de makers

'Albumrecensies: ik spelde ze, vrat ze en leerde ervan'

In de jubileumserie ‘De Makers’ nemen we onszelf onder de loep. De interviewers, fotografen en recensenten. In plakboekstijl schudden we de archieven van ons colofon leeg: de eerste voetstappen, lang verhulde ontboezemingen, aanvaringen met de groten der aarde, herinneringen van over de hele (muziek)wereld en uiteraard een blik op de toekomst. Vandaag: OOR‘s hoofdredacteur Erik van den Berg.

Openingsfoto: Titia Hahne

BOUWJAAR: 1961
STAD/STREEK: Dordrecht
DE GROTE DRIE: Wire, David Bowie, Sonic Youth
MOTTO: Motto schmotto

Beginpunt

Plaatnieuws heette het. Acht pagina’s dik. Ik schreef, kopieerde en niette het eigenhandig in elkaar en er zijn gedurende 1982 welgeteld vier edities van verschenen, die ik op de toonbank van de Dordtse platenzaak De Plaat mocht leggen. Oplage? Geen idee meer, het zijn ongetwijfeld collectors items. Op de cover achtereenvolgens Bert Barten (wie kent hem niet), Captain Beefheart, D.A.F. en The Psychedelic Furs. In het binnenwerk: albumrecensies, nog meer albumrecensies en één advertentie (van De Plaat uiteraard). Early works. Pompeus van stijl. Maar dat mocht toen nog. Ook bij OOR, waar ik in 1984 als ‘rapporteur’ voor de regio Rotterdam werd binnengehengeld. Want zo luidde de oproep, enkele maanden eerder: ‘Rapporteurs gezocht.’ Men was kennelijk toe aan input uit de provincie en mijn ongetwijfeld bloemrijke ‘proefstukken’ waren door de eerste keuring gekomen. Er volgde nog een laatste test (of ik die opgestuurde lp’s van Echo & The Bunnymen en Orchestral Manoeuvres In The Dark maar even wilde recenseren, alsook een concert van Nick Cave & The Bad Seeds in Rotterdam) en daarna was ik ‘binnen’. Eerste officiële opdracht: een interview met een ‘nieuwe hippe band naar keuze uit Rotterdam en omstreken’. Dat werd punkfunkcollectief Dojoji, met als bassist de latere partygoeroe Ted ‘MTC’ Langenbach. De OOR waarin ik debuteerde is toevallig te vinden op de cover van ons jubileumboek: die ene met Bono. Gelukkig was het stigma van ‘regiorapporteur’ snel afgeschud. Het avontuur kon beginnen.

Sarah Bettens vs Jacqueline Govaert in Antwerpen, 2000 (foto Roy Tee)

IJkpunt

Het zat er al vroeg in: albumrecensies. Zeg maar echt mijn ding. Ik spelde ze, vrat ze, knipte ze uit en leerde ervan (net als van die in Humo, decennialang mijn lijfblad-ondanks-OOR). In mijn pre-OOR-jaren scande ik de recensierubriek op namen als Alfred Bos, Paul Evers en Swie Tio: mensen op wier smaak ik kon vertrouwen. Interviews boeiden me een stuk minder. Sterker nog, vóór ik me er – vanwege voornoemd boek – noodgedwongen mee moest bezighouden, had ik zelfs met het mes op de keel geen inspirerend OOR-interview uit mijn formative years kunnen noemen. Met de kennis van nu: Paul Evers en Peter van Bruggen die eind jaren zeventig overal in Groot-Brittannië op eigen kompas de ondergrondse afschuimden, de surrealistische reportages van Herman van der Horst in the deep south en de al even verwarrende confrontaties van Corné Evers met alles wat in de jaren tachtig extreem, oorverdovend, baanbrekend en nietsontziend was: Swans, Einstürzende Neubauten, Foetus, Sonic Youth, Butthole Surfers, Meat Beat Manifesto, dat werk.

