde dancehall/ragga tot verfijnde soundscapes, zoals op zijn recente album Sirens – uitgebracht onder zijn eigen, volledige naam, Kevin Richard Martin. 

Een heel persoonlijke plaat derhalve, dat blijkt daar wel uit. Het is een soort audioverslag van de uiterst moeizame geboorte van zijn oudste zoon, enkele jaren geleden. ‘Mijn vrouw en mijn kind vochten voor hun leven, letterlijk. Heel naar om mee te maken. Ik maakte die plaat pas vorig jaar, een paar jaar nadat het allemaal gebeurde. Het voerde me terug naar die tijd, heel pijnlijk en confronterend. En daarom moeilijk om te maken. Maar ergens wel therapeutisch ook.’ Overigens: na de geboorte kwam de jonge moeder terecht op de intensive care, waar Kevin Martin haar ten huwelijk vroeg. ‘We grappen er wel eens over, dat ik misbruik maakte van haar gedrogeerde staat.’ De reacties op die plaat waren verbazend. ‘Een arts schreef dat hij blij was dat ik deze plaat gemaakt had, omdat het hem eraan herinnerde hoe pijnlijk en traumatisch zulk soort ervaringen voor patiënten kunnen zijn. Een ander liet ‘m precies om die reden horen aan zijn studenten.’ Wat muziek, of klank, al niet vermag.

EIGEN NAAM of niet, The Bug is zijn voornaamste nom de plume. ‘Mijn reis door de wereld van klank.’ Die naam stamt van zijn eerste project als zodanig: een alternatieve soundtrack voor de film The Conversation van Francis Ford Coppola, over, u raadt het misschien al, afluisteren. Als The Bug toerde hij onlangs met avant-metalband Om door Europa. Op verzoek van Om-frontman Al Cisneros, ook bassist en zanger in Sleep, opende hij steevast de avond met een dj-set vol reggae en dub. Geserveerd met die typische, The Bug-eigen, effectrijke saus en natuurlijk op het verplicht hoge volume.

Volgens Martin ging dat in de regel heel goed. ‘Het publiek had door dat dub en de muziek van Om meer gemeen hebben dan je zou denken. Voor mij zijn reggae en dub fucking heavy, en voor Al Cisneros ook.’ Maar er waren ook gelegenheden dat de metalheads die set reggae en dub niet zagen zitten. ‘In Livorno kon je ze zien bidden dat ik zou stoppen met die reggae’, gruwelt Martin. ‘En er waren nog klachten over het volume ook.’ 

VOLUME IS een essentieel onderdeel van de Bug-esthetiek. Je moet het voelen, in je buik vooral. ‘Veel muziek die me vormde was ook zo hard. Ik was nog een tiener toen ik Swans voor het eerst zag, enorm hard. Ik was twee weken doof, maar wat een indrukwekkende ervaring! Toen ik net naar Londen verhuisd was maakte ik een soundclash mee, twee soundsystems die elkaar de zaal probeerden uit te knokken, met muziek. Op een volume dat zich fysiek liet voelen, met het publiek dat daartussenin gemangeld werd. Bijzonder indrukwekkend. Volume is zo belangrijk, omdat het je compleet overspoelt. Muziek komt dan op de eerste plaats, sterker, er is geen ruimte voor iets anders. En zo heb ik het graag. Als muziek op zo’n hoog volume tot je komt, is het heel direct, voorbij je intellect, rechtstreeks naar lichaam en geest. Het wordt transcendentaal, het heeft, op mij tenminste, hetzelfde effect als drugs. Daar doe ik dan ook niet meer aan.’

Maar bij Martin gaat het niet alleen om volume op zich. ‘Ik word wel eens uitgemaakt voor muzikale vandaal. Maar dat is niet het geval. Ik zoek tegelijk naar een zekere verfijning en subtiliteit. Dat is cruciaal voor de platen en eigenlijk ook voor de live-ervaring. Het gaat ook om de opbouw van die dikke, volumineuze brokken noise.’ God, zijn eerste grote band, was eigenlijk een vorm van therapie. ‘Ik schreeuwde mijn demonen eruit. Dat hielp me enorm destijds, ik werd er een meer uitgebalanceerd persoon van. Muziek is enorm belangrijk voor me op die manier, dat merkte ik ook bij die Sirens-plaat. Het is een zegen en een vloek, zoals bij elke obsessie.’ 

KEVIN MARTIN is niet echt vast te pinnen, we zagen het al. Dub en reggae, opgevoerde en doorgetripte dancehall, duistere dubstep, avantgardistische geluidskunst oké, maar er is ook nog eens een stevige overlap met de avontuurlijke kant van de metal. We zagen al de Om-connectie, en als The Bug werkt hij ook met dronemetalpioniers Earth. ‘Die muziek heeft, op zijn best, ook een obsessie met geluid, met basfrequenties, met het hypnotiserende karakter van herhaling. Er zijn ook zat dingen aan metal die ik niet pruim. Maar dat geldt voor alle soorten muziek. Ik maak de muziek die ik wil horen, maar die ik nergens kan vinden. Als ik met metal werk, gooi ik de dingen weg die ik niet trek en wat ik overhou combineer ik met andere zaken waar ik wel op kick. Wat metal betreft gaat het om het naar voren halen van de bassen, voor die goeie ouwe apocalyptische sferen.’ 

