Het verschil tussen ‘punk’ en ‘niet punk’ leerde ik snel genoeg. In de dorpskroeg waar ik mijn late tienerjaren doorbracht, rivaliseerden twee bandjes. Het ene bestond uit vijf goedgekamde jongens uit notabele families, die braaf Green Day-nummers naspeelden met fonkelnieuwe gitaren om de nek en dure skatebroeken aan de kont. Niet punk.
Het andere bandje werd bevolkt door arbeiderszonen die doorgaans al bezopen het podium betraden, compromisloos hun eigen muziek speelden, in het eerste liedje drie gitaarsnaren, twee drumstokken en de onderkaak van een toeschouwer braken en halverwege de setlist vechtend – met elkaar of met dat andere bandje – de kroeg uitrolden. Wel punk.
Al kent punk vele gedaantes, zo leren we in deze nogal uit de hand gelopen OOR-editie. Punk kan zowel destructief als opbouwend zijn. Nihilistisch of juist betekenisvol. Wat voor de één pure anarch-eeey! is, blijkt voor de ander een gemeenschap van acceptatie en compassie. En voor weer een ander is het simpelweg ‘de beste muziek gespeeld door de coolste alcoholisten’, zoals Fat Mike (NOFX) het verderop in deze OOR verwoordt.
Tot welke punkschool de makers van dit blad behoren, is te zien in de bovenstaande jeugdfoto’s, waarin alle stijlen en tijdperken wel zo’n beetje samenkomen. We waren vroege punks met leren jacks en buttons, droegen postpunky kuiven, spoten ons haar blauw – that’s me, de skatepunker – en beukten als taaie hardcorepunks op een basgitaar. En sommigen van ons, zoals ‘emokid’ Tim Veerwater, verleerden het nooit en zien we gewoon in zijn huidige verschijning, vers uit de moshpit op Jera On Air.
Ik wil maar zeggen: OOR is a punk rocker. Al sinds het roerige jaar 1976, toen de progminnende Muziekkrant met geweld werd overgenomen door ‘die pokkeherrie uit Londen en New York’ (aldus boze lezersbrieven). Dus met het jubileum van de eerste Ramones-plaat in zicht – de ground zero van punk, heet dat verderop in deze editie – schoof het meest non-conformistische deel van het colofon zijn halve liter lauw bier opzij voor een dikke punkspecial.
Een OOR waarvoor de journalistieke puzzel als vanzelf prachtig in elkaar viel, mogen we wel zeggen, met bijzondere medewerking van hoofdrolspelers als Debbie Harry (Blondie) en Brett Gurewitz (Bad Religion), duiding door onze best ingevoerde schrijvers, knarsende zwart-wit beelden uit de archieven en – als kloppend hart van deze special – een Punk Top 100 die nu eens niet vechtend tot stand kwam, maar in ordentelijk overleg. Niet erg punk, wel zo productief. Klaar voor? One-two-three-four!
Met de klok mee op de foto: Erik van den Berg, Thomas Snoeijs, Tim Veerwater, Oscar Smit, Jeroen van Erp, Koen Poolman, Kees Tabak en Roy Tee. Midden: Hester Aalberts.
De nieuwe OOR
Bestel hier onze punkspecial.