Polaroid pals Billy Corgan en Erik, Paradiso 2005

Hoogtepunt

Toen de promotiebudgetten van de platenfirma’s nog tegen de plinten klotsten, kon het zomaar gebeuren dat je als journalist een dikke week in een Amerikaans vijfsterrenhotel werd gedropt om meteen een hele stoet artiesten uit de ‘stal’ te interviewen. Waarbij het de kunst was om de verplichte nummers zo snel en efficiënt mogelijk af te werken, zodat de rest van de tijd kon worden benut voor vakantie. Of voor een uitgebreide guided tour langs de hippe plekken van Los Angeles, die de toevallig aanwezige broers Dewaele van Soulwax me bezorgden in juli 1999, toen mijn interviewklussen – Type O Negative, Meredith Brooks en het nog jonge Slipknot, waarvan het complete ledenbestand ongemaskerd (!) aanschoof – achter de rug waren. Memorabeler nog was het weekje New York in november 2001: amper twee maanden na 11 september durfde geen Amerikaan nog te vliegen, laat staan transatlantisch voor een Europese persdag, en dus ging de berg op kosten van platenfirma Sony naar Mohammed. De sfeer was, uiteraard, unheimisch: de puinhopen in de punt van Manhattan smeulden nog na (letterlijk!) en de algehele stemming onder de New Yorkers was bedrukt. Intussen schoof ik in de hotels rond Times Square aan bij een bonte verzameling Sony-acts die stuk voor stuk nogal buiten mijn comfortzone vielen: soulzangeres Jill Scott, de gladde rockband Train, Ozzy Osbourne (pre-The Osbournes) en Wu Tang-coryfee Ghostface Killah. De wonderlijke confrontaties met de twee laatstgenoemden leverden misschien niet mijn beste verhalen op, maar toch zeker – al zeg ik ‘t zelf – mijn meest hilarische. Ook de ontmoetingen zelf waren onvergetelijk. Vooral mijn verdwaasde entree in de halfdonkere maar drukbevolkte hotelkamer van Ghostface Killah, waar het me serieus moeite kostte om mijn gesprekspartner te lokaliseren, staat me nog helder bij. Overal zaten, stonden en lagen mensen, er hing een diepe stilte en niemand merkte mij op. Na enige tijd nam ik maar plaats in de lege stoel naast ‘Ghost’, die me onderzoekend-verbaasd begon aan te kijken. Pas ná het interview begreep ik waarom: de mensen van de platenfirma hadden mij aangekondigd als ‘de coolste hiphopjournalist van het allervetste hiphopblad van Nederland’. Voor alle duidelijkheid: ik geloof dat ik tien jaar daarvoor wel eens een paar regels aan Public Enemy had gewijd. U begrijpt, het werd een ongemakkelijk maar amusant gesprek.

When in Athens, Georgia… bij het restaurantje wiens pay-off die ene plaattitel leverde voor de beroemdste zonen van de stad.

Dieptepunt

Alle keren dat Billy Corgan me weer eens het achterste van zijn tong liet zien, zijn ziel binnenstebuiten keerde, zijn diepste onzekerheden deelde, álles vertelde over zijn jeugd, zijn opvoeding, zijn angsten, zijn onvolkomenheden en zijn innerlijke gekte, waarna ik tevreden huiswaarts keerde met het idee een zéér openhartig en exclusief verhaal te hebben gescoord, maar ik steevast een paar dagen later in een Brits of Amerikaans muziekblad exact dezelfde ontboezemingen van hem tegenkwam? Nee, dan toch liever de kortstondige, ogenschijnlijk futiele maar tot op de dag van vandaag doorzeurende aanvaring met de enige muzikant die ik als een soort van Held beschouw: David Bowie. De keer dat ik ‘m face to face sprak – in 1997 in New York, rondom de release van Earthling en het concert ter ere van zijn 50ste verjaardag – koester ik als een mooie herinnering. Nooit eerder was ik zó zenuwachtig voor aanvang van een interview, maar Bowie stelde me vanaf seconde één op m’n gemak. Gewoon, door aardig en belangstellend te zijn. Fast forward naar 1999, het jaar waarin ik hem voor de tweede keer sprak, maar dan telefonisch. Daarbij ging het al bij de allereerste vraag mis. Want ik besloot meteen maar eens te informeren naar de serie ‘conceptalbums’ die hij in 1995 met 1. Outside was gestart en waarop tot op dat moment geen vervolg was gekomen. Hoe zat het daarmee? En was dat hele project überhaupt niet somewhat pretentious? Bowie vond dat echter – terecht – geen relevante vraag en dat nare ‘somewhat pretentious’ beviel hem al helemáál niet. ‘Laten we maar naar de volgende vraag gaan’, zei hij zo vriendelijk mogelijk. Maar de irritatie dróóp er vanaf. What was I thinking? Zat ik daar zomaar even ons gesprek onhandig op scherp te zetten, waarbij ik me bovendien had vergist in het soortelijk gewicht (lees: dat van een regelrechte belediging) dat een Engelsman toekent aan de kwalificatie pretentious. Ik heb het nóóit meer in interviews gebruikt.

Punt aan de horizon

Alleen voor David Byrne, Jack White of Iggy Pop stof ik m’n opnamerecordertje nog af.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

De stilte valt hard in 'Sound of Metal' (Amazon Prime)
film

De stilte valt hard in ‘Sound of Metal’ (Amazon Prime)

De speelfilm Sound of Metal (beschikbaar op Amazon Prime) is het minimalistische portret van een drummer die zijn gehoor verliest ...
'Ik wil iets fucking agressiefs zien!', riep Ryan Adams
de makers

‘Ik wil iets fucking agressiefs zien!’, riep Ryan Adams

In de serie 'De Makers' nemen we onszelf onder de loep. In plakboekstijl schudden we de archieven van ons colofon ...
Fearless (Taylor's Version)
album
Taylor Swift

Fearless (Taylor’s Version)

Over het behouden van de rechten over je eigen masters is altijd al een hoop te doen geweest. Bij Taylor ...

'Albumrecensies: ik spelde ze, vrat ze en leerde ervan' (de makers) | OOR