In de wereld van Kevin Martin is het maar een kleine stap van metal naar dancehall en dubstep. De gemuteerde dancehall-variant die hij als The Bug ging maken bleek op een interessante manier te rijmen met de opkomende dubstep-scene. ‘Pressure, het tweede Bug-album, kwam uit voor de dubstep opkwam. Niet lang daarna werd ik geïnterviewd door Steve Goodman [actief als Kode9 en oprichter van dubstep- en elektronicalabel Hyperdub], die de verwantschap wel zag en suggereerde dat ik eens wat nummers op 140 bpm moest maken, dan zouden hij en zijn dj-vrienden het wel draaien. Ik had me nooit eerder druk gemaakt over zoiets als tempo, maar als experiment deed ik dat. En kijk eens, Skeng en Poison Dart hadden ineens een flinke impact op de dubstep-scene.’

IN NOVEMBER is The Bug, onder die naam, een der curatoren van het avontuurlijke en smaakmakende festival Le Guess Who? in Utrecht. ‘Toen ik daar voor het eerst speelde, stond ik paf. Het programma, dat was zo ongeveer mijn platencollectie. Dus toen ik benaderd werd om te cureren, viel ik van mijn stoel. Toen ik daar vorig jaar met de Israëlische dancehall-artieste Miss Red speelde, maakte ik duidelijk dat ik geen gezeik wilde over het volume. En zo gebeurde het ook, al was er van tevoren wat gedoe over. Toch was ik verrast dat ze me vroegen, omdat sommige artiesten die ik aandroeg ook niet zachtzinnig te werk gaan.’ 

Kevin Martin laat een flink contingent avontuurlijke artiesten naar Utrecht komen, van rootsreggae-veteraan Jah Shaka tot de al decennia actieve industrial metal-band Godflesh van zijn oude maatje Justin Broadrick en van Earth tot dubstep-act Mala. En acts uit Kenia, Senegal en Polen, niet te vergeten. ‘Het draait allemaal om instinct. Alles wat ik geboekt heb, resoneert op een of andere manier. Het gaat om diepgang, emotie, intensiteit. Ik wilde laten zien wat me geïnspireerd heeft en wat me bezighoudt – in het verleden, het heden en de toekomst.’ 

ZELF KOMT hij ook vaak in actie op Le Guess Who? Met King Midas Sound, The Bug (met grime-held Flowdan), onder eigen naam met de Japanse artieste Hatis Noit en met Zonal. ‘Allemaal op verzoek van de organisatie. Ik had wel met een paar optredens minder toegekund, zodat ik meer van de door mij gecureerde artiesten kon zien. Want ik ben vóór alles een muziekfan, dat is je na dit gesprek hopelijk wel duidelijk.’ Zonal is Martins project met eerdergenoemde Justin Broadrick, die ook al present was in God. Ze werkten samen onder verschillende namen, maar vooral als Techno Animal, met de ambitieuze dubbelaar Re-entry (1994) als indrukwekkend toppunt – zet ‘m nog maar eens op en je hoort dat die staketsels van elektronische en industriële klanken nog altijd recht overeind staan. ‘Die naam zette iedereen op het verkeerde been, omdat onze muziek niet zo veel met techno van doen had. Het werd een blok aan ons been. Daarom zijn we daar destijds mee gestopt.’ 

Zonal is een update van dat oude Techno Animal-geluid, trager, dreigender en verfijnder, met op het vorige maand verschenen album Wrecked ook indrukwekkende bijdragen van Moor Mother, de uiterst strijdbare dichteres-muzikante uit Philadelphia. ‘Een erg intens type, dus geknipt voor Zonal.’ Vorig jaar stond hij met Zonal op het avontuurlijke Tilburgse metalfestival Roadburn, het jaar daarvoor als The Bug, met Earth. Voor hem eens te meer het bewijs dat er een context bestaat voor zijn grensverleggende activiteiten. ‘Die twee shows op Roadburn waren piekervaringen. Ik wou daar al jaren spelen, maar ik dacht dat het nooit zou gebeuren. Dat mijn muziek daar niet zou passen. Maar zoals het publiek daar reageerde, zo open: dat was een openbaring.’ 

SIRENS, uitgebracht onder zijn eigen naam Kevin Richard Martin, is in mei verschenen. In februari verscheen, SOLITUDE, het vierde album van King Midas Sound.

THE BUG, KING MIDAS SOUND, ZONAL, KEVIN RICHARD MARTIN & HATIS NOIT: 7 t/m 11 nov, Le Guess Who?, Utrecht

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Time
album
Kensington

Time

Zouden de mannen van Kensington het eigenlijk erg vinden dat ze nou niet bepaald worden erkend als kwaliteitsmuzikanten? Zouden ze ...
De 5 albums en tracks van deze week: Tindersticks, Meindert Talma, Billie Eilish e.a.
nieuws

De 5 albums en tracks van deze week: Tindersticks, Meindert Talma, Billie Eilish e.a.

Vrijdag, releasedag! Maar waar begin je met luisteren? En – zeker zo belangrijk – waar hou je op? OOR‘s hoofdredacteuren Erik van ...
No Treasure But Hope
album
Tindersticks

No Treasure But Hope

Wie had in 1993 gedacht dat dit magistrale treurwilgenorkest het zo lang zou volhouden? No Treasure But Hope is alweer ...

Le Guess Who? 2019: het heilige volume van curator Kevin Martin (interview) | OOR