festival

Le Guess Who? in 15 hoogtepunten: telkens weer een nieuwe wereld

Op festival Le Guess Who?, vier dagen in allerlei zalen te Utrecht, draait het meer dan ooit, meer dan elders om luisteren. Klank als strategie, experiment uit allerlei hoeken van de wereld, onverwachte dwars­verbanden tussen vroeger en nu, hier en daar. ‘I hear a new world’, zong Slauson Malone 1, ook curator, Joe Meek na. Wij hoorden heel veel verschillende nieuwe werelden, stuk voor stuk aanstekelijke alternatieven voor die van hier. Het kan wel, als we maar (naar elkaar) luisteren.

Fotografie Anne-Marie van Rijn

Vraagtekens bij The Anonymous Project

Voor kijkers van de campingzender is er The Masked Singer, voor het publiek van Le Guess Who? is er ambient in een doos. In de grote, ondoorzichtige kubus die donderdag op het podium van de Grote Zaal verschijnt zit iemand, of iemanden, die hier de kans krijgen om nieuw werk te presenteren zonder de verwachtingen van het publiek te moeten trotseren. Luisteren staat centraal – al mogen de lichtshows en de projecties die soms flarden van een hoofd, een hand of een gitaar laten zien er zeker zijn. Hoewel de eerste tien minuten obligate vragen toch door het hoofd spelen (‘Wie zou het zijn? Klink dit als Nils Frahm op een clubavond?’) werkt het wonderwel. Voor grommende ambient, drones en piano’s, welteverstaan, want in ieder geval de eerste twee deelnemers aan dit project vissen in een vergelijkbare vijver. Le Guess Who? laat zich kennen als het festival bij uitstek waar ruimte is voor dit soort fratsen – het publiek luistert en kijkt geduldig, en laat zich meeslepen. Zo trapt Le Guess Who? af met een geslaagd experiment dat in de komende jaren – met wellicht een tíkje meer afwisseling – zeker voortzetting verdient. BOUKE SONNEGA

Slauson Malone 1 verwart

Pop op zijn kop, eigenlijk allerlei genres door elkaar geschud en compleet omgekeerd weer over de zaal uitgestort. Slauson Malone 1, ook een van de curatoren op deze Le Guess Who?-editie, maakt er meer een performance van dan zomaar een concert, en daar wordt het des te spannender van. Malone 1 begint zijn set al improviserend op akoestische gitaar, vergezeld door cellist Nicky Wetherell. Dan springt hij het publiek in, krijst in de microfoon, klimt weer het podium op, deconstrueert zijn liedjes tot verwarrende collages, citeert Afrika Bambaataa (‘No matter how hard you try, you can’t stop us now’ uit Renegades Of Funk, u kent het van Rage Against The Machine) en covert producersgenie Joe Meek – I Hear A New World, een mooi motto voor zijn optreden en voor het hele festival. Nog het verwarrendst: Slauson Malone 1 heet eigenlijk Jasper Marsalis, inderdaad, een telg uit de beroemde jazzdynastie. Trompettist (en mainstreamjazztheoreticus) Wynton Marsalis is zijn vader. Het kan verkeren in die genenpool. JACOB HAAGSMA

Tirzah in de mist

De podiumprestentatie is érg kaal. Tirzah staat, in witte trui en dito broek, in een witte lichtstraal die haar van achter beschijnt. De dj staat in het duister, slechts verlicht door de schermpjes en lampjes van het instrumentarium. Dat is het – drie kwartier lang. Dat het niet uitdraait op een saaie bedoening is te danken aan haar prachtige stem en al even zo goede gevoel voor een popmelodie. Want eigenlijk staan we naar een goede shoegazeact te luisteren – maar dan met pop als referentiepunt. Overstuurde beats en verborgen melodieën vormen de mist waaruit Tirzahs stem opdoemt, microfoon in de ene hand, microfoondraad in de andere, langzaam over het podium bewegend. Liedjes beginnen en verdwijnen even zo plotseling weer in het duister, het tempo komt nauwelijks boven de 90 bpm uit. Het zorgt voor een intieme show. Verwachtte je dat Tirzah je aan de hand zou nemen, de hoogtepunten uit haar eigen wereld zou laten zien, dan verveel je je waarschijnlijk te pletter en verlaat je de zaal vroegtijdig. De luisteraar die bereid is een stapje háár richting op te doen, wordt rijkelijk beloond. BOUKE SONNEGA

