Op de cover van zijn album After Hours (2020) staat The Weeknd afgebeeld met een gebroken neus die zijn grijns niet kan onderdrukken, en zo lijkt hij zich in een uitverkocht Johan Cruijff ArenA evenmin aan te trekken van de klappen die hij momenteel krijgt, vanwege zijn rol bij de fel bekritiseerde serie The Idol. Twee avonden op rij staat de Canadese superster in het stadion, te midden van groots opgezet decor en met een setlist vol hits.
Fotografie Marc Prodanovic
De setting op het podium heeft iets weg van de film Eyes Wide Shut (1999), met een kudde occultisten, in het wit gekleed, die zich onheilspellend over het podium verplaatst. De gemaskerde zanger beweegt zich ondertussen langs opgezette gebouwen, onder een maan die aan het plafond hangt, als spiegelbol van zijn stad – het decor voor zijn songteksten. Hij heeft altijd al een podiumverschijning gehad die grenst aan verlegenheid, maar inmiddels durft The Weeknd wat meer z’n borstkas naar voren te duwen en met z’n armen zwaaien. Af en toe komt er ook een ingestudeerd zinnetje uit: ‘It’s been a long time since I’ve been here. Who was here in…’, en zo telt hij alle jaren terug dat hij in Nederland was om te eindigen bij 2011, waarna hij House Of Balloons inzet uit zijn mixtape-tijdperk voor de day ones.

Het intro van The Hills is bijna gewelddadig te noemen. Fans gillen terwijl de warmte van de vlammenwerpers je gezicht raakt, en het basgeluid zo hard tegen je torso knalt dat je elk moment verwacht een rib te kneuzen. Wanneer The Weeknd zijn gebalde vuist in de lucht gooit, komt er weer een ronde, en weer een ronde, en weer… tot het nummer daadwerkelijk begint en het bier in de lucht vliegt. Het is natuurlijk gewoon pop wat The Weeknd maakt, maar ook gitzwarte R&B met een punk-achtige fuck you-mentaliteit. Liefdesliedjes voor de geteisterde geesten. Ook Crew Love heeft zo’n intro, maar dan door die snerpende bekkens. Als je geen fan bent, zul je het geluid vervloeken, maar als fan wil je dat het pijn doet, want alle subtiliteit is vanavond bij de ingang aan de kapstok gehangen.

Muzikaal presenteert The Weeknd een wederopleving van een wederopleving: de jaren tachtig door de lens van de jaren nul. Zo was Abel Makkonen Tesfaye (zijn echte naam) een van de kids die bands als Wang Chung en Talk Talk leerde kennen via de videogame Grand Theft Auto: Vice City, met als bewijsstuk ‘B’ het zilveren standbeeld in vaporwave-esthetiek dat op het podium boven hem uit torent. De volledige setlist is een ode aan het tijdperk dat voor de Canadees zo inspiratievol blijkt, en waar sommige songs ondanks hun enorme hitkracht wel een beetje stilistische inkoppertjes zijn – Blinding Lights, bijvoorbeeld – durft hij met zijn amfetamine-gedreven new wave dieper te gaan dan de gemiddelde Best Of The 80s!-playlist.

Live klinkt zijn zang net als op de platen: geen kreten of baldadige uithalen vanuit de borst, maar een standvastige kopstem die qua kleur lijkt op de vocalen van Michael Jackson. The Weeknd is kind van Ethiopische immigranten, en de melodische vanzelfsprekendheid die Ethiopische popmuziek van de vorige eeuw zo kenmerkt, hoor je terug in zijn ingetogen kwetsbaarheid, omdat elke noot vol zit met gelaagde emotie zonder dat het noodzakelijk is de longen uit z’n lijf te blèren. Liefde en verlies zijn verwisselbaar in de wereld van The Weeknd, zijn Kiss Land, en dat het metaforen van elkaar zijn, is duidelijk te horen op Can’t Feel My Face, dat enerzijds gaat over een liefdesrelatie en anderzijds over cocaïnegebruik.

Hij kreeg de afgelopen weken veelal te maken met controversen rondom The Idol. In het tijdperk van informatie moet alles ogenblikkelijk verklaarbaar zijn en begint men te schuimbekken als er geen positieve boodschap naar de oppervlakte drijft. Daarentegen schetst The Weeknd stillevens die gedreven zijn door apathie en hartscheur, dansbare maar duistere jaren tachtig pop, gemaakt door iemand die zich zo thuis voelt in de schaduwen dat mensen hem moeilijk kunnen doorgronden.
Het maakt zijn songs en liveshow ergens nog indrukwekkender: je beeldt je niet in dat mensen verliefd raken op zijn muziek omwille van zijn persoon, maar eerder andersom: het is zijn imposante setlist die het publiek naar de ArenA trekt en waardoor mensen willen weten wie er achter het masker schuilt, dat pas halverwege de show afgaat. De kritieken zullen hem ergens in verlegenheid brengen, maar de circa honderdduizend mensen, die, verspreid over twee avonden, het publiek vormen in Amsterdam, laten zien dat de muziek van The Weeknd voor zich spreekt.
Gezien: 23 juni in de Johan Cruijff ArenA, Amsterdam