Vanaf 24 december draait Everybody to Kenmure Street in de bioscopen. De documentaire reconstrueert een inmiddels legendarische dag uit de geschiedenis van de Schotse stad Glasgow, waarop honderden buurtbewoners een immigratierazzia wisten tegen te houden. De muziek is van Barry Burns van Mogwai, ook uit Glasgow.
Op 13 mei 2021, de ochtend van Eid al-Fitr, valt de Britse immigratiedienst een woning binnen in Kenmure Street, in de wijk Pollokshields. Twee mannen worden opgepakt en in een busje gezet om afgevoerd te worden.
Het nieuws verspreidt zich razendsnel via de buurt-tamtam. Een van de eerste mensen die ter plaatse komt, kruipt onder het busje en voorkomt zo dat het kan wegrijden. In de uren daarna groeit de kleine groep omstanders uit tot een menigte van honderden mensen. Uiteindelijk rukken er zo’n 140 politieagenten en 40 politiebusjes uit. Na bijna acht uur geeft de immigratiedienst het op en worden de mannen vrijgelaten.
Regisseur Bustos Sierra gebruikt de dag voor een groter verhaal over Glasgow. De film gaat terug naar de rijkdom die de stad in de achttiende eeuw door handel die verbonden was aan slavernij, en trekt vervolgens een chronologisch lijntje langs de arbeidersstrijd, suffragettes en protestbewegingen. Ook vakbondsman Jimmy Reid en zijn beroemde scheepswerftoespraken komen langs.
De muziek van Barry Burns, toetsenist en gitarist van Mogwai, is grotendeels instrumentaal. De soundtrack beweegt organisch met het verhaal mee en verscheen eerder op Mogwai’s eigen Rock Action Records. Het openingsnummer Your Sweet Love van Lee Hazlewood wordt gezongen door de Schotse singer-songwriters Rachel Sermanni en Alana Rae, met Burns achter de toetsen.
Bustos Sierra gebruikt, naast archiefmateriaal, een enorme hoeveelheid beelden die buurtbewoners en demonstranten die dag zelf maakten. Daardoor beland je als kijker midden tussen de demonstranten.
Tijdens de aftiteling stopt de muziek en horen we alleen nog de menigte: ‘Refugees are welcome here. Refugees are welcome here.’ De gebalde vuist moet je er zelf bij denken.
Foto Steve Gullick