Dat Ozzy Osbourne zijn eigen einde voelde naderen, is geen geheim. Laatste Sacramenten, zijn tweede autobiografie, voltooide de Prince Of Darkness net op tijd, voor hij op 22 juli jongstleden stierf.
In 2009 tekende Ozzy samen met schrijver Chris Ayres z’n roemruchte verleden al eens op, waarbij duidelijk werd dat de zanger de feiten en gebeurtenissen – ondanks een verwoestend bestaan vol drank, drugs, twaalfhonderd steden, dertienduizend ongelukken – toch nog aardig op een rijtje had. Niemand hield er op dat moment rekening mee dat de hoofdrolspeler nog een toegift van vijftien jaar mocht geven.
En die periode, doorvlochten met eerdere highlights en dieptepunten, overziet Ozzy anno 2025 in Laatste Sacramenten vanaf z’n sterfbed. De winterjaren van z’n leven stonden, na het plotselinge supersterrendom door real-life soap The Osbournes, toch weer in het teken van de muziek. Nieuwe soloplaten, touren met Black Sabbath, maar ook meer rampspoed die lichaam en geest in zevenmijlslaarzen deden aftakelen.
Het sleutelmoment lijkt de traditionele snoekduik waarmee Ozzy midden in de nacht z’n superdeluxe bed dacht op te zoeken – hij belandde ernaast en beschadigde zo’n beetje alles wat in de zeventig jaar daarvoor aan z’n lichaam gerepareerd was. Net toen hij genoeg herstelde om in stijl afscheid te nemen van z’n publiek, gooide de pandemie roet in het eten.
Kleine pieken, enorme dalen en vele operaties brachten Ozzy op 5 juli jongstleden niettemin naar Villa Park, op een steenworp van zijn ouderlijk huis in de arbeidersbuurt van Birmingham, waar hij gesteund door zijn oude makkers van Black Sabbath, een imposante line-up schatplichtigen en uiteraard zijn familie dan toch zijn laatste buiging gaf – in spirit, vanaf zijn troon, want zijn kapotte rug liet geen beweging toe.
Eenmaal thuis in Buckinghamshire trok zijn levensverhaal nog eenmaal aan zijn netvlies voorbij, tot en met de laatste snik, wat nu resulteert in een even pijnlijk als humorvol relaas, een rit in de Crazy Train die ’s mans leven en werken 76 jaar lang was. ‘Eén ding is zeker’, zo eindigt hij het nawoord van Laatste Sacramenten, ‘ik ga er niet nog een schrijven. God zegene jullie.’ In de naam van de vader, de zoon en de Prince Of Darkness.