track by track

Recensie: 'Carnage' haalt het beste in Cave naar boven

Carnage (Bloedbad), het nieuwe album van Nick Cave en Warren Ellis, borduurt in zekere zin verder op het muzikale procedé achter Ghosteen. Tegelijkertijd zijn de nummers veel rustelozer. Het zijn meer echt nummers, hoewel hun origine van geïmproviseerde soundscapes, waarbij voordrachtskunstenaar Cave zijn teksten zingt en declameert, ook nooit helemaal uit het zicht verdwijnt. Belangrijk verschil met Ghosteen: ritme. Op Carnage klinken pulserende elektronische beats, ouderwetse drums en geregeld ook de eeuwige cadans van blues en gospel.

Op de eerste vier tracks van Carnage gebeurt het meest qua hooks en sonische plotwendingen. De overige vier zijn minimaler van structuur. De tweede helft van de plaat houdt het midden tussen de sobere melodische pracht (en romantische lyriek) van het recente solopianorecital Idiot Prayer: Nick Cave Alone At Alexandra Palace én de pastorale, maar ook soms wanhopige rouwverwerking van Ghosteen.

Hand Of God

Hand Of God start met een prevelende Cave. De ene mens zoekt naar een antwoord (wie, waarom?), de ander gelooft in het hemelse koninkrijk. Het geprevel wordt wreed onderbroken door een sonische chute die de Ellis uit zijn synthesizer tovert. Het is de hand van God, reikend vanuit de hemel, die bepaalt. Aangrijpende zin: ‘Singing boy sitting on the bridge’. Een ogenschijnlijke verwijzing naar Cave’s uitspraak in de film 20.000 Days On Earth over hoe beschermd kinderen vandaag de dag opgevoed worden. Zij zullen nooit weten, zei hij toen, hoe spannend het was om van spoorbruggen af te springen, zoals hij – de gevaarzoeker – in zijn jeugd. Niet lang daarna kreeg die uitspraak een zeer wrange bijsmaak door de dood van zijn zoon Arthur bij een val van een klif. Met zijn bezwerende zang en herhaalde strofen keert Cave hier terug naar de blues van zijn midden jaren tachtig The Firstborn Is Dead-periode.

Old Time

Deze associatie dringt zich vanwege het grommen van de bas (Tupelo) nog meer op bij het imponerende Old Time. Mooi is hier ook de verwijzing naar By The Time I Get To Phoenix. Dat nummer, het origineel is van Jimmy Webb, bracht Nick in 1986 op zijn coveralbum Kicking Against The Pricks. Mooi ook hoe hij waan van de dag relativeert. Of de zon nu huis-tuin-en-keuken, bijbels, koloniaal of verlicht is, het blijft dezelfde zon.

Carnage

Ook in het titelnummer keert Cave terug naar oude tijden. Quarantaine heeft van ons balkonmensen gemaakt, we zien de wereld vanaf ons eigen balkon, zo lijkt hij te willen zeggen. Zittend op zijn balkon leest hij Flannery O’ Connor, zoals hij dat ook deed midden jaren tachtig. En hij voert ons mee naar een jeugdherinnering: ‘My uncle’s at the chopping block, turning chickens into fountains’. Zie hier het bloedbad. Hijzelf, een kind op blote voeten, staat er in de regen naar te kijken. Liefde en een beetje regen (en een saluut aan zijn eigen kind: ‘I hope to see you again’), daar draait het om in het leven. Schitterend gedragen nummer.

White Elephant

Het meest kwade nummer van de plaat, qua geluid en ingenieus woordenspel (je moet ervan houden, ‘I am a Botticelli Venus with a penis’) begeeft Cave zich hier in het vaarwater van zijn eerdere album Push The Sky Away (2013). Hij kruipt in de huid van het kwaad (een Trumpachtige figuur?): ‘I’ll shoot you in the fucking face’, terwijl Ellis op de achtergrond met een hiphop-achtige loop voor constante dreiging zorgt. Halverwege maakt het nummer een onweerstaanbare tournure richting blijmoedige, extatische reli-samenzang (‘A time is coming for a kindom in the sky’). Witte gospel van het soort dat we kennen van de sekteplaten van Damien Jurado en Talking Heads (Road To Nowhere).

Albuquerque

Albuquerque – met z’n 3.57 minuten de kortste track – is een gedragen pianoballade met vioolondersteuning van Ellis. Bijna een hymne voor alles wat we vandaag de dag niet mogen en kunnen, voor al die plekken waar we niet heen mogen. Momenteel komen we er alleen in onze verbeeldingskracht, in onze dromen, in de liefde. Mooi hoe hier van alles in elkaar grijpt: Albequerque is ook zo’n mytische stad (in New Mexico) die genoemd wordt in Jimmy Webbs By The Time I Get To Phoenix: ‘By the time I make Albuquerque she’ll be working.’

Lavender Fields

In het hierop volgende Lavender Fields maakt Cave zo’n imaginaire reis. Door de lavendelvelden op een eenbaansweg. ‘Appallingly alone’. Ooit liep hij daar met zijn vrienden, schrijvers klaarblijkelijk (‘All of them busy with there pens’), waar zijn ze gebleven? Soms ziet hij een bleke vogel in de hemel, maar ja, dat is ‘a feeling when you die’. Ook hier voert hij ons naar de gospel. Daar is zekerheid: ‘We don’t ask who, we don’t ask why, there is a kingdom in the sky’. Als je het zo opschrijft klinkt het zoetsappig, Lavender Fields kan inderdaad zo in elke kerk gezongen worden, maar als je het Cave hoort zingen, voel je je opgetild.

Shattered Ground

Het in viool en ijle synthesizers gedrenkte Shattered Ground valt niet los te zien/horen van Arthurs dood. Met zinnen als ‘come softly crashing down’ en ‘everywhere you are I am’ en het bittere ‘all alone when you are gone’. Je ziet het ouderpaar Nick Cave en Susie Bick voor je wanneer je eerstgenoemde hoort zingen: ‘We drove through the hills with the moon in our eyes, we bought a house in the country, where we could lose our minds’. Er is madness in haar en madness in hem, die heffen elkaar op en vormen samen ‘a kind of sanity’.

Balcony Man

In het afsluitende Balcony Man zit Cave op het balkon waar wij dit jaar allemaal zaten. Carnage borduurt inhoudelijk sterk voort op Cave’s Red Hand Files-antwoord op de vraag hoe hij de lockdown beleeft. Daarbij legt hij de link tussen persoonlijke en collectieve rouw. ‘Ik ben goed bekend met het mechanisme van rouw. Collectieve rouw werkt op een griezelig gelijksoortige manier als persoonlijke rouw, met zijn donkere verwarring, diepe onzekerheid en verlies van controle.’

Dus welke conclusie moet je trekken, als je daar zo zit op je balkonnetje? Hoe mooi de ochtend is, hoe mooi je geliefde. Met als punchline: ‘What doesn’t kill you just makes you crazier.’ Carnage  zolang we er niet aan doodgaan worden we alleen maar gekker  – haalt het beste in Cave naar boven. Met veel dank aan Warren Ellis, die hem sonisch keer op keer perfect in stelling brengt. Was dit album een voetballer geweest, dan had ik gezegd: zo een waarvoor je naar het stadion gaat.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

De stilte valt hard in 'Sound of Metal' (Amazon Prime)
film

De stilte valt hard in ‘Sound of Metal’ (Amazon Prime)

De speelfilm Sound of Metal (beschikbaar op Amazon Prime) is het minimalistische portret van een drummer die zijn gehoor verliest ...
'Ik wil iets fucking agressiefs zien!', riep Ryan Adams
de makers

‘Ik wil iets fucking agressiefs zien!’, riep Ryan Adams

In de serie 'De Makers' nemen we onszelf onder de loep. In plakboekstijl schudden we de archieven van ons colofon ...
Fearless (Taylor's Version)
album
Taylor Swift

Fearless (Taylor’s Version)

Over het behouden van de rechten over je eigen masters is altijd al een hoop te doen geweest. Bij Taylor ...

Recensie: 'Carnage' haalt het beste in Cave naar boven (track by track) | OOR