Het ongemak van Joanna Sternberg

Het is Sternbergs eerste optreden in Europa. Bloedzenuwwachtig: shit, telefoon nog in m’n broekzak, de rest zal beter gaan. De liedjes zijn innemend, eerlijk, op het ongemakkelijke af. Iedere angst komt voorbij, angst voor anderen, voor falen, voor zichzelf. Vrolijke majeurakkoorden begeleiden Sternbergs onzekerheid over het non-binaire bestaan, over de liefde. ‘Why is it so hard to be kind and gentle to myself?’, klinkt het. En ook: ‘This is not who I want to be / I am slowly killing me.’ Het zijn nogal dappere biechten tegenover een kerk vol toehoorders. Na ieder liedje duikt Sternberg in elkaar, giechelend, grijpend naar het hoofd, alsof er toch iets te veel is gezegd – nee, zo erg is het allemaal niet. Of toch wel, want het volgende liedje gaat er ook weer over: pleinvrees, starende ogen. De begeleiding is slordig en de stem schuurt, maar daardoor komen we alleen maar dichter op de huid. Of dit het begin van een doorbraak is weet ik niet, maar onverdiend zou ie zeker niet zijn. BOUKE SONNEGA

Tom Skinner als stuurman

Hij is in de weer met Radiohead-hoofden Jonny Greenwood en Thom Yorke (in The Smile, nieuw album in januari!) en in Le Guess Who-helden Sons Of Kemet (een paar jaar geleden nog met drie mededrummers naast zich). Zet Tom Skinner ergens onder eigen naam neer en er gebeurt ook van alles. Met cello, contrabas en twee saxofonisten (van wie de dame heel mooi dubbelde op fluit) slaat hij een brug naar de traditie van de free jazz, en meer in het bijzonder de muziek van cellist Abdul Wadud. Die free jazz, daar moet je ook maar tegen kunnen, maar deze schrijver kan daar dan weer geen genoeg van krijgen. En anders kan je je laven aan de strakke grooves en de vrije variaties daaromheen die Tom Skinner aan zijn trommels ontlokt. De beste stuurlui kunnen heel goed achter het drumstel zitten. JACOB HAAGSMA

Kraken en piepen met Richard Dawson

Richard Dawson heeft een prachtige stem. Je zou ’t misschien niet zeggen als je ‘m hoort – hij klinkt rauw en zelfs een tikje ongecontroleerd – maar schijn bedriegt. Van kopstem naar borststem en weer terug, krakend en piepend, Dawson, heeft het allemaal onder controle. Hij begint a capella in de Jacobikerk, een vijftiende-eeuws liedje, hij zingt krachtig, een vuist gebald, het is prachtig. Alleen op Le Guess Who? kan een liedje als Two Halves (over een soort Michiel Romeyn-achtige voetbalcoach) ontvangen worden als een hit. Dawson blért zijn strottenhoofd eruit en bedankt ons met het heffen van zijn theekop. Dan volgt een instrumentaal over een paus, Cumberland Rag, en Dawson speelt gitaar alsof ie het ding met z’n vingers door midden wil zagen. In nieuw liedje Polytunnel vinden we ‘m op z’n knieën tussen zijn pastinaken en andere groenten, en dat blijkt net zo meeslepend te zijn als de fantasiewerelden van eerder. Voor hij ons de nacht instuurt, trekt hij ons echter nog één keer de gruizige middeleeuwen binnen, met Ogre van prachtalbum Peasant schreeuwt en briest hij ons de kerk uit. Prachtshow. BOUKE SONNEGA

Backxwash vanuit de moshpit

In april al verpletterend op Roadburn, nu in de herhaling op Le Guess Who?: Ashanti Mutinta hoef je het belang van zulke festivals echt niet uit te leggen. Als Backxwash, zwarte trans rapper uit Zambia en nu opererend vanuit Canada, geeft ze haar ervaringen vorm met rauwe raps op ruw schurende, vaak ronduit botte maar daardoor juist zo effectieve beats. Backxwash brengt haar boodschap ook rustig vanuit het publiek, vanuit het oog van de moshpit. En o, wat kan een festival daar aan toe zijn. Goed, met al dat enthousiasmerende gebeuk misschien een beetje eendimensionaal, maar dit is dan wel een dimensie die ook Le Guess Who? heel goed kan gebruiken. JACOB HAAGSMA

