Ach ja, Billy Corgan. Ik zag hem voor het eerst toen hij nog haar had. Daarmee zette hij mij meteen op een onoverbrugbare afstand. Had ik hem nog niet eens gitaar horen spelen. Locatie: het legendarische tweedaagse festival Ein Abend In Wien in De Doelen in Rotterdam, 1991. Dat festival is al eerder deze column in geklauterd. Ik zag er binnen 48 uur een onwaarschijnlijke hoeveelheid bands optreden die niet veel later levensveranderend bleken te zijn. Nirvana, Sonic Youth, The Pet Shop Boys, Arno Hintjens. Maar The Smashing Pumpkins maakten de meeste indruk.
Die lange hippie met een Stratocaster om zijn nek, ik begreep niet meteen dat hij de rest van zijn leven in zijn eentje The Smashing Pumpkins zou zijn. Een bandnaam om met een schot hagel aan stukken te schieten. Je ziet ze zo zitten in het oefenhok om een hoed vol met papiertjes heen. Ieder bandlid heeft een naam verzonnen. Billy Corgan leest ze op. The Disaster Fruit Company, The Broken Rice Racketeers, The Coloured Black & White en dus The Smashing Pumpkins. Nooit begrepen dat Billy Corgan dat ooit een goed idee heeft gevonden. Voor altijd in een band zitten die de naam heeft van een kinderfilm.
Het bijzondere is dat ik The Smashing Pumpkins toen werkelijk als een band heb ervaren en niet als een ensemble met een langharige Gestapo aan het roer. Ze speelden ook als een band. Er werd nog naar elkaar gekeken. Ik herinner mij zelfs een lachje.
In de tussentijd is er veel veranderd. Het meesterwerk Mellon Collie And The Infinite Sadness wordt nu op verschillende plekken gespeeld als een opera, als een musical, als een totaalgebeuren. Echte violen. Ik sluit dansers met een lint in hun hand niet uit en voor mij is dat even schakelen. Het is een plaat waar ik een hartverscheurende herinnering aan heb. Het is een plaat die mij voor drie kwartier volledig liet oplossen in het oneindige hiernamaals. Ik luisterde de cd met mijn koptelefoon op en verdween. Het was een fijne plek. Billy fluisterde mij van alles in mijn oor. Ik keek na een uur op mijn telefoon en zag dat ik 34 oproepen had gemist. Mijn vrouw. Ze zat vast op een pretpark en was haar autosleutels kwijt. Zij was daar met onze twee kinderen. Twee en vier jaar oud.
Ik heb ze toen gered. De hereniging was hartverscheurend, maar helaas zie ik nu, wanneer ik aan dat prachtmoment terugdenk, steeds die kale Nosferatu-kop van Billy Corgan verschijnen.