Voor het eerst in 33 jaar stond Ritchie Blackmore (81) vorige week weer naast zijn oude bandgenoten van Deep Purple. De gitarist dook op tijdens een concert in New York voor Smoke On The Water. Hij legt uit hoe het onverwachte weerzien tot stand kwam en waarom het hem meer deed dan hij vooraf had verwacht.
In een nieuw interview met Guitar Player vertelt Blackmore dat hij het optreden vooral zag als een gelegenheid om zijn oude bandgenoten terug te zien. Hij ging erheen met het idee eventuele oude wonden te helen, maar ontdekte dat die er eigenlijk niet meer waren. Blackmore realiseerde zich bovendien dat het, gezien hun leeftijd, misschien wel de laatste keer was dat ze elkaar zouden zien.
Dat Blackmore en Ian Gillan weer samen op een podium stonden, was lang allesbehalve vanzelfsprekend. Hun moeizame verhouding speelde een belangrijke rol bij Blackmores vertrek uit Deep Purple in 1993. Opvallend genoeg keek Gillan onlangs in OOR eveneens mild terug op de oude tegenstellingen binnen de band. ‘Onderling is Deep Purple nooit op een betere plek geweest’, vertelde hij. Over de klassieke bezetting sprak hij van ‘totale uitersten’ die muzikaal als door een wonder in elkaar vielen.
Blackmore ging na zijn vertrek verder met Rainbow en richtte later met Candice Night Blackmore’s Night op. Deep Purple vond uiteindelijk een vaste opvolger in Steve Morse, die in 2022 werd vervangen door Simon McBride. Blackmores optreden in New York was vooralsnog eenmalig.
Deep Purple vervolgt de tour zonder Blackmore en staat op 23 oktober in de AFAS Dome in Antwerpen en op 9 november in de Ziggo Dome in Amsterdam.
Foto Kenneth Young (still via Rickie Blackmore Official)