Perry Bamonte, de gitarist en toetsenist die jarenlang deel uitmaakte van The Cure, is op 65-jarige leeftijd overleden. Over de doodsoorzaak is vooralsnog niets bekend.
Bamonte kwam in 1984 bij The Cure via zijn broer Daryl, die als tourmanager werkte voor onder meer Depeche Mode en The Cure. Hij begon als lid van de roadcrew en groeide uit tot gitaartech en persoonlijk assistent van frontman Robert Smith. Gitarist van huis uit, leerde Bamonte in die periode ook piano en keyboards spelen van Smiths zus Janet.
Toen toetsenist Roger O’Donnell in 1990 voor langere tijd vertrok, werd Bamonte doorgeschoven naar het podium als volwaardig bandlid. In een periode waarin de bezetting regelmatig wisselde en de live-uitvoering steeds complexer werd, bleek hij een stabiele factor.
Hij speelde afwisselend gitaar en toetsen, en nam daarnaast incidenteel zes-snarige bas en percussie voor zijn rekening. Rond albums als Wish (1992) en Bloodflowers (2000) was Bamonte een vast onderdeel van het collectief.
Na zijn vertrek uit de band verdween Bamonte jarenlang uit beeld. Hij werd lange tijd niet meer op het podium gesignaleerd, tot hij tijdens de meest recente tour weer deel uitmaakte van de live-line-up. In de tussenliggende jaren richtte hij zijn leven heel anders in. Samen met zijn vrouw Donna stichtte hij het Devon Home Of Horse Retirement, een opvang van gepensioneerde paarden.
In de recent verschenen concertregistratie The Cure: Show Of A Lost World bleef Bamonte opvallend vaak buiten beeld. Dat had mogelijk te maken met zijn toen al uiterst breekbare uitstraling, maar paste ook bij zijn bescheiden karakter en het besef dat niet alles wat ertoe doet zichtbaar hoeft te zijn.
Foto Anne-Marie van Rijn