Het protest van Deena Abdelwahed

Protestmuziek uit Tunesië, hoe klinkt dat? Misschien loont het de moeite om Deena Abdelwaheds laatste album Jbal Rrsas er eens bij op te zetten. Die plaat brengt Abdelwahed, bijgestaan door een kompaan op toetsen en een Arabisch snaarinstrument (geen oud, zo te zien), met veel overtuiging tot leven, waarbij de beats de eventuele boodschap er goed inrammen. Want waar het precies over gaat, dat weten we ook bij Deena Abdelwahed niet precies wegens een gebrekkige talenkennis onzerzijds. Maar haar stem, haar energie en haar inventieve botsing van elektronica en haar eigen erfgoed blazen de ontvankelijke geest zo ook moeiteloos omver. JACOB HAAGSMA

Naaien en weven met The Necks

Het lijkt wel compleet geïmproviseerd, het klinkt naadloos aaneengenaaid, -gebreid en -geweven en toch is het na een uur precies klaar. De drie van The Necks, uit Australië, zijn na zo’n 36 jaar wel zo ultiem op elkaar ingespeeld dat pianist Chris Abrahams rustig zijn ding kan doen met de rug naar zijn medemuzikanten toe. Behalve die opmerkelijke opstelling ziet het eruit als een conventioneel jazzpianotrio, maar het is iets heel anders: een séance die zich afspeelt ergens boven de grensvlakken van ambient, drone, improvisatie. De drie samenstellende delen gaan te werk als één wonderlijk wezen met twaalf surrealistisch slingerende ledematen. Al steelt drummer Tony Buck toch de show met zijn drukke ritmes, waarmee hij ook slaat – een borsteltje? Een belletje? De blote hand? Ook hier weer een ijzingwekkende opbouw, tot en met die laatste, elegant wegstervende tonen. JACOB HAAGSMA

Het dansfeestje van ESG

Hoe leuk ESG ook is, hier moet je eigenlijk wel de context bij kennen. Vier zusjes, eind jaren zeventig, The Bronx, een moeder die ze van de straat wilde houden en dus maar instrumenten voor hen kocht, een minimalistische funkopvatting vol percussie die aansluit bij de no wave van die dagen. Joy Division-producer Martin Hannett zat achter de knoppen bij hun eerste EP, het één noot tellende gitaarintro van UFO werd ontiegelijk vaak gesampled in de hiphop van die dagen, de één noot meer tellende baslijn van Moody onderging hetzelfde lot in de house. Van die vier oorspronkelijke zusjes is alleen zangeres Renee Scroggins nog over, aangevuld met haar dochter op bas, haar schoonzoon op percussie en exuberant danswerk ter compensatie van zijn aan de stoel gekluisterde schoonmoeder en een drummer die de nummers verbindt met dolle grooves die misschien nog wel mooiere nummers doen vermoeden. Een nostalgisch, minimalistisch dansfeestje, ook erg aan toe. JACOB HAAGSMA

Genadeloos los bij MC Yallah

Geboren in Kenia, opgegroeid in Oeganda, gelieerd aan Nyege Nyege-label en festival uit dat laatste land, gespecialiseerd in beats van het rauwere slag. Zo rap ze ook, ritmisch uiterst trefzeker, en haar beats zijn van datzelfde kaliber. Het duurt even voor de juiste balans tussen beide factoren is gevonden, maar dan gaat de zaal ook genadeloos los. JACOB HAAGSMA

Nala Sinephro door de dampkring

Wat is harp spelen toch hard werken. De vorm van het instrument is bijna even prachtig als de klanken die het onder beroering van geoefende handen voortbrengt. De eerste vijftien minuten van het concert van Nala Sinephro bestaat uit dat geluid – dan pas komen de drums, de synths, de saxofoon. De harp wordt losgelaten, een synth-arpeggio snijdt de boel door midden, de drums worden harder en leiden ons naar een wervelende climax. Sinephro wordt geflankeerd door een drummer, saxofonist en synthesizerspeler. Die laatste vervult zijn rol met verve; hij laat zijn synth klinken als een contrabas, een echt jazzkwartet, en stuwt dan plots het geheel richting de sterren. De blik is sowieso gericht op de hemel. Space 1.8 is de plaat die wordt gepresenteerd en dat is niet voor niets. Het zijn vooral de eerste twintig minuten die indruk maken. In de tweede helft van de show draaien we dankzij een wel érg lange synthsolo een rondje teveel om Neptunus. Gelukkig stormen we bij wijze van landing haast rockend door de dampkring en beginnen we de zondag met een prachtige vlucht in herinnering. BOUKE SONNEGA

Tovenaarsleerling Rhys Chatham

Een mooie koppeling met de avant-garde van vroeger. In de jaren tachtig zette Rhys Chatman festivals als de Jazzmarathon (in het mooie Groningen) op stelten met een leger gitaristen, om zo ongeveer per optreden een akkoord af te werken. Maximaal minimalisme. Minimalistisch is hij nog steeds, deze leerling van ‘the daddy of us all’ (volgens Brian Eno) La Monte Young. Een tovenaarsleerling dus, op deze zondagmiddag betoverend in de weer met dwarsfluit, stem, gitaar, trompet en laptop – goed voor het neerleggen van ruisende natuurgeluiden en het loopen van zijn instrumentale daden. Hoed op en hoed af, zonnebril op en af – een nog minimalistischer commentaar op wat een performance zou moeten zijn. Weinig noten, veel magie. JACOB HAAGSMA

Eerbetoon aan Pharoah Sanders

In 2017 stond Pharoah Sanders nog op dit festival, in deze zelfde zaal nota bene. Inmiddels is deze gigant van de free jazz, de spirituele zoon van John Coltrane, al niet meer onder ons. Reden dus voor dit eerbetoon, opgebouwd rond zijn Harvest Time: een fraai stuk van het redelijk obscure, maar inmiddels weer onder de mensen gebrachte album Pharoah. Met verschillende drummers/percussionisten (Hamid Drake, zowaar), bassisten, blazers, de gitarist die ook op het origineel meedeed en zowaar Le Guess Who?-favoriet Moor Mother, bezwerend declamerend en als zij haar dingen doet met klein slagwerktuig is het effect haast net zo verpletterend. Met toch ook weer een onderliggende drone. Een weldaad voor de ziel. JACOB HAAGSMA

Opstarten en uitglijden met Stereolab

Stereolab heeft een volstrekt uniek geluid, een geluid dat ze tot het uiterste weten benutten. Als curatoren sluiten de Britten de zondag van Le Guess Who? af met een show uit twee helften: opstarten en uitglijden. Het eerste gedeelte duurt drie liedjes lang, zoekend en soms akelig hard, Sadiers stem verzuipt in een brei. Maar dan keert het tij – ironisch genoeg door Lo Boob Oscillator – een liedje over de maan. De groove is gevonden, en vanaf dat moment spacet Stereolab erop los. Stereolab is een band voor activistische sukkels. Lætitia Sadier is de perfecte frontvrouw, mysterieus en benaderbaar tegelijkertijd. Ze heeft, zoals de hele band, een perfect gevoel voor timing – maar er is ook iets klungeligs, alsof alles per ongeluk gebeurt. Het is ook een band met échte fans – mensen die joelen als ze een specifiek synthgeluid herkennen dat alleen maar in dat éne nummer voorkomt – een nummer als Ms. Modular, bijvoorbeeld. French Disko is dan het startschot van een beukend coda dat ons verzadigd de nacht instuurt. Geen legendarische show – daar is de band té geroutineerd voor – maar wel gewoon een goeie. Een waardige afsluiter, luidt dan het cliché. BOUKE SONNEGA

Gezien: Le Guess Who? 2023 in Utrecht. Lees hier ons verslag van Alan Sparhawk op Le Guess Who?.

Ons nieuwe boek!

Het beste, scherpste, mooiste en meest lezenswaardige uit inmiddels 52 jaar popkritiek in OOR. Bestel ‘m hier.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Gratis vinyl bij een abonnement op <span class="oor">OOR</span> (vanaf 36 euro)!
abo-actie

Gratis vinyl bij een abonnement op OOR (vanaf 36 euro)!

OOR deelt uit! Neem een halfjaar- of jaarabonnement op OOR en kies je vinyl. Met nieuwe lp's van King Of ...
Hit Me Hard And Soft
pop
Billie Eilish

Hit Me Hard And Soft

Hit Me Hard and Soft – waar hebben we dat eerder gehoord? Ik moest zomaar denken aan de titeluitleg van ...
TivoliVredenburg 10 jaar: een terugblik in 10 onvergetelijke shows
jubileum

TivoliVredenburg 10 jaar: een terugblik in 10 onvergetelijke shows

TivoliVredenburg opende tien jaar geleden haar deuren. We vieren het verjaardags­feestje mee met een terugblik in tien memorabele concerten ...

Le Guess Who? in 15 hoogtepunten: telkens weer een nieuwe